Je bent hier: Home > Columns > Column 95 - Gáán we weer ...

Column 95 - Gáán we weer ...

M’n huis: een grote klerezooi. Opruimen, opruimen, opruimen. Ik vind overal bierblikjes. Wat een feest.

Datum: 27 januari 2018

Leestijd: +/- 8 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Oh jezus. Het enige wat ik kan denken is, oh jezus. Wát een teringzooi, maar wát een feest. Het is een klerezooi in m’n huis, maar wat hebben we het gezellig gehad. Waarschijnlijk ben ik nu ik deze column schrijf nog half dronken, maar wat maakt het uit. We hebben enorm veel lol gehad en wat hebben we ons vermaakt. Ik ga uit bed. Het is kwart voor twaalf. Ik ga douchen en terwijl ik me afdroog vraag ik me af wat ik vandaag eens zal gaan doen. Niet veel denk ik. 

De eerste uren van m’n dag kruipen voorbij en het is inmiddels kwart over twee. Ik verveel me de tering en ben aan het googlen wat ik kan gaan doen. Dan lees ik een artikel van een of ander zweverige facebookpagina. Het artikel vertelt me dat het een goed idee zou zijn dat je met een idee in je gedachten naar een anonieme plek gaat om er daar over te brainstormen en daaraan te werken. Mijn idee is rust in m’n hoofd. Ik wil van dat akelige gevoel af om me maar vol te blijven gieten en suf te snuiven met ook maar geen enkel doel. Ik pak een stapel A4tjes en die stop ik in m’n tas. Ik heb een grandcafé in m’n hoofd waar ik niemand ken en anoniem ben. Daar ga ik naartoe om te brainstormen over mijn rust in m’n hoofd.
     “Goedemiddag, wat kan ik voor je doen?” vraag de vrouw van de bediening.
     “Een koffie graag”, zeg ik. En ik moet bijna lachen om m’n bestelling. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst een koffie heb besteld in een café. Ik pak m’n A4tjes en begin op het eerste te schrijven. Wat heb ik nodig voor rust in m’n hoofd?
- Minder drank
- Minder afleiding
- Minder ritalin
- Minder roken
- Minder gedachtes over wat anderen van me denken

Nou, dat is een gezellig lijstje. Eigenlijk moet ik meer laten dan doen.

De tijd verstrijkt. Ik heb - tegen het advies van het artikel in - toch m’n laptop bij me en zoek ondertussen naar relevante dingen rondom dit onderwerp. Ik vind niet veel meer dan termen als ‘we moeten al die ballen maar in de lucht houden’ en ‘we moeten meer rust in ons hoofd creëren, want we moeten al zo veel’. Origineel ook.

Ik geef het op. Ik ben er klaar mee. Ondertussen zit ik aan m’n derde koffie en er gebeurt geen hol. Ja, het enige wat er gebeurt is dat het steeds drukker wordt in dit café en dat ik me steeds minder kan concentreren. Resultaat: één A4tje met met punten die ik nodig heb voor meer rust in m’n hoofd en één A4tje met aantekeningen die lijken op notities in een dagboek. Er staat:

‘Wat ik vandaag weer heb bedacht … Ik heb mezelf afgezonderd in een grandcafé waar ik m’n leven zou beteren. Wat een idee ook. Je leven moeten beteren in een grandcafé. Maar goed, ik ben er nu eenmaal. Ik bestelde m’n tweede koffie en sindsdien kom ik niet verder. Wat een kutdag.’

    “Mag ik betalen?” vraag ik de vrouw bij de bar. Ik ben naar haar toegelopen.
     “Maar natuurlijk,” zegt ze veel te vriendelijk. “Dat is dan 8,75”, zegt ze zonder blikken of blozen. Jezus. 8,75? Daar zuig je een prostituee in Roemenië voor. Nee Arthur, zo mag je niet denken. Ik pin het bedrag en wil de tent verlaten. Maar dan opeens. Kom ik een bekende tegen.
     “Hoi”, zegt de jongen, of man hoe je hem wilt noemen.
     “Hoi”, zeg ik.
     “Wat doe jij hier?” vraagt hij. Het is de jongen van de meditatiecursus. Die dertiger. Heb ik dat?
     “Ik kom wat drinken met jou”, zeg ik. Het is m’n bek al uit voor ik er erg in heb. Ritalin doet rare dingen met je.
     “Oh, haha, echt?” vraagt hij.
     “Nee natuurlijk niet”, lach ik. 
     “Oh okee …” Er valt een stilte. De jongen staat onhandig naast me en ik heb ook geen idee wat ik moet zeggen.
     “Wat drinken dan maar?” stel ik voor. Dit is niet tegen dovemansoren gezegd en de jongen gaat aan de bar zitten. Ik schuif ook aan.
     “Zo, en bevalt je meditatiecursus?” vraagt hij.
     “Nou ik moet er even inkomen”, lach ik onhandig.
     “Dat had ik al door.” De jongen begint weer op diezelfde korte en harde manier te lachen als hij tijdens de meditatiecursus deed. Hij ziet me denken en vervolgt snel: “Ja sorry hoor, maar ik moest zó om je lachen! Je hebt geen idee hoe grappig je bent.”

Het is inmiddels het einde van de middag en we nemen nog een biertje. Ik schat onze vierde en ze hakken er best in, zo na het feest van gisteren. De vrouw die werkte is weg en er is nu een barman. Een gezellige vent hoor, maar wát een oud wijf. Telkens als we een biertje bestellen blijft hij net iets te lang staan om een gesprekje aan te knopen.
     “En wat doe jij in het dagelijks leven?” vraagt de dertiger nadat hij me verteld heeft dat hij in de zorg werkt.
     “Ik werk in een kroeg.”
     “Een kroeg?” 
     “Verbaast je dat?” vraag ik.
     “Ja een beetje.”
     “Hoezo?”
     “Nou, ik vind je meer een type voor op een kantoor of zo.” Ik zeg niks.

Ik vertel de jongen in welke kroeg ik werk en maak het verhaal iets mooier dan het is. Ik vertel natuurlijk niet dat ik zelf veel te veel zuip en dat ik een nogal bijzondere bazin heb. We praten en praten en de tijd vliegt. We gaan niet samen eten. Dat is me te duur en ik zeg steeds zo naar huis te gaan. Maar het blijft gezellig en m’n maaltijd is een schaal borrelhapjes met nog meer biertjes geworden. Ik had nooit verwacht dat iemand die mediteert ook zo van biertjes en ongezond eten houdt. (En er toch zo goed uitziet!) Ik mag hem wel. Z’n naam weet ik niet meer, maar die is vast mooi.
     “Ik ben even naar het toilet”, zeg ik deftig, op z’n niet-Arthurs. Ik ben niet mezelf maar dat komt nog wel.

Ik hang met kleine Arthur boven het urinoir te wachten tot de man naast me klaar is. Hij pist en hij pist. Ik ben nog lang niet van m’n pisangst af. Dan loopt hij naar het deel om z’n handen te kunnen wassen. Dat doet hij echter niet, maar hij vertelt me precies wat hij doet en hij blijft maar tegen me aan lullen.
     “Ja en dan check ik effe m’n haar, effe m’n kapseltje goed, en dan kijk ik in m’n ogen en dan denk ik: ja, je mag er best wel zijn”, gaat hij maar door. Ik probeer me te concentreren op het pissen, maar dat is me nogal moeilijk met deze patser bij me in de buurt. Zo’n grote jongen is het niet. Ik heb net het resultaat tussen z’n benen stiekem bekeken - zeg eerlijk mannen, dat doen we allemaal - en dat viel behoorlijk tegen.
     “Ja joh, helemaal goed”, stamel ik en het enige wat ik denk is: oprotten, ik moet pissen.
     “Maar ik was m’n handen niet hoor. Veel te veel gedoe”, brult de jongen. Hij slaat de deur open en verlaat de ruimte.

Net voor de jongen de ruimte verliet riep ik dat ik het met hem eens was. “Groot gelijk joh!” brul ik. Gevolgd door: “Maar ja, dat is met jouw formaat ook niet echt nodig” en eindelijk komt kleine Arthur op gang.
      “Heb je het naar je zin?” vraag ik de dertiger zodra ik weer bij de bar ben.
      “Jazeker. Jij ook? Ga je nog mediteren vanavond?” vraagt hij. Hij kijkt naar hoe ik ga zitten en hoe ik m’n biertje oppak. Ik merk dat ik wat minder vast op m’n benen sta, wat onhandig ga zitten en dat de handeling van m’n biertje oppakken, aan m’n mond zetten en weer terug op de bar plaatsen me nogal moeite kost en m’n bewegingen nogal wiebelen.
     “Nou ik weet het niet. Jij?”
     “Misschien wel.” Hij kijkt naar me. En ik herken de blik van een geile homo. En geloof me, dit is er een. 
     “Nou ik denk dat ik dan ook nog wel even mediteer …” zeg ik glimlachend. Het valt stil. Of de jongen vraagt zich nu af wat ik voor vreemde pipo ben, of de jongen denkt nu dat hij mogelijk beet heeft. Je weet het maar nooit. Naast me staat een groepje te brullen dat ze willen afrekenen. Waarom veranderen mensen die teveel gedronken hebben toch in beesten?

De middag wordt avond en de avond wordt steeds later op de avond. Ik heb nog nooit zo lang en zo gemakkelijk met iemand gepraat als met deze jongen.
     “Mediteren we bij jou of mediteren we bij mij?” vraag ik. De barman kijkt naar ons, hij hoorde me en vraagt zich duidelijk af waarover we het hebben.
     “Eh …” zegt de dertiger. 
     “Ik heb drank in huis hoor”, zeg ik. Of bluf ik. Ik weet het eigenlijk niet eens. Is er nog wat overgebleven van gisteren?
     “Nou we nemen er nog één en dan kom ik wat bij jou drinken”, zegt de dertiger. Een man naar m’n hart. De barman leunt op de tap en begint te praten.
     “Nou en dan komen ze wel eens hier en dan willen ze wat drinken, maar dan zitten ze de hele avond op één spa blauw. Ik bedoel: ja, waarom doe je dat dan in een kroeg?” Terwijl de barman het enorm eens met zichzelf zit te zijn drink ik gauw het laatste slokje uit m’n glas en zet het overdreven hard op de bar. De barman begrijpt m’n hint niet. De dertiger heeft z’n glas nog halfvol. 
     “Ja het is wat”, zegt de dertiger. De barman blijft maar lullen. Ik pak weer m’n glas op en zet het nog een keer hard op de bar. De man heeft het weer niet door. Dan pak ik m’n glas en blijf hem net zo lang op de bar tikken totdat hij het doorheeft. Man, lul niet zo. Doe je werk.
     “Oh, wil je misschien een biertje?”
     “Hè hè …”

Ik heb de dertiger in m’n huis. Jawel, het is me gelukt. Of is het hem gelukt?
     “Biertje?” vraag ik. Dat ziet hij wel zitten. Ik verstop gauw een paar lege stripjes ritalin en pak een vol biertje uit de berg lege bierblikjes van het feest van gisteren. 
     “Kijk eens”, zeg ik en ik ga naast hem zitten. Ik zie de dertiger m’n appartement goedkeurend rondkijken. We praten. En we praten. En ja, we praten. Man, hij blijft maar lullen. Maar ik vind het interessant. Echt interessant. Ik weet niet wat deze jongen heeft, maar hij heeft iets magisch over zich. Ik kan wel uren naar hem luisteren. Arthur is er van onder de indruk. Geloof me. Ik kijk uit naar de eerstvolgende meditatieles. ;)


Vervolg: Column 96 - Meditatiecursus - vervolg

Online: 31 januari 2018

De dertiger is er ook. Ik weet nog steeds z’n naam niet, maar ik weet zeker dat we nog wat gaan drinken na de cursus.

  Like en blijf op de hoogte!