Je bent hier: Home > Columns > Column 96 - Meditatiecursus - vervolg

Column 96 - Meditatiecursus - vervolg

De dertiger is er ook. Ik weet nog steeds z’n naam niet, maar ik weet zeker dat we nog wat gaan drinken na de cursus.

Datum: 31 januari 2018

Leestijd: +/- 8 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Sluit je ogen en probeer eens een fiets voor je te zien. ‘Een fiets?!’ denk je nu. Ja klopt, een fiets. Doe het maar gewoon. Het is een mooie fiets. Een prima en degelijk ding en hij ziet er nog goed uit. Misschien is hij gekocht op Marktplaats, maar hij had ook nieuw kunnen zijn. Dan opeens valt je iets eigenaardigs op. Hij heeft geen normale wielen. Dat is gek. Wanneer je wat beter kijkt zie je dat de wielen vierkant zijn. ‘Huh?! Maar daar kan je toch onmogelijk op fietsen?’ vraag jij je nu hoogstwaarschijnlijk af. Dat klopt. Het kan wel, maar het kost je godsgruwelijk veel doorzettingsvermogen en om dan nog maar over die verrekte spierpijn te zwijgen. Je pakt het stuur beet. Je voelt je verloren, want hoe kan je nou in godsnaam fietsen met vierkante wielen? Toch doe je het. Je gaat op het zadel zitten en je begint kracht te zetten op een van de trappers. Je trapt en je trapt, en je voelt hoe je beenspieren langzaam verzuren. BAM! is het dan opeens. Je bent een stukje verder gekomen. Zou het dan toch echt kunnen? Je doet je best je evenwicht te bewaren, maar dan opeens: BAM! BAM! En je bent nu een keer zover als je net was. Dit gaat lekker. Je hebt de smaak te pakken, en uiteindelijk trap je zo hard dat de fiets een paar keer achter elkaar kort BAM! BAM! BAM! BAM! doet en dan verandert het geluid in trrrrrrrrrr. Je fietst als een gek de stad rond, want je weet dat zodra je zou stoppen, je weer opnieuw moet beginnen met dat zware trappen om vaart te krijgen en door te kunnen. Iedereen kijkt je aan. Mensen wijzen en lachen. Waarom zouden ze kijken? Als je een vierkant heel snel laat ronddraaien, dan oogt het als een rondje. Ze lachen vast omdat je zo hard fietst en beduusd om je heen kijkt.

Zie je het allemaal voor je? Nou, dit is de perfecte metafoor voor mijn leven. Ik trap me gek, en ben ik net lekker op dreef dan word ik wakker met een enorme kater of zwaar depressieve gevoelens. En telkens moet ik opnieuw beginnen bij dat zware trappen. En dat terwijl alles er ogenschijnlijk normaal uitziet. Mensen zien niet wat er aan de binnenkant van een persoon gebeurt.

Ik zet m’n blikje neer en steek een sigaret op. Het is kwart over vijf. Ik heb me lang voorgenomen om pas te drinken na de meditatiecursus van vanavond. Het is me echter niet gelukt. Ik heb dorst en het duurt me te lang. M’n dag is saai en ik denk steeds: god jezus, doe toch eens wat met je leven! Maar er gebeurt niks. Ik heb zelfs geen behoefte om te fietsen. 

Het huisfeest - drie columns terug - was echt fantastisch. Dat moet ik vaker organiseren. Het is januari en de goede voornemens zijn bij driekwart van de Nederlanders wel gezakt. Bij mij natuurlijk ook. Dat was te verwachten. Maar ik denk gewoon dat mijn aanpak moet zitten in de lange termijn, niet de korte. Simpelweg stoppen met de geneugten des levens waar ik nooit genoeg van heb is te makkelijk. Het ligt dieper, dat voel ik. Ik open m’n tweede biertje en zeg hardop tegen mezelf dat dit echt de laatste is, want ik kan niet met een kegel aankomen bij die cursus. 
     “Arthur!” hoor ik roepen. God jezus, wat is dat nou weer? “Arthur! Kom effe!” Het is Sien. Je Sien ’r niet maar je hoort ‘r wel.
     “Ja?” roep ik terug en ik schreeuw richting de deur. 
     “Arthur, kom effe!” herhaalt ze. Okee … Ik neem gauw een slok, sleep mezelf van de bank en loop zuchtend de trap af. 
     “Sien?” roep ik. Geen gehoor. “Sien, waar ben je dan?”
     “Arthur?” 
     “Ja ik ben er. Wat is er? Wat doe je hier eigenlijk, je bent vandaag toch gesloten?” vraag ik.
     “Oh jongen, je moet me effe helpen”, zegt ze. Ik loop op het geluid af en zie haar tegen de stelling in de berging aan zitten met een fles Sherry. 
     “Oh jezus Sien, wat doe je? Wat is er?” vraag ik.
     “Het gaanie goed jongen,” zegt ze, gevolgd door een hik. “Het gaanie goed.” Ik moet telkens weer glimlachen om haar rokerige stem gecombineerd met dat Amsterdamse accent. Ze zou zo tante Cor kunnen zijn uit Gooische vrouwen. Oh, en oh wee als je mij met die nicht met die dalmatiër gaat vergelijken!
     “Wat gaat niet goed?” Ik loop naar haar toe en wil de fles Sherry uit haar hand pakken. 
     “Niks daarvan! Begin jij nou ook?” roept ze.
     “Sorry. Wat wil je dat ik doe? Wat is er gebeurd?”
     “Het gaanie goed!” brult ze weer. “Ik moet naar huis”, vervolgt ze. Ze lijkt over haar eigen tong te struikelen. 
     “Nou, zal ik een taxi bellen?” vraag ik.
     “Nee gek, ik ben met de auto”, brult ze.
     “De auto? Maar je bent dronken!” 
     “Ah dat valt wel mee. Ik had deze laatste fles Sherry alleen niet moeten hebben.”
     “Goed, ik bel een taxi voor je.” Ik pak m’n telefoon, maar dan begint Sien te brullen.
     “Nee! Je brengt me gewoon. Dit gaanie goed!” zegt ze weer. Wát gaat er dan niet goed?
     “Ja dat zeg je al drie keer, maar wat gaat er dan niet goed?”
     “Nou zie je het niet? Ik ben zo zat als een teddybeer!” Ik begin keihard te lachen om hoe zij daar zit. Ze zit met haar benen wijd op de grond van de berging, leunend tegen een wiebelige stelling. Ze zuipt uit een fles Sherry en roept maar dat het niet goed gaat. Maar het enige probleem is dat ze te dronken is om nog te rijden. Nou, welkom to my life. 
     “Ik kan niet rijden”, zeg ik.
     “Ach, iedereen kan rijden. Ook jij. Hier!” roept ze en ze gooit de autosleutels in de lucht. Ze kijkt niet eens waar ze ze naartoe gooit. 

De motor van de auto loopt. Het zweet staat in m’n bilnaad en ik kijk steeds om me heen of ik geen politie zie. Sien woont ongeveer een kwartiertje van de kroeg af. Ik geef gas. Laat de koppeling (op advies van Sien) opkomen, maar dan slaat de auto af.

     “Ja godsamme, niet zo snel gek!” roept ze. Ik start hem weer. 
     “Hij doet het niet”, zeg ik als ik merk dat ik de startmotor niet hoor brullen.
     “Je moet de koppeling intrappen als je hem start, hoe vaak heb ik dat nou gezegd?” hikt ze. Na een derde poging rijden we langzaam de straat uit. Op een wat langere weg, begint de auto te brullen en te joelen.
     “Schakel dan gek! Schakel!” roept ze. Ze tikt het as van haar sigaret maar door de drempel klapt ze met de sigaret tegen het dak. De vonken vliegen in het rond.

Stapvoets komen we bij het huis van Sien aan. Ze zegt m’n taxi te willen betalen en uiteindelijk ga ik daar maar mee akkoord. Thuis neem ik - tegen m’n eigen voornemen in - nog twee biertjes en stap op de fiets naar de meditatiecursus. Ik heb niet eens de tijd gehad om te eten. ‘Wel om bier te drinken dan?’ hoor ik je nu denken. Ja, want dat kan ik combineren met pissen, schijten, douchen, aankleden en weet ik veel wat. Met een bord spaghetti gaat dat wat moeilijker.

Ik zit tegenover de dertiger in de meditatiecursus. Hij lijkt wat afstandelijk en op een ‘hoi’ na heeft hij niets tegen me gezegd. 
     “Leuk dat je er ook weer bent Arthur, en Annie, goed dat jij er ook weer bent ondanks alles”, zegt Antoinette. Geen idee wat Annie op haar kerfstok heeft, maar als ik die kop zo zie dan is dat vooral een brei-heilige. Iemand die overal wat van vindt, er geen reet aan verandert en zelf alleen maar zit te breien terwijl ze slofjes draagt en thee drink. Kots.

Sinds de meditatiedate met de dertiger, kan ik niet meer objectief naar hem kijken. Ik sluit m’n ogen omdat Antoinette dat zegt en probeer weer tot mezelf te komen. Als ik een binnensmondse boer laat - wat extra goor wordt als ik het hier opschrijf - dan ruik ik bier. Heerlijk. Maar ik ben wel aangeschoten. Ik kan m’n kop er moeilijk bijhouden en houd gewoon m’n ogen dicht.

Al met al ben ik redelijk relaxt als ik uit de cursus kom. Ik kleed me om en praat met de dertiger. Maar ik vind hem wat afstandelijk.
     “Ben je zen?” vraag ik.
     “Altijd.”
     “Zullen we nog wat drinken?” vraag ik hem dan maar.
     “Komt me nu niet zo goed uit.” Ik doe m’n riem dicht en trek m’n jas uit.
     “Je nummer dan?” vraag ik dan. Het is even stil. 
     “Ik noem hem één keer om te checken of je een goed geheugen hebt”, zegt hij. Wat is dit nou weer voor debiele actie? Maar goed, ik zal hem krijgen.
     “Okee. Moment”, zeg ik. Ik doe alsof ik heel druk ben met m’n jas. Open gauw een willekeurig gesprek op WhatsApp en houd de knop voor een voicemessage in zodat hij opneemt. “Ja hij kan!” 
     “06 40 81 …” de rest zegt hij te snel om het te kunnen verstaan. Althans, dat denkt hij. Maar goed, ik verzend wat ik opgenomen heb en doe m’n tas om m’n schouder.
     “Goed. Tot ziens!” zeg ik en ik kijk grijzend achterom. De dertiger kijkt me vragend aan. Ik fiets gauw naar huis en pak pen en papier. Ik open WhatsApp en zie een bericht.

Ma - 20:16 uur
“Arthur, wat is dit?”

Oh jezus. Hij ging naar m’n moeder. Why me? Why! 

Ik antwoord m’n moeder dat ik een verkeerd nummer had gedraaid (ik zal in haar ouderwetse termen spreken) en luister de voice-opname wel tien keer af totdat ik het nummer op papier heb staan. Ik zet het in m’n telefoon en open een nieuw gesprek op WhatsApp. En verdomd! Aan de foto zie ik dat het de dertiger is! Ik maak gauw een selfie van mezelf in een (soort van) lotushouding (voor zover die voor mij haalbaar is) en stuur hem naar de dertiger, gevolgd door een bericht:

Ik - 21:05 uur
“Zo zo zo, daar
ben ik dan. Niet
verwacht, hè? ;)” 

Vervolg: Column 97 - Date: sushi eten

Online: 3 februari 2018

Of ik wel eens sushi heb gegeten, vroeg de dertiger. Tuurlijk, zei ik. Daar bluf ik me wel doorheen.

  Like en blijf op de hoogte!