Je bent hier: Home > Columns > Column 76 - Soa-kliniek

Column 76 - Soa-kliniek

Toch maar even heen. Het branden gaat niet over en ik blijf me niet fit voelen …

Datum: 22 november 2017

Leestijd: +/- 7 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Gisteren belde ik de GGD. Ik moet toch maar even heen. En het verbaasde me, want ik kan vandaag al terecht. Ik heb geen idee meer hoe lang het geleden is dat ik er was geweest voor die jeuk toen, maar toen moest ik volgens mij zo’n drie weken wachten. Gek werd ik ervan. Vooral van die jeuk. En dan te bedenken dat ik er met een simpele schimmelcrème vanaf was. Nu voelt het anders. M’n zakie brand als ik naar de plee ga en ik voel me niet fit. Ik heb wat zitten zoeken op internet naar symptomen van soa’s, maar als je daar te lang op doorzoekt lijkt amputatie nog de enige overlevingskans. Gekkenwerk. Ik lig languit op de bank te roken. Hij smaakt me niet. Voor geen meter. Het is de zoveelste al vandaag. Te smerig om door te gaan, te lekker om te stoppen. Rook jij? Herken je dat? Bende. Ik vind mezelf nog te jong om te zeggen ‘was ik er maar nooit aan begonnen’ maar toch doe ik het, let op: was ik er maar nooit aan begonnen. Ik druk hem uit en neem de laatste slok koffie en zet m’n lege beker op tafel. Ik ga met m’n hoofd op de armleuning liggen en kijk op m’n telefoon. Half tien in de ochtend. Jezus wat een leven. Naar school ga ik vandaag niet. Geen zin. Ik zak al gauw in slaap. Niks voor mij trouwens, om overdag te slapen. Normaal heb ik daar het geduld niet voor, hoe lui ik ook kan zijn. Ik begin te dromen. Erg gek te dromen. Ik was dronken, maar ook nuchter. Ik rookte erg veel en snoof af en toe een ritalin, gecombineerd met cocaïne. Dat vond ik wel een geslaagde combinatie. En dat allemaal terwijl ik een banaan eet en een appel snijd, omdat ik zogenaamd gezonder wil gaan leven. Ik schrik wakker van geluid, maar terwijl ik m’n kamer rondkijk, zak ik alweer in slaap. Nu is Sem er ineens. Hij is aan het koken. Spaghetti. Gadver, echt geen zin in. Ik schrik wakker van geluid en ik snak naar zuurstof. Huh? Snurk ik? Volgens mij schrok ik wakker van gesnurk. Fack nee! Ik pak m’n telefoon en zet de opnamestand aan. Ik snurken? Nee toch? Ik leg m’n telefoon naast me neer en ga weer met m’n hoofd op de armleuning liggen. Snurken is voor oude mannen. Ik niet. Kom op zeg, ik hoor goddelijk en aantrekkelijk te zijn als ik een one night stand heb. Ik hoor m’n date niet uit bed te ronken. Ik staar naar het plafond. Ik kan de slaap niet meer vatten. Lekker dan. Schapen tellen is cliché. Ik tel sigaretten. Het helpt niet. Biertjes dan. Twee vingers schuim, de rest het vloeibare goud. Twee vingers schuim, de rest het vloeibare goud. Twee vingers schuim … hé fack, een vlieg. Hoezo heb ik een vlieg in m’n kamer? Ik spring van de bank en mep hem met een schoen plat op m’n plafond. Kutbeest. Dan ruik ik het: m’n prullenbak. Die mag wel eens geleegd worden. Morgen. Hoe laat is het? Kwart over tien. Hmm. Om een uur moet ik bij de GGD zijn. Geen zin. Slapen wordt ‘m niet meer. M’n telefoon is bijna leeg. Waar is m’n oplader? Wat is het hier eigenlijk een tyfuszooi. Ik vind hem op m’n bureau, op een bord met curry-resten van de tosti van drie dagen geleden. Goor. Ik steek hem in m’n stopcontact en met het voornemen vanavond maar te checken door middel van een opname of ik snurk ga ik mezelf ontdoen van die gore lucht. Jep. Douchen dus.
     “Goedemiddag.” De blonde dame schudt me haar hand en gaat weer zitten. Ik ben zojuist binnengelaten door een soort van assistent. Denk ik. Ik heb geen idee hoe die rolverdeling hier is. Ik vind het maar niks, dat gekut aan zo’n bureau. Maar ja, ik ben dan ook een man van de praktijk. Anders zat ik hier niet. Goed, waar was ik. Oh ja.
     “Hé”, zeg ik. “Arthur.” 
     “Namen zijn hier niet belangrijk.” Oh ja. Mensen zeiken altijd over dat ze zich een nummer voelen, maar hier ben je letterlijk een nummer. Maar ik nu dit opschrijf bedenk ik me dat ik dit misschien al eens eerder heb geschreven. Geen idee. Alles loopt momenteel door elkaar. Het kan me niet schelen. Ik moet een vragenlijst invullen en die bespreek ik met het blonde mokkel achter het veel te oude beeldscherm. 
     “Kijk eens”, zeg ik en ik geef haar met een zwaai het formulier aan. “Ik hoop op een voldoende, anders moet ik kijken of ik het met een ander fack kan compenseren. Fack, snappie? Met een F en CK.” Ik kijk haar lachend aan maar trek dan gauw m’n gezicht weer in de plooi. Geen gevoel voor humor, dat is duidelijk. Stom wijf. Ze bekijkt me afkeurend na het zien van m’n hanenpoten op het formulier. Het is zo’n burgerlijk koormeisje.
     “Met hoeveel heeft u sinds uw vorige bezoek het bed gedeeld?” vraagt ze. Ik weet dat ze dat op deze manier vraagt omdat ze dat zo geleerd heeft. Dat voel ik. Leef toch eens mens. Ga leven. Stop met alles volgens het boekje te doen. Beter nog: laat je eens keihard in je reet neuken, zij met d’r ‘hoe heurt het eigenlijk’. Oh wat kan ik daar slecht tegen. 
     “Oh god, daar vraag je me wat.” Ik denk zichtbaar na en kijk in de lucht. “Tja, hoeveel waren dat er?” Ik houdt m’n vinger voor m’n mond en knijp m’n ogen tot spleetjes. “Arthur, Sem … en dan nog die ene, die van dat WC-hokje …” De vrouw kijkt me aan met een zeer afstandelijke blik. Begrijpelijk. Ik besef nu ook pas dat ik best voor lul sta met deze act. “Ik schat een stuk of tien”, zeg ik.
     “Goed …” De vrouw zucht diep en schrijft het op. “En met hoeveel was dat onveilig?” 
     “Ik schat de helft.” Weet ik veel.
     “Hmm hmm.” Ons gesprek duurt en duurt. Ik kom hier alleen maar voor die test. Ik hoef geen intake, een eng gesprek of vragenlijsten. Ik wil gewoon in dat buisje pissen, een wattenstaaf langs m’n hol halen en over een week de uitslag horen. Sodemieter op. Wat een bureaucratisch gezeik weer. Zelfs een soa krijg je niet zomaar. 

Het duurde even maar toen kreeg ik eindelijk het plastic - soort van - toilettasje met daarin de papieren en die bewuste buisjes. Al m’n scharrels schieten als een goedkope windows 95-filmtrailer door m’n hoofd. Een verpleegster, dronken in m’n bed, aangeschoten in de steeg en teut op de plee. Eigenlijk komt overal in mijn leven het woord dronken of aangeschoten in voor. Ik ben het inmiddels wel gewend. Van wie zou ik dat branderige gevoel gekregen hebben? Wie is op dit moment ook dankbaar als hij eindelijk klaar is met pissen? Ik heb geen idee. Ik heb Sem ook nog nergens over gehoord. Ik mag het toilettasje bij de balie inleveren of later komen brengen. Ik ga het invalidetoilet in en doe m’n ding. Ik voel me intussen kind aan huis. De vrouw van de balie knipoogde al naar me. Dirty old woman. 

Thuis
Ik heb een geanimeerd gesprek met Dave, maar veel verder komen we niet. Hij heeft geen bier in huis, en erger nog: hij heeft geen zin om te halen. Ik nog minder. Ik heb nog drie biertjes in m’n koelkast staan, maar dat zeg ik niet want anders heb ik vanavond te weinig. We bestellen een pizza en eten die op in de keuken. Dave is naar school geweest en staat er best goed voor. Ik heb geen idee hoe ik er voor sta. 
     “Jo man, ik ga naar m’n kamer”, zeg ik nadat ik, m’n laatste stuk pizza Hawaii naar binnen stouw. Dave kijkt me al kauwend met bolle wangen aan.
     “Nu al?” mompelt hij verbaasd. Er vloog een stukje uit. Ik zeg niks.
     “Ja man, ik moet nog bezig voor school”, lieg ik. Ik gooi m’n pizzadoos in de hoek en ga naar m’n kamer. Ik doe m’n muziek aan om te voorkomen dat Dave het gesis van m’n blikje bier hoort en trek er dus gelijk een open. Jezus, wat was ik hier aan toe. 

Drie biertjes later laat ik mezelf op bed vallen en ik kijk naar het plafond. Ik verveel me de tering en ik wil eigenlijk wel slapen. Vannacht was niet zo’n geweldige nacht, en die drie daarvoor ook niet. Op tijd pitten is misschien wel slim. Ik poets m’n tanden en ga in bed liggen. Oh ja, ik zou m’n geluid opnemen om te checken of ik snurk. Ik leg m’n iPhone naast m’n kussen en val al gauw in een diepe slaap.

De volgende morgen
Ik word wakker en kijk op m’n telefoon. Twee dingen vallen me op: 1. het is half acht, en dat is vrij laat voor deze slechte slaper. En 2. de opname loopt nog. Tegen mijn verwachting in. Ik had namelijk al verwacht dat de hardeschijf van m’n iPhone wel vol zou zijn. Ik zet de opnamestand uit en luister terug. In het begin hoor ik nog niks. Dat gaat goed. Ik luister verder in de opname en daar komt me toch een gesnurk tevoorschijn. Nee fack! NEE!!


Vervolg: Column 77 - Uitslag soatest

Online: 25 november 2017

Ik kreeg bericht van de GGD. Eerder dan gepland ook. En geloof mij: da’s meestal slecht nieuws …

  Like en blijf op de hoogte!