Je bent hier: Home > Columns > Column 88 - Oud & nieuw bij Dave

Column 88 - Oud & nieuw bij Dave

“NEE niet die spiritus!” roep ik nog. Te laat. Gelukkig nieuw jaar!

Datum: 3 januari 2018

Leestijd: +/- 8 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Eigenlijk nog brak van gisteren zet ik m’n fiets achter het huis van Dave. Ik hoor de muziek al. M’n sigaret pleur ik in een plantenbak met een dooie plant en ik loop naar binnen. Ik heb gisteren toch nog gewerkt bij Sien. Na sluit deden we nog een paar borrels. Geen idee hoeveel. Vanavond ga ik oud en nieuw vieren bij Dave. Het is kwart over negen. Ik kwam de bank maar met moeite af en had eigenlijk totaal geen zin.
     “Halloohooo!” roep ik. De muziek is onvoorstelbaar hard nu ik binnen ben.
     “Jooooo!” roept een aangeschoten jongen die me voorbijloopt. Ik ken hem ergens van. Hij doet onder het lopen al z’n broek open en snelt naar de wc. Vlak voor de wc-deur valt z’n broek op z’n enkels. Interessant. Even twijfel ik of ik mee zal gaan om ‘m te helpen. Maar ik houd me in. Voorlopig dan. Hoe dichter ik bij de kamer van Dave kom, hoe harder de muziek wordt. Ik hoor mensen praten, schreeuwen, meezingen. Ze lullen allemaal door elkaar heen. Vlak voor ik binnenkom hoor ik iedereen bulderen van het lachen. Blijkbaar heeft iemand een goeie mop verteld.
     “Goeiedag!” roep ik amicaal zodra ik binnenkom. De groep valt stil, neemt me van top tot teen op en ik hoor geroezemoes. Geen idee waarover ze het hebben, het zal wel. Ik kijk de kamer rond. Geen zitplek. Dave is ook nergens te bekennen. 
     “Jo!” roept een meisje. Ik ken haar nog van een vorig feestje. Van haar kreeg ik cocaïne op het balkon. Het wordt weer zo’n avond, ik voel het.
     “Iemand Dave gezien?” vraag ik.
     “Dave is effe weg”, zegt een voor mij onbekende.
     “Waarheen?”
     “Hij moest effe wat halen”, zegt de onbekende terwijl hij z’n vinger langs z’n neus haalt en gulzig zuurstof naar binnen snuift. Mij is bekend wat hier bedoeld wordt, jou ook?
     “Doe mij effe dat krat”, zeg ik. 

Een klein half uur later komt Dave binnen gestrompeld. Hij heeft duidelijk al genoeg op. De groep gaat over op applaus zodra Dave een zakje met wit poeder tevoorschijn haalt. Hij pakt een lepel van z’n bureau, haalt hem met de achterkant door het zakje en neemt een flinke snuif. Ik wil me nergens mee bemoeien, maar dit was vrij veel.
     “Jooooooo man!” roept hij uitbundig. Ik sta op van het lege krat waar ik op zat en begroet hem. Oh ik ben hier nog te nuchter voor. 
     “Dave”, zeg ik bescheiden. Dave is alles behalve dat en komt naar me toegelopen. Hij omhelst me flink. “Feest vanavond man, feest!” Ik voel aan z’n manier van doen dat hij niet vast op z’n benen staat.
     “Doe mij eens”, zeg ik. Dave weet gelijk wat ik bedoel, geeft me het zakje en ik doe m’n ding.

Ik moest er even inkomen, maar zit ondertussen aan m’n zesde biertje en na zo’n avond bij Sien, ben ik al gauw aangeschoten. Het is over elf. Nog drie kwartier. Oud en nieuw vind ik altijd geweldig. Je zit de hele avond die klok in de gaten te houden en om twaalf uur breekt de pleuris uit. Ik heb het alleen nooit met studenten gevierd. Maar nu kan ik je zeggen dat het me bevalt.

Beneden zijn een paar vuurwerk aan het afsteken. Spatten vuur en harde knallen bereiken de kamer van Dave. Er wordt groots gesproken over al het aangeschafte vuurwerk. Ik kan me er geen hol bij voorstellen. Waarom zou je in godsnaam honderden euro’s besteden aan iets wat je in de fik steekt? 

Dan gaat een groot deel van de groep naar beneden. Ik besluit om toch even mee te gaan. Beneden staat een vuurkorf te branden en er steken twee jongens vuurwerk af. Het is mooi hoor, ik geniet er altijd van. Maar het zelf afsteken vind ik niks. De resten van het vuurwerk worden in de vuurkorf gegooid. Hij brandt flink. Dan komt Dave aangelopen met een pleerol. Ook die gaat erop. De een lacht nog niet harder dan de ander. Het volgende is een theedoek. Hij vat vrij snel vlam en de groep heeft het niet meer. Iedereen is aan het nadenken wat er nu opgegooid kan worden. Een van de jongens loopt te klooien bij een fiets. Het is vrij donker op dat deel dus ik kan niet zien wat hij pakt. Even later komt hij aanzetten met een fietstas.
     “Nee! Dit kan je niet maken!” brul ik, terwijl ik keihard moet lachen om het feit dat hij überhaupt op dit idee is gekomen.
     “Oh jawel!” roept de jongen vol zelfvertrouwen, en met een sierlijke zwaai belandt de roze fietstas in de vuurkorf. Het vuur lijkt wat te doven.
     “Daar weet ik wel wat op.” Dave loopt naar de keuken en komt terug met een fles. Hij draait de dop eraf.
     “NEE! Niet die spiritus!” brul ik. Dit gaat fout. “Dave!” roep ik nog, maar het is al te laat. Een enorme steekvlam verlicht de achtertuin en iedereen brult het uit. Nog een scheut, en nog een. Er belandt wat spiritus op Daves schoen en al gauw staat dat in de fik. “Stoppen Dave! Dit gaat fout!” roep ik, terwijl ik het vuur op z’n schoen doof. Dave houdt de fles omhoog en werpt hem zo in de vuurkorf. “Klootzak! Stop nou!” roep ik en ik neem afstand. De fles ontploft, er spuit brandende spiritus door de lucht en een fiets vat vlam. Ik zie hoe het fietszadel in de fik staat. Een jongen trapt de vuurkorf om en nu ligt de tuin bezaaid met brandende resten, die - tegen mijn verwachting in - vrij snel doven.

Terug in huis
     “Vijf”, begint de groep in koor te brullen. “Vier” Iedereen doet wat: de een trekt gauw nog een biertje open, de ander kauwt de laatste hap oliebol weg en dan is het zover. “Drie! Twee! Eén!” Iedereen barst in brullen uit. Ze omhelzen, zoenen en knuffelen elkaar en wensen elkaar het allerbeste. Dave springt me op de nek en geeft me zelfs een zoen. 
     “Gelukkig nieuwjaar, lul!” roept hij. Ik pak m’n biertje en zuip hem in een teug leeg. Dan voel ik opeens een doffe dreun in m’n nek. En nog een. En nog een. Net op het moment dat ik dacht dat dit míjn jaar zou worden, draai ik me van schrik om. Wat is dít nu weer? Ik zie een stofwolk van poedersuiker en er wordt een vierde oliebol naar ons gegooid. Die raakt Dave vol op z’n voorhoofd en ik zie het vet over z’n gezicht lopen.
     “Kappen!” brul ik. “Kappen!” Ik kijk naar m’n shirt, voorzien van vetvlekken en een witte waas van poedersuiker. Godverdomme. Waar is die schaal! Ik grijp drie oliebollen en werp ze met volle vaart naar de dader. Dat had ik niet moeten doen. Je zou verwachten dat Dave hier een stokje voor zou steken. Ik bedoel: het is tenslotte zijn huis. Maar alles behalve. Dave maakt zich niet druk, begint keihard te lachen en pakt de schaal chips die bij hem in de buurt staat. Hij gooit de inhoud richting de groep en vanaf dan is het complete chaos. Oliebollen, chips, koeken, appelflappen, resten drank, lege bierblikjes en een complete partymix vliegen door de kamer. Wát een teringzooi.
     “Godverdomme!” roep ik terwijl ik de poedersuiker van m’n shirt klop.
     “Ah, jij bent toch niet vies van een poedertje?” vraagt Dave lachend. Hij reikt me z’n zakje coke aan. Hij heeft gelijk, ik ben er niet vies van.
     “Sambuca! Sambuca! Sambuca!” begint de groep te brullen. Oh ja, die traditie hebben we ook nog. Dave verlaat de kamer en even later komt hij terug met een paar flessen sambuca. We doen het traditionele drankspel voor de stad in gaan.

Van de twaalf mensen zijn er acht die gaan stappen. We fietsen richting de stad en ik zeg eerst even langs m’n huis te willen om me om te kleden. We gaan via de kroeg van Sien naar binnen. 
     “Goeie god, wat zie jij eruit!” roept Sien naar me. Ik bekijk m’n kleren en ik snap haar opmerking precies.
     “Tja … feestje”, zeg ik lachend. De jongens en meiden die met me mee zijn hangen direct aan de bar. Niemand heeft oog voor m’n appartement. Maar dat komt nog wel een keer.

Omgekleed en wel sta ik met die gasten te brullen aan de bar. Ik heb het vermogen niet meer om in te schatten wat Sien hier van vindt, maar dat kan me ook niet zoveel schelen. De jongen die aan het begin van m’n avond naar de wc liep - met z’n broek op de enkels - staat bij me. Hij is dronken. Hij vertelt dat hij in de coffeeshop in de stad werkt. Dáár ken ik hem dus van. We lijken wel een beetje op elkaar qua uiterlijk. Qua innerlijk gelukkig niet.
     “Vond je wel geil hè? Om me zo te zien”, zegt hij uitdagend. Ik weet niet zo goed wat ik hier mee moet. Meent hij dit of is hij gewoon te dronken?
     “Absoluut”, zeg ik, al bier hijsend. 
     “Dat dacht ik wel.”
     “Ik had je best even willen helpen hoor”, zeg ik uitdagend terug. De jongen lacht wat. Zo knap is hij niet, maar ik bedoel: daag me niet uit …

Sien draait haar smartlappen en de sfeer is top. Ik heb geen idee hoe laat het is. De kroeg staat blauw van de rook, ik heb het gezellig met stamgasten die ik inmiddels ken van het werken bij Sien, maar ga dan al gauw weer terug naar de groep. Het is ook zo ongezellig om niet met hen om te gaan op zo’n avond.
     “Ik ben effe pissen”, zegt de wijsneus van het begin van de avond.
     “Succes”, zeg ik. Ik wacht even tot hij bijna bij de wc’s is en dan loop ik naar hem toe. 
     “Huh?!” roept hij. 
     “Ik moest je toch helpen?” vraag ik onschuldig.
     “Oh” zegt hij ontdaan. Hij trekt z’n broek weer op, maar ik laat het er niet bij zitten. Z’n lul hangt half uit z’n boxer en ik probeer z’n maat in te schatten. Het valt eigenlijk een beetje tegen. Ik schat zo’n twaalf centimeter, maar ik doe het er maar mee. Ik ga op m’n knieën en doe waar ik goed in ben. “Gast!” brult hij.
     “Ontspan nou …” zeg ik. “Je gaat er van houden, geloof me.” 

Een paar minuten later (zo snel gaat dat bij die schijnheilige hetero’s) sta ik weer aan de bar. De jongen blijft bij me uit de buurt en zodra Dave een rondje shotjes besteld voor de hele groep om met z’n allen te proosten, kijkt de jongen me vuil aan.
     “Ah, dat was helemaal kut joh. Ik ben geen homo hoor!” roept hij.
     “Nee joh, dat weet ik toch. Proost hè?!”


Vervolg: Column 89 - Goede voornemens

Online: 6 januari 2018

Stoppen met roken, sporten oppakken, niet meer drinken; ik pak ze gewoon allemaal aan. Ik word een ander mens!

  Like en blijf op de hoogte!