Je bent hier: Home > Columns > Column 81 - Solliciteren

Column 81 - Solliciteren

Op zaterdagmiddag door de stad. Op zoek naar werk. Drama.

Datum: 9 december 2017

Leestijd: +/- 8 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Wanneer je een appel eet die naar augurk smaakt, dan is er iets mis. Just saying. Het regent. En dat in combinatie met natte sneeuw vind ik vrij kut. Maar goed, we gaan stug door. Ik spring op m’n fiets en ga naar het centrum. Twee geile kraaien vliegen achter elkaar aan en landen op een tak van een boom. Ik observeer dat, maar terwijl ik dat doe, knal ik zowat achterop een stoppende auto. Vreemd. Hoezo zijn kraaien in deze tijd van het jaar geil? Dat is toch meer iets voor het voorjaar? Nu kan ik een of ander zeikverhaal gaan beginnen dat de wereld naar de klote gaat en dat klimaat enzovoorts enzovoorts, maar daar begin ik niet aan want dat kan me eigenlijk geen ene hol schelen. 

Ik moet wat doen. M’n doelen zijn inmiddels uitgestippeld en ik ga solliciteren. Op zoek naar vacatures loop ik door het centrum. Dat is de missie van vandaag. Solliciteren. Totaal nieuw ook. Ik heb echt nog nooit gesolliciteerd. Ik kreeg altijd geld van m’n ouders of ik leen bij, zoals nu, maar tja … nu ik van m’n studie gekickt ben zal ik me op eigen houtje moeten redden. Ik loop een zijstraat in en kom op de grote markt. Er vallen me gelijk twee dingen op. of eigenlijk drie:

1. Het is godsgruwelijk druk
2. Ik vind er geen reet aan
3. Ik heb het steenkoud

Ik krap onopvallend aan m’n snikkel en kijk ondertussen in enkele etalages, op zoek naar bordjes met ‘personeel gezocht’ of iets van dat. Vannacht was het ook wat joh. Die date. God, hoe heet hij ook alweer! Ehm … John. Nee, Roy. Ja, Roy! Dat was het. Wát een lichaam. En dat kwam zomaar tussendoor. Dat kan ik dan ook niet helpen. Ik loop de H&M voorbij maar zie in m’n ooghoek een wit bordje. Ik loop terug.

'Personeel gezocht
Winkelmedewerker M/V’

Verder staat er niks. Daar heb je dus ook geen hol aan. Hoeveel uur? Welke dagen? Waarom? Hoe dan? Heb ik er zin in? Moet ik wel bij de H&M willen werken? Dat zijn enkele vragen die ik nu noem omdat ze in m’n hoofd komen opborrelen. Moet je bij de H&M willen werken? Dan kan ik zeker elke zaterdagochtend vroeg m’n nest uit omdat ik die gallige winkel zou moeten openen. Ik loop door met het eigenaardige idee dat iemand me gezien heeft en me zal vragen waarom ik m’n neus ophaal om bij de H&M te werken. Ik ga een zijstraat in en een aantal kroegjes. Geen van allen hebben een bordje bij de deur. Ik besluit er een binnen te gaan en ik ga aan de bar zitten. Het is een donker café en de sfeer bevalt me niet zo. Ik zou er zelf in elk geval niet komen. 
     “Ja?” klinkt van achter de bar. Een dikke ouwe man met dikke brillenglazen staat me aan te kijken. En dat is maf, want hoewel hij van die sterke glazen heeft, kijkt hij over z’n bril naar mij.
     “Doe maar een biertje”, zeg ik.
     “Legitimatie?” vraag hij stug. Aan de klantvriendelijkheid kan hier nog wel wat gedaan worden. Ik toon hem m’n legitimatie en stop hem terug in m’n portemonnee terwijl ik hem het biertje op de bar zie zetten. Er zit een oude vrouw in de hoek die af en toe naar me kijkt en aan de andere kant - aan de gokkast - zit een compleet getatoeëerde man met lang haar in een staart. En een baard. Die heeft hij ook. Ik schraap m’n keel, neem m’n slok en ik kijk vanuit m’n glas de ruimte rond, om te zien of er ergens een asbak op tafel staat. Nergens dus.
     “Zo. En wat kom jij hier doen?” vraagt de man.
     “Ik zoek werk.”
     “Werk? Studeer je niet?” vraagt hij nors. 
     “Nee.”
     “Ah we hebben er weer eentje Nel!” roept de man. “Hier! Hij studeert niet en wil hier komen werken.” De vrouw draait zich om en de ruimte wordt gevuld met een enorme schaterlach, gevolgd door een kapotgerookte stem die zegt dat ze het helemaal kut vindt. Ik drink gauw m’n biertje op en verlaat de kroeg. 
     “Bedankt!” roep ik en loop naar de deur.
     “Wacht even jongen!” roept de man. Hij komt achter me aan met een formulier. Ik kijk ernaar. Het is een sollicitatieformulier. 
     “Bedankt”, zeg ik. Ik loop verder en gooi de deur achter me dicht. Ik loop door. Ga een andere zijstraat in en vind dus helemaal niks. Ik kijk op m’n iPhone. Het is kwart over een. Dit wordt een lange dag. 

Die middag zit ik nog in een ander café waar ik gewoon achteraf aan een tafeltje zit bier te hijsen. Ik drink mezelf moed in, maar ik besef ook dat ik het eigenlijk niet kan maken om met een dranklucht om me heen bij een bedrijf aan te komen om te solliciteren. Maar omdat het leven nu eenmaal te kort is om alles in acht te nemen, ga ik er gewoon voor. Ik reken af en verbaas me dat ik toch al vijf bier verder ben. 
     “Bedankt!” roep ik, en ook hier smijt ik de deur achter me dicht. Ik hoor nog hoe de bel die boven de deur hangt tekeerging en ik loop door. Ik ga naar huis. Ik ben er wel klaar mee. Ik loop de straat uit en net op het laatste moment dat ik afsla om naar m’n fiets te lopen, zie ik dat er een handgeschreven papiertje aan de ruit van een donkerbruin café geplakt is dat ik nog nooit eerder heb gezien. Borrel bij Sien, staat er boven. Ik loop er langzaam langs en zie in een slordig handschrift dit staan:

Personeel gezocht
Drie avonden per week, tot sluit.
Meer informatie binnen.
Sien.

Ik kijk door het raam en zie daar een stevige dame achter de bar staan. De kroeg is leeg en wat me verder opvalt zijn de donkerrode kleedjes op de tafeltjes. Het doet me echt aan als een Amsterdams café. Er staan gokautomaten, een koperen biertap en er wordt binnen gerookt. Zal ik? Ik kijk naar het papiertje en dan naar binnen. De vrouw is inmiddels achter de bar vandaan gekomen en loopt nu naar de deur. Ik voel me opgelaten. 
     “Ken ik je helpe, jonge?” vraagt de vrouw met een enorm plat Amsterdams accent.
     “Nou ik zag dit papiertje …” zeg ik, ze onderbreekt me.
     “Ah jongen, kom effe binnen!” roept ze. En ze sleurt me nog net niet aan de arm naar binnen. “Ga zitten. Zo’n jongen als jij moet ik net hebben. Maar ja, je moet natuurlijk wel ervaring hebben, hè?” lacht ze. Ook deze dame heeft een enorm krakende stem en een hijglach. Ik ga zitten en voel me ongemakkelijk in deze situatie, maar ik voel me wel gemakkelijk bij deze vrouw. Kijk, normaal gesproken kom ik alleen in kroegen om me klem te zuipen en ben ik altijd met iemand, maar nu zit ik hier alleen en kan ik niet drinken. Ik doe m’n sjaal af en trek m’n jast uit. “Bakkie koffie?” vraagt ze.
     “Lekker.”
     “Ik ben Sien trouwens, zoals je misschien al dacht.”
     “Mij niet gesien, ik ben Arthur.” Ze snapt m’n grap niet en ikzelf eigenlijk ook niet. Wat zeg ik nu weer. 
     “Zo kijk es jonge,” zegt ze. Ze zet een kop koffie voor me neer en ze leunt met haar arm op de gouden biertap terwijl ze naar me kijkt. Ze pakt haar sigaret uit de goudkleurige asbak en kijkt naar me. Een sliert rook dwarrelt langs haar ruwe en verrimpelde gezicht en als vanzelf sluit ze een oog. “Wat is je ervaring?” vraagt ze.
     “Ik heb echt heel vaak gewerkt bij de sociëteit van de studie, dus ik red me wel’, lieg ik. Ze knikt alsof ze me begrijpt.
     “Socie watte?” vraagt ze hard. Ze begint te hoesten. “Wat is dat dan!”
     “Daar komen allemaal studenten van de opleiding en er wordt vaak geborreld.” 
     “Ah, zo” zegt ze. “Nou doe me maar effe je nummer, dan laat ik het je wel horen”, zegt ze. Ik heb er geen goed gevoel bij en dit wordt hem niet. Ik drink m’n koffie op - die eigenlijk nog te heet was - en ik verlaat het café nadat ik haar bedank. Ik loop naar m’n fiets. Een gevoel van balen en depressie komt over. Ik pak m’n pakje sigaretten en steek er een op. Voor ik naar huis ga fiets ik even langs de Jumbo, want anders heb ik er vanavond niet genoeg.

     “Bedankt”, zeg ik en ik steek het pakje in m’n zak. Ik draai me om om de Jumbo uit te lopen, maar dan sta ik oog in oog met Pieter, m’n oud-mentor. M’n hart slaat over. Als vanzelf bestudeer ik z’n gezicht op blauwe plekken, maar dat valt mee. Ik weet niet wat ik moet zeggen en datzelfde heeft hij volgens mij ook.
     “Oh hoi,” stamelt hij. “Arthur …”
     “Eh ja, hoi.” Het is even stil. Dan reikt hij z’n hand naar me uit. 
     “Het is goed. Zand erover.” Ik sta perplex. Natuurlijk ga ik akkoord en ik geef hem een hand, knik naar hem en verlaat de supermarkt met een vreemd gevoel in m’n maag. Ik heb het zojuist bijgelegd met iemand die ik op z’n bek sloeg, zonder eigenlijk een echt woord te zeggen. Vaag.

Ik steek een sigaret op en fiets rustig naar huis. Morgen weer een dag. Ik donder m’n fiets achter het huis, groet Dave en ga naar m’n kamer. Ik ben er klaar mee, ga zitten op m’n bureaustoel en voel dan pas hoe ongelooflijk moe ik ben. Ik haal m’n iPhone uit m’n zak, gooi hem op het bureau en ga achterover zitten. Dan begint m’n telefoon te trillen. Een onbekend nummer staat in beeld. Ik twijfel of ik moet opnemen maar doe het toch.
     “Met Arthur?”
     “Ja Sien hier. Eh … nog effe over vanmiddag. Je ken wat mij betreft komen. Maar dan moet je er wel morgen zijn. Dan zal ik je laten zien hoe het reilt en zeilt hier in ’t café en dan kan je vast wennen aan de stamgasten. Maak je borst maar nat jonge,” ze hijglacht nog een keer en gaat dan verder. “Je ken starten als glazenhalen. Morgen elf uur.” Het is al voor me besloten en daar hou ik niet zo van, maar ik ga akkoord. Want het lijkt er zowaar op dat ik een baan heb!
     “Dat is goed mevrouw”, zeg ik.
     “Sien gek, sodemieter op met je mevrouw!” 
     “Oh ja, dat is goed ehm … Sien. Bedankt. Tot morgen.” Ik hoor allerlei geluid door de telefoon. Volgens mij laat ze haar telefoon op de bar vallen. Ze vloekt een keer en dan gooit ze hem erop. 


Vervolg: Column 82 - Thuis-thuis

Online: 13 december 2017

M’n moeder van slag, m’n vader ziet er de lol wel van in. Als van ouds.

  Like en blijf op de hoogte!