Je bent hier: Home > Columns > Column 90 - Coffeeshop

Column 90 - Coffeeshop

Op de uitkijk bij de coffeeshop. Dit wordt hilarisch!

Datum: 10 januari 2018

Leestijd: +/- 6 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Ik pak gauw m’n fiets en ga naar de desbetreffende coffeeshop. Ik kijk naar alle voorbijgangers om te zien of de lelijke halfdertiger er tussen zit. Nog geen succes. Hij zal toch wel komen? 

Na zo’n tien minuten, hooguit een kwartier, zie ik hem aan komen. Hij is in het echt nog lelijker dan op de foto. Maar dat gebeurt natuurlijk wel vaker met online dating. Ik heb geleerd van het ergste uit te gaan want dan valt het in de praktijk altijd mee. Nou ja, bijna altijd dan.

De man gaat naar binnen en ik kan zo vanaf de overkant net door het raam kijken. De man staat te praten - hij zal wel vragen of hij naar de wc mag - en ik zie hoe de jongen die ik van het toilet ken met z’n armen gebaart richting de toiletten. Hmm, is m’n grap wel geslaagd? 

Een kleine vijf minuten later komt de man weer naar buiten. Geen spektakel, geen humor, niks. Wat een dooddoener dit.

Die avond
Dave. Of ik mee wil stappen. Ik twijfel heel erg, maar wil wel eens proberen om zonder alcohol uit te gaan. We spreken af bij zijn huis.
     “Jo man”, zegt Dave en hij komt met twee bier aangelopen die hij op tafel zet. Hij wil de mijne openen maar ik zeg niet te hoeven. “Wat? Ben je ziek of zo?”
     “Nee, goede voornemens”, stamel ik onzeker. Debiel hè? Dat je je moet verantwoorden als je níet drinkt. Dat zou toch andersom moeten zijn?
     “Ah kom op man. Saai.”

De avond verliep nogal traag en ik heb eigenlijk helemaal geen zin om naar de stad te gaan. Maar toch ga ik mee. We staan inmiddels in een kroeg waar we vaker komen en het is bomvol. Nu vallen me alle luchtjes, de warmte, de drukte en het gezuip eigenlijk pas echt op. Wat is het toch onnozel om jezelf te pletter te zuipen, samen met honderd anderen in een kroeg die stinkt en waar het bloedheet is.
     “Ik ben effe naar de wc”, zeg ik tegen Dave, die staat te dansen en te springen bij de bar.
     “Wat?!” brult hij.
     “Even naar de wc!”
     “Watte?!” 
     “PISSEN!” brul ik keihard. Op dat moment was de muziek net even rustig. Drie gezichten gaan mijn kant op en een vierde schudt nee. Gênant. Het groepje erachter begint naar me te joelen.

     “Joo man!” brult iemand vanaf de urinoirs. “Alles lekkâh?!” Hij houdt met z’n ene hand z’n kleine jongen vast en met de andere klopt hij op m’n schouders. Ik moet nog even bedenken wat ik hier van vind.
     “Eh ja hoi.” 
     “Wat een feest, hè?!” Het is een soort enthousiast-brullende Dave, maar dan bijna een keer zo lang. Jezus wat een reus is dit. Ik haal kleine Arthur tevoorschijn en sta naast de jongen in een poging tot pissen.
     “Ja mooi man”, zeg ik ongemeend. Ik vind er geen reet aan. Wat had ik nu graag zo’n tussenschot gehad. Dan was er iets meer privacy geweest. De jongen naast me haalt steeds z’n neus op en blijft maar tegen me lullen. Hou je kop toch eens, ik probeer me te concentreren. Hoe meer ik me focus op dat ik moet pissen, hoe minder ik het gevoel heb dat het gaat lukken. Denk aan iets anders Arthur. Denk aan iets leuks. Het eerste wat me te binnen schiet is seks. Keiharde kontseks. Zonder dat het gênant wordt. Wat het in de praktijk vaak wel is, maar dat terzijde. Het werkt niet bepaald bevorderlijk. De grote vriendelijke reus naast me blijft maar zeiken. In beide betekenissen van het woord. Wanneer is hij eens klaar? Zou het hem opvallen dat ik nog steeds met kleine Arthur boven het urinoir zweef zonder echt te pissen? Vast niet. De reus houdt eindelijk even z’n kop en kleine Arthur begint. Het resultaat is teleurstellend: een laf pisstraaltje, gevolgd door drie druppen, waarvan een op de rand. Godsamme. 
     “Nou gast, zet ‘m op!” zegt de GVR. Hij heeft het dus wél door.
     “Als jij nou effe je kop houdt”, zeg ik lachend. Ik zie hoe de GVR z’n lul afklopt en terugstopt. Ik kon de grootte niet zien maar uit de beweging kan ik opmaken dat het tegenvalt in verhouding met z'n lichaamslengte. Hij loopt langs de spiegel en wast godzijdank z’n handen niet. Anders was hij hier nog langer. Kleine Arthur komt op gang. Eindelijk.
     “Jooooooo!” brult iemand anders die net binnenkomt. En over is het weer. Kleine Arthur kijkt me een keer kort aan, bedenkt zich geen seconde en kruipt terug in z’n schulp. Bang dat ik door de moeite mezelf over m’n schoenen heen zal zeiken kies ik er voor om thuis maar te pissen. Met alcohol op gaat dit toch een stuk makkelijker. Dan ben ík degene die iedereen aanklampt en maar blijft lullen terwijl kleine Arthur als een koning tekeergaat. Bizar.

Ik heb de avond uitgezeten tot half drie en toen gezegd naar huis te willen. Dat vond ik wel een gangbare tijd en Dave heeft toch een meisje leren kennen dus hij vermaakt zich wel. Ik piep er tussenuit.

Thuis op de bank sla ik het boek over stoppen met roken open. Al gauw besef ik dat als je na een stapavond met een boek op de bank belandt, alleen de thee nog ontbreekt en je leven wel degelijk over is. Ik blader door het boek en heb weinig concentratie om te lezen. Ik kom terecht op pagina 121, hoofdstuk 34. Het hoofdstuk heet ‘Eén trekje maar…’ en ik denk gelijk al weer aan seks. Hoezo weet ik altijd alles om te buigen naar seks? Ben ik zo’n smeerpijp of hoort dat gewoon bij m’n leeftijd?

Ik krijg sterk het gevoel dat dit boek gelul is. Het is ouderwets - dat zie ik aan het lettertype - maar ook erg overdreven. Termen als ‘zelfgekozen slavernij’ en bedragen als ‘100.000 euro’ vliegen me om de oren. Ik open m’n laptop en surf op zweverige dingen als ‘meer rust in je hoofd’ en 'mindfullness'. Misschien moet ik eerst meer rust in m’n hoofd creëren zodat ik niet hoef te drinken of te roken om te kalmeren? Of is dit dan ook weer slap gelul?

‘Volg deze zes stappen om minder te doen!’ Serieus? Je wilt toch júist mínder doen? Okee, ik ga naar bed.

De volgende ochtend
Ik ben vroeg wakker. Maar bijzonder fit. Ik til m’n hoofd van m’n kussen in afwachting van het enorme gebons dat zou opkomen. Maar dat bleef uit. Wauw, dit is goddelijk.

Desondanks duurt de dag best lang. Ik lees wat en ik kijk wat Netflix en eet de hele dag restjes. In het boek staat dat je moet doorroken terwijl je het leest. Maar ja, ik rook nu al een paar dagen bijna niet en dat wil ik dan ook weer niet opgeven. Ik kijk m’n kamer rond. Er is geen volle asbak te bekennen - want die had ik bewust allemaal geleegd omdat ik anders vieze peukjes ga aansteken om er een kort hijsje van te nemen en vervolgens m'n bek te verbranden. Ik vind het een rommelige periode, zo na de feestdagen. Hoe krijg ik nou die rust in m’n kop?

Graag zou ik deze tamelijk korte column afsluiten met zowel goed als slecht nieuws. In schrijven heb ik weinig zin vandaag en veel inspiratie heb ik op het moment ook niet. Kut hoor, maar ik ga er vanuit dat dat gauw weer komt!

Nou okee, komt-ie: ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws.

Het goede nieuws is … ik nog een heleboel ritalin. En ja, dat is dan eigenlijk ook alweer het slechte nieuws.


Vervolg: Column 91 - Opruimen!

Online: 13 januari 2018

Want ze zeggen: een opgeruimd huis betekent een opgeruimd hoofd. Ik ben benieuwd.

  Like en blijf op de hoogte!