Je bent hier: Home > Columns > Column 23 - Hij blijkt een KAT te hebben!

Column 23 - Hij blijkt een KAT te hebben!

Dat beest streek met z’n staart langs m’n gezicht waardoor het net was alsof ik een ongewaxte Brazilian had gebeft. Gádverdámme! 

Datum: 19 april 2017
Leestijd: +/- 10 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Oh man, Sem. Hoe vertel ik het Sem? Móet ik het hem wel vertellen? Ik weet niet hoe hij zal reageren. Ik heb het weer mooi verkloot.

Ik luister naar wat ik allemaal hoor. Geschuif, gepraat, kabaal. Met moeite til ik m’n hoofd op en klim over Milan heen - die gewoon doorslaapt. Vanuit het trappengat zie ik Dave samen met een man - ik denk z’n vader - spullen naar buiten slepen. Hoe kan Dave nú verhuizen?! Heeft hij dan geen kater? Terug in m’n kamer neem ik m’n standaard cocktail: eten dat voor het grijpen ligt, een vitaminetablet, twee paracetamol, koffie en sigaretten. Ik kijk in m’n telefoon en zie foto’s van gisteren. Het was weer gezellig, maar wat héb ik weer veel gezopen. Waarom toch.
     “Hoi.” Ik schrik op. Milan rekt zich uit en trekt m’n dekbed over zich heen. Goh, het leeft.
     “Hé”, zeg ik. “Ik ga douchen.” Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Dat had ik beter kunnen laten. Aan m’n gezicht bungelen oogleden waar je werkelijk u tegen zegt.
     “Zo, weer fris en fruitig?” vraagt de schone slaapster. Ik zie dat meneer het zich gemakkelijk heeft gemaakt.
     “Nou ja … fris, fruitig.” Ik kijk bedenkelijk naar het tafereel. Milan zit in z’n blote reet op m’n bureaustoel en drinkt van een oud biertje. Gadver. 
     “Smaakt dat nog?”
     “Geen idee.” Hij kijkt suf om zich heen. Hij is nog dronken en het wordt tijd dat ‘ie gaat.
     “Kom eens hier.” Hij steekt z’n arm naar me uit. Oh god. 
     “Ik moet aan het werk!” verzin ik ter plekke.
     “Ja, dat kan zo.” Ik pak z’n hand en hij trekt me tegen zich aan. “Het was gezellig.”
     “Ja, vond ik ook.” Ik wurm mezelf los en houd m’n adem in om niet een hersenbeschadiging op te lopen door die walm uit z’n mond.
     “Wat moet je doen?” Eh … bedenk iets!
     “Dave helpen verhuizen.”
     “Wat, nu? Vandaag?”
     “Jep.”

(Ik) bonjour (‘m eruit)
Milan nam z’n tijd. Hij ging rustig douchen, vrat m’n koelkast leeg en heeft zelfs het bierflesje leeggedronken. 
     “Dave wacht op me.” Ik blijf het proberen.
     “Ja.” Hij loopt achter me aan naar beneden. Ik zie net de vader van Dave het huis uitlopen en ik ga naar Dave’s kamer.
     “Wow, wat een verschil.” In de kamer klinkt nu een enorme echo en alleen z’n kast, bureau en bed staan er nog. Die neemt Roderick over.
     “Ja hè?’ 
     “Maar ik ben er.” Ik kijk Dave eerst strak in z’n ogen en gebaar dan onopvallend naar Milan. Dave snapt m’n hint. 
     “Mooi. Kun je helpen met die dozen?” Hij wijst in de hoek.
     “Nou, dan ga ik maar eens”, zegt Milan.
     “Ja, goed”, zeggen Dave en ik in koor. Gênant. 
     “Bedankt man”, zeg ik.
     “Wat heb jij nog uitgespookt vannacht?”
     “Ik heb werkelijk geen idee.” Dave lacht en geeft me een schouderklop. “Ik ben trots op je.” vult hij aan.
     “Ik ga je missen man”, zeg ik met een brok in m’n keel.
     “Ik jou ook man. Maar we blijven wel stappen.” 
     “Ja uiteraard.” Dave loopt achter z’n vader aan met de laatste doos, zet die neer en blijft stilstaan. Ik voel dat ik moet huilen, maar dat wil ik niet. 
    “Arthur.” Hij houdt z’n armen wijd open en omhelst me. 
     “Dave.”
     “We app’en wel over onze volgende borrelavond en succes met die Rick, of hoe heet hij.”
     “Roderick.”
     “Oh ja, Reuderick”, spreekt hij bekakt uit. Dave gaat naar z’n vader en is definitief geen huisgenoot meer. Ik ga met een gevoel van treurigheid naar boven. Balen!

Sem
Het is twee uur. Naar school ga ik vandaag niet. Dikke vinger. Ik krijg het ene na het andere app’je van Milan. Hij heeft niet eens door dat ik een relat.. Oh god, Sem! Ik heb hem nog niet geantwoord!

Ik - 14:02 uur
“Ja vond ik ook. Xx”

Sem - 14:02 uur
“Vond ik ook?”

Kak! Die was voor Milan bedoeld.

Ik - 14:06 uur
“Sorry, dat was 
voor Annemieke.”

Sem - 13:07 uur
“Zijn er dingen die 
ik moet weten?”

Ik - 13:08 uur
“Nee hoor. Het was
erg gezellig gisteren.
Jammer dat je er
niet bij kon zijn. X”

Was hij dat maar, dan had ik me nu niet schuldig hoeven voelen. Of ik verbeeld het me, maar Sem app’t vaker en blijft maar vragen stellen over gisteren. Ik reageer neutraal en ben er nog niet over uit of ik het hem ga vertellen. In de kamer naast me hoor ik gehoest. Goh, de queen leeft dus ook nog. Dan hoor ik gepraat. Ze is duidelijk niet alleen. Ik ga met m’n oor tegen de muur staan. Ik kan ze net niet verstaan. Het is een jongen. Dan hoor ik hem de kamer uitgaan. 
     “Annemieke, waar liggen de handdoeken?” vraagt hij. Nee! Het is Roderick! In een vlaag van verstandsverbijstering loop ik naar de gang.
     “Wat is dit?!” roep ik, beledigd dat ik nergens van op de hoogte wordt gesteld en zij maar doet waar ze zin in heeft.
     “Eh …” zegt Roderick. “Wat is er?” Annemieke komt er bij staan. 
     “Wat is er Arthur? Ben je nog dronken of zo?”
     “Wat doet Roderick hier?”
     “Hij is onze huisgenoot, weet je nog? En hij komt vandaag al wonen! Hij is hier nu toch.” M’n bek valt open van verbazing. Dit méén je niet! 
     “Oh?” 

En zo geschiedde. Meneer is vanaf vandaag onze definitieve huisgenoot. Hij komt straks met z’n ouders om z’n spullen te brengen en blijft vannacht al slapen. Al vraag ik me af in welk bed …
     “Laten we vanavond samen eten”, zegt Roderick vrolijk. Ja, zin in … Kijk, op zich kan die Roderick er helemaal niks aan doen dat hij in deze situatie terecht is gekomen en dat ik beledigd ben omdat Annemieke alles maar beslist. Maar ik kan er net zo min wat aan doen.
     “Ja. Leuk”, zeg ik ook nog. 

De nieuwe aanwinst(en)
Ik ga Netflixen (voor zover dat een erkend werkwoord is). Orange is the new black kijk ik, hoewel ik dit seizoen al een keer gezien heb. Het is zo’n goede serie, net als Breaking Bad. Dat ik een echte binge-watcher ben durf ik niet te zeggen, maar ik heb wel vaak de neiging ‘ah, nog eentje’ te denken. Maar ja, dat heb ik inmiddels met drank, sigaretten en ritalin ook. 

Sem - 16:42 uur
“Er is wat Arthur, ik 
merk het. Ik kom 
nu naar je toe.” 

Wat? Nee! Niet nu. Sem heeft vandaag wel twintig keer ge-app’t. Gek word ik er van. Hij weet niks en dat houden we zo. Ja, dat beslis ik net. 

Ik - 16:43 uur
“Er is niks. Echt. Je mag 
best even langskomen 
maar ik ga straks wel 
eten met m’n huisgenoten
(omdat we een 
nieuwe hebben).”

Sem - 16:43 uur
“Je bent zo kortaf. 
Wie is die nieuwe 
huisgenoot eigenlijk?”

Ik reageer niet. Ik ben er klaar mee. Hij blijft maar doorgaan. Man, doe eens rustig.

Sem - 16:45 uur
“Arthur?”

Sem - 16:46 uur
“Arthur, ik kom nu 
naar je toe!”

Nog geen vijf minuten later gaat de deurbel. Als automatisch loop ik naar beneden en ik tref een hijgende en bezwete Sem aan. Wát een dramaqueen. 
     “Hoi.” 
     “Hé.” Hij blijft staan en bekijkt me van top tot teen. “Mag ik binnenkomen?” 
     “Be my guest.”
     “Hoi.” Hij groet me nogmaals en geeft me een zoen. Oh god, hij zal toch niks ruiken? Ik zie zo’n filmscène voor me waarin de vrouw een vreemd luchtje ruikt bij haar man en z’n kraagje gaat controleren op lipstick. Vreemde gedachte.
     “Kom verder”, zeg ik tegen m’n zin. M’n kamer is een zooi en ik begin te twijfelen of alles van Milan wel weg is. Ik loop hem voor de trap op en denk nog eens aan die filmscène. Ah doe normaal, ik heb niet eens een blouse aan. Sem gaat zitten en bestudeert m’n kamer. 
     “Wat is er nou?” vraagt hij dan.
     “Niks Sem. Er. Is. NIKS”, herhaal ik. Ik ontplof bijna.
     “Wow!” 
     “Ik zeg toch de hele dag al dat er niks is. En ik ben hartstikke brak. Kom op. Vertrouw je me niet?”
     “Jawel.” Mooi zo. “Nou, kom hier en hou op gek”, zeg ik en ik omhels hem. Opgelost!

Een klein half uur later gaat Sem gerustgesteld naar huis. Ik aanschouw hoe Roderick de laatste spulletjes in z’n kamer zet. Zoveel heeft hij blijkbaar niet, want hij is al bijna klaar. Annemieke staat er goedkeurend met haar armen over elkaar  bij. Ze bestudeert de lege drankflessen op z’n kast.  
     “Wat gaan we eten straks?” vraagt ze.
     “Thuisbezorgd”, concludeer ik. Roderick zegt niks. 

Samen eten
Daar zit ik dan. In Dave’s kamer die nu van iemand anders is. Het is totaal veranderd. Er hangt een Feyenoord-vlag aan de muur en op de klerenkast een kalender met halfnaakte wijven. Bovenop de kast staan enorm veel flessen, die hij blijkbaar verzamelt. Ik heb de nijging ze allemaal kapot te flikkeren. Ik wil dat Dave terugkomt. En wel nu!
     “Maar het mooiste heb ik bewaard voor het laatst”, zegt Roderick. Hij loopt de kamer uit en komt even later terug met een reismandje. Oh my god, nee! 
     “Wat? Oh wat gaaf! Oh wat een poepie!” Annemieke springt op en is dolenthousiast.
     “Jij houdt toch zo van katten?” 
     “Oh wat is ‘ie lief! Hoe heet hij?”
     “Tequila.” Tequila? Je noemt je kat toch geen Tequila?
     “Haha! Dat meen je!” Annemieke tilt de veel te dikke rooie kat uit het mandje. Hij kijkt angstig om zich heen. Ze houdt hem onder dwang op schoot maar het beest wil niet. Natuurlijk moet zo’n kreng eerst wennen. Denk na, doos. 
     “Huisdieren zijn hier niet toegestaan”, concludeer ik.
     “Ach, wat niet weet …” 
     “Nee Arthur, wat niet weet …” herhaalt Annemieke. 

Pizza Hawaii. Heerlijk, die warme ananas. Wodka, berenburg, Tequila, of hoe dat rooie kreng ook heet, loopt onder de tafel door. Hij is z’n angst snel kwijt geraakt. De hele avond gaat het over dat klote beest. 
     “Hoe oud is hij eigenlijk?” vraagt Annemieke. Er komt een langdradig zeikverhaal over dat het beest uit een asiel komt en er slecht aan toe was, en dat hij niet precies weet hoe oud hij is, maar dat ze hem acht schatten. Nou het is mij allemaal wel dierbaar (om even in de trant te blijven.)

Ik neem net een van de laatste happen van m’n pizza en dat beest gaat op de kattenbak. Eet ze. Hij graaft een versgedraaide donkerbruine koning onder het kattengrit (alsof we het dan niet doorhebben …) en komt mijn kant op. Ja, dat dacht ik niet vriend! 
     “Tequil, niet doen”, zegt Roderick liefkozend (kots). “Nee, Tequil!” Hij wijst naar het dikke rooie monster alsof het een klein kind is. Maar dat ‘kind’ luistert voor geen meter en springt op de bank. Ik houd angstvallig de pizzadoos op m’n schoot en maak mezelf zo klein mogelijk. Maar het kreng gaat ervoor zitten - op m’n buik - en ruikt aan de pizzaresten in de doos. Z’n achterwerk steekt nu mijn kant op en ik kijk vol in die recent gebruikte poepfabriek. Okee, ik ben uitgegeten. Ik zet de doos op tafel en probeer subtiel het kreng van m’n schoot af te krijgen. Mislukte poging. Hij draait op m’n schoot en zoekt duidelijk een manier om comfortabel te kunnen liggen. Ik aanschouw hoe hij askleurige afdrukjes achterlaat op m’n nieuwe broek. Gadverdámme. Hij spint. Blijkbaar is meneer op z’n gemak. Hij rekt zich uit en loopt langs m’n gezicht. Ik voel hoe haren achterblijven op de stoppeltjes op m’n wang en ik krijg overal jeuk.
     “Haal weg”, zeg ik nog redelijk rustig. Het kreng gaat nu zitten. Annemieke en Roderick lachen hard. Ik probeer de haartjes van m’n wang te halen maar het jeukt nu alleen maar meer. “Haal wég!” roep ik al iets paniekeriger. “Haal dat pleurisbeest weg!” schreeuw ik hard en ik duw hem zo hard van m’n schoot dat ‘ie schrikt, z’n nagels uitzet en een donkerrood spoor achterlaat op m’n onderarm. Annemieke en Roderick komen niet meer bij van het lachen.
     “Geen kattenmens zeker?” vraagt Roderick.
     “Ach, rot toch op man.”

Vervolg: Column 24 - betrapt ...

Zaterdag 22 april 2017

“En wie is dit?” vroeg Sem. “Ik voelde al dat er iets mis was, ik zéi het toch?!” Ik slik hoorbaar en weet niks te zeggen. Ik hang.

  Like en blijf op de hoogte!