Je bent hier: Home > Columns > Column 85 - Dave niet gecharmeerd

Column 85 - Dave niet gecharmeerd

Dave over de zeik omdat ik op mezelf ga wonen. “Hoe moet ik het nu allemaal betalen dan?” bleef hij roepen.

Datum: 23 december 2017

Leestijd: +/- 6 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

     “Jo man, goeie kerst, hè? Lekker zuipen en ik zie je volgend jaar weer man”, zegt Dave. Oh ja. Kerst. Geen idee wat ik ga doen.
     “Ja dank je. Jij ook”, zeg ik. Dave dondert z’n weekendtas op de overloop, dumpt z’n sigaret in de asbak in z’n kamer en loopt naar de trap. “Oh Dave?” zeg ik. Hij draait zich om kijkt naar wat ik wil. Ik moet het hem vertellen.
     “Ja wat?”
     “Ik ga op mezelf wonen”, zeg ik. Ik draai met m’n voet over de vloer en weet niet wat ik verder moet zeggen. Ik neem zijn reactie in me op.
     “Wat?! Gast!” roept hij verbaasd. Hier was ik al bang voor.
     “Ja, ik kan boven dat café wonen en het kost me geen drol”, zeg ik.
     “Ja, hoe moet ik het nu allemaal betalen dan?!” roept hij. Alsof dat het belangrijkste is. 
     “Leuk Arthur, moet je doen! Je eigen appartement, gaaf joh!” zeg ik cynisch. 
     “Ja maar hoe moet ik het betalen in m’n eentje?” 
     “Weet ik niet. Ik kan huursubsidie krijgen, jij toch ook?”
     “Ik zie je volgend jaar”, zegt hij beledigd. Hij doet de band van de weekendtas beter om z’n schouder en gaat de trap af.
     “Dave!” roep ik. Hij reageert niet, mist een paar treden maar herpakt zich en loopt met een zachte ‘godverdomme’ de trap af. Ik ga weer naar m’n kamer. Nou, nu heb ik dus helemaal niemand meer. Het is weer gelukt. Ik zet koffie en kijk op m’n telefoon. Geen app’je, Facebook stelt geen reet voor en ik heb zelfs geen spam in m’n mailbox! Geloof me, zodra je de spam gaat missen word je echt eenzaam. Ik pak m’n laptop en open een website met keiharde porno. Het is goed zoeken, maar als je de juiste previews hebt, beleef je er net zoveel plezier aan. De hoogblonde komt bijna tot z’n hoogtepunt maar dan verschijnt er een scherm met dat het $ 4,99 kost om de hele video te zien. Dat vertik ik, ik bekijk hem opnieuw en scheur een stuk papier van de keukenrol. Ja klopt, ik ben zo’n stakker die zich afrukt op previews omdat hij te zuinig is om ervoor te dokken. De hoogblonde komt weer bijna tot z’n hoogtepunt en kleine Arthur stelt het wel degelijk op prijs. Ik start hem opnieuw en opnieuw, en net voordat kleine Arthur zich vol overgave wil overgeven … gaat m’n telefoon. Kak! Een inkomende oproep. Van m’n moeder. Gód-ver-domme. 
     “Hoi”, zeg ik met een overslaande stem en met een zwans tussen m’n benen waar menig jongeman trots op kan zijn.
     “Hoi Arthur, mam hier”, zegt ze vrolijk. Ja, dat had ik al door. Het geluid van die hoogblonde die bijna op z’n hoogtepunt komt voordat het scherm op 4,99 gaat, klinkt uit m’n laptop. Ik klap hem gauw dicht en ga er vanuit dat m’n moeder het niet gehoord heeft. “Even over de kerst,” begint ze. “Je komt toch wel naar huis, hè?” Ik voel irritatie gemengd met opluchting dat ik de kerst niet alleen hoef door te brengen, en ik zucht. M’n lul krimpt en ik gooi het stuk keukenpapier in de met bierblikjes uitbuilende prullenbak.
     “Eh … ja tuurlijk”, zeg ik. Ik vraag me af of ik met kerst niet moet werken. 
     “Wanneer ben je hier?” vraagt ze. “Dan maak ik wat lekkers voor je.” Ik denk weer aan die hoogblonde, maar dat moet je niet doen als je met je moeder aan de telefoon hangt. Nu voel ik me nog een viespeuk ook. 
     “Ik ga vandaag even vragen wanneer ik moet werken en dan hoor je het nog, okee?” zeg ik. Ondertussen zoek ik in m’n tas naar ritalin en ik vind een stripje met nog acht er in. Daar kom ik de dag wel op door.
     “Waarom ben je toch altijd zo traag met dit soort dingen. Ik moet toch weten wat ik in huis moet halen? Want het is stervensdruk bij de supermarkt. Al die mensen met karren, afgeladen met veel te duur eten. Waarom doen we het eigenlijk allemaal toch, jongen?” M’n moeder steekt een verhaal af waar ik niet op zit te wachten.
     “Mahammm!” roep ik. Ondertussen klem ik de telefoon tussen m’n wang en schouder en breek een ritalin in vieren. Ik gooi hem in het vaste schaaltje dat ik ervoor gebruik en vermaal het met een lepel.
     “Laat maar horen Arthur!” drukt m’n moeder me op het hart. 
     “Is goed. Dag mam.”
     “Dag jongen.” Ik snuif de ritalin en ga douchen. 

Tegen de middag loop ik het café van Sien binnen. Ze zit te roken aan de stamtafel en veegt het net gevallen as van het donkerrode, ouderwetse kleedje. 
     “Godverdomme, weer een brandgat”, hoor ik haar mompelen. “Oh hoi, Arthur!” zegt ze vrolijk.
     “Hé Sien”, zeg ik geanimeerd, met een gekopieerd Amsterdams accent.
     “Gaat zitten jongen, dan krijg je d’r een van me!” zegt ze jolig. Ze tapt een biertje en schenkt zichzelf een sherry in. “Je komt zeker voor hierboven?” vraagt ze. “Ik schrok me de tyfus vanmorgen van je telefoontje joh!” We lachen beiden hard. 
     “Klopt. Ik doe het. Ik heb het uitgezocht en ik kan huursubsidie krijgen”, zeg ik. Overbodige informatie. Alsof zij hier op zit te wachten.
     “Kijk maar hoe je het doet jongen. Je kunt er zo in”, zegt ze. 

We praten over het appartement en ik zeg er nog een keer te willen kijken. Dat was goed. Nu ben ik er alleen. Sien bleef in het café. Het ruikt er wat muf en het is er koud. Er kunnen weinig ramen open en ik denk dat die lucht er nog wel even in blijft hangen. Maar het is goed. Ik denk dat ik me hier wel thuis kan voelen. 
     “Nou, ga je je spullen halen?” vraagt Sien zodra ik beneden kom.
     “Nou niet zo snel. Ik kom wonen na de kerst. Goed?”
     “Dat is goed jongen. Daar proosten we op.” Ze heeft alweer een nieuwe ronde neergezet. We drinken er nog een paar en ik vraag of ik met kerst moet werken. Dat hoeft niet, vertelde ze. Nou lekker dan. Dan zit ik dus de hele kerst super burgerlijk bij m’n ouders, mezelf boven op m’n te kleine kamertje te bevredigen met fucking preview-porno, en mezelf bij m’n moeder te verdedigen waarom ik geen colbertje - of op z’n mist een kersttrui - aan heb. Gadverdamme. 

Op de fiets bel ik m’n moeder. 
     “Zal ik nu naar jullie toekomen?” vraag ik.
     “Nu? Eh ja, dat is goed!” Ze klinkt verbaasd maar vrijwel direct opgewekt.
     “Nou dan pak ik zo de trein.” 
     “Dat is goed jongen. Ik ben benieuwd hoe het echt je gaat. Je werk enzo”, zegt ze. Er valt een stilte. “Tot straks jongen.”
     “Tot straks mam!” Het valt me op dat ze wel erg vaak ‘jongen’ tegen me zegt. Eigenlijk is ze gewoon een soort Dave. Alleen m’n moeder denkt in ‘jongen’ en Dave in ‘man’. Ach, zo hebben we allemaal wat. Zo denk ik altijd in ‘hoogblonde jongen’.

Ik fiets naar de Jumbo, haal er drie grote pakjes sigaretten en vier sixpacks. Daarmee kom ik de eerste dagen wel door. Thuis stop ik ze onderin m’n grote tas en gooi er wat kleren en andere spullen bovenop. M’n vader haalt me van het station en we rijden naar ons huis. We zeggen niet veel tegen elkaar, maar het zit wel goed. M’n vader zet de auto in de garage en biedt aan m’n tas voor me te tillen. Geschrokken pak ik gauw de band van de tas en til hem uit de auto.
     “Nee lukt wel joh”, zeg ik. We roken een sigaret en we gaan naar binnen. Ik ruik de geur van versgebakken koekjes en het is warm binnen.
     “Hoi schat, wat ben ik blij je weer te zien. Leuk hoor, dan gaan we samen kerst vieren. Je oom en tante komen ook.”
     “Tante Betsie?” vraag ik geschrokken. Gelijk zie ik het beeld van een mollige vrouw met dun grijs haar en een wrat met één haar erin op haar neus. Ze laat haar bezem altijd buiten staan, maar zodra het begint te vriezen moet hij naar binnen. Haar punthoed legt ze altijd bovenop de kapstok (geen idee waarom dat is) en haar lange jas vouwt ze één keer dubbel, waarna ze hem op een stoel legt. Nou okee, misschien sla ik nu wat door in m’n fantasie. Het is een best leuk stel, maar ze zijn zó godvergeten burgerlijk. Hij een slappe zak die volgens mij kneiterhard homo is en zij is een pinnig wijf dat overal wel iets van vindt.
     “Ja, gezellig, hè?” vraagt m’n moeder en ze begroet me met een zoen. M’n vader kijkt met een blik naar me die boekdelen spreekt. We precies denken hetzelfde. 
     “Enorm”, zeg ik, minder cynisch dan ik zou moeten doen. Ik zet m’n tas in de hoek en doe m’n jas uit. 
     “Ik zet koffie voor ons. Gezellig!” zegt m’n moeder enthousiast en ze staat al bij het koffieapparaat voor ze uitgesproken is. 
     “Ik zet even m’n tas op m’n kamer”, zeg ik terwijl ik m’n jas op de stoel pleur. Ik moet nu eenmaal prioriteiten stellen. 
     “Hang je wel even je jas op?” roept ze me na. Boven snuif ik gauw een nieuwe ritalin, zet het bier in m’n kast en ik ga weer naar beneden. Er staat inmiddels een dienblad met koffie en versgebakken koekjes op tafel.
     “Je hebt toch wel je kersttrui meegenomen hè?” vraagt m’n moeder serieus. 

Oh jezus, daar gaan we …

Vervolg: Column 86 - Kerst bij m'n ouders

Online: 27 december 2017

“Doe eens even je blouse en colbertje aan, Arthur”, zei m’n moeder. Eh … wat dacht je van “Nee”?

  Like en blijf op de hoogte!