Je bent hier: Home > Columns > Column 72 - Hij wil niet weg!

Column 72 - Hij wil niet weg!

“Ik krijg eerst nog geld van je”, zei de kalme jongen. “Vijftig euro.” Ik betaal hem maar gewoon.

Datum: 8 november 2017

Leestijd: +/- 8 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Ik word wakker en heb pijn in m’n kop. Dat is geen nieuws. En ook te verwachten na zo’n nacht als die van gisteren. Maar ik had even niet zo gauw op die gast naast me in bed gerekend. Het was echt zo’n ‘oh ja-moment’. 
     “Goeiemorgen!” roep ik hard om hem wakker te maken. Geen succes. De ongenodigde gast slaapt gewoon door. Hoe kom je in godsnaam op het idee om van huis te ruilen. Hij had al m’n spullen wel kunnen jatten! Er komt geen beweging in. Ik ga op m’n bureaustoel zitten en roep nog harder: “Goeie morgen!!” 
     “Huh? Jezus! Ja wat?!” roept hij gefrustreerd.
     “Het is al kwart over twaalf. Ik ga douchen.” Ik maak aanstalten om naar de badkamer te gaan. De jongen kijkt om zich heen. Hij lijkt m’n hint niet te begrijpen en legt z’n hoofd weer op het kussen. “Ik ga douchen. Eh, schrijf je nummer maar op of zo, ik zie je later.” Ik trek m’n kamerdeur achter me dicht en ga naar de badkamer. Terwijl ik de deur op slot draai luister ik maar ik hoor niks. Waarom heb ik altijd van die vreemde dingen? Ik heb echt altijd wat. En dan ook nog eens dingen die het alleen maar erger maken. Als het nou gewoon in de kroeg bleef, dat ik me voor lul zette of zo, dat is dan nog tot daar aan toe. Ik bedoel: hoevaak ik niet denk dat ik beet heb bij een barman? Dat is echt niet op één hand te tellen. En het frustrerende daarbij is dat ik dan knipogend m’n eigen biertje sta te betalen, om de schijn maar hoog te houden. Maar ja, nu zit ik met zo’n gast in m’n bed.

Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Mijn god, wat zie ik er uit. Ik ben blij dat Sem niet heeft gemerkt dat ik bij zijn huis wegging. Ik poets m’n tanden en voel hoe ruw m’n tong is. M’n gehemelte prikt en m’n tandvlees voelt kut. Ik heb stoppels op m’n wangen maar ik verdom het om me te scheren. Sodemieter op. Dat komt morgen wel weer. Ik spring onder de douche. Of nou ja springen, ik sleep mezelf onder die laffe lauwwarme straal. Ik kijk naar het zwart geworden kitrandje van de douchebak en sluit dan toch maar m’n ogen. Hoewel ik sta te wankelen, houd ik ze dicht. Dan sodemieter ik maar op de grond. Misschien zou ik er wat van leren als ik met m’n harses op die plavuizen terechtkwam. Ik heb geen idee hoe lang ik onder die douche heb gestaan, maar wat ik wel weet dat ik een enorme koude straal water over m’n donder kreeg. Het lauwe pisstraaltje werd opeens een ferme waterstraal die over m’n rug liep. De boiler zal wel weer leeg zijn. Of Dave staat beneden te afwassen, maar dat lijkt me sterk. Gauw, kraan uit, afdrogen. 

M’n haar staat alle kanten op, m’n oogleden zijn nog groter en ik ben verrot. Echt verrot. Ik drink een paar grote slokken water en trek m’n boxershort aan. Op weg naar m’n kamer ben ik eigenlijk wel benieuwd of die gast al weg is. De deur openen geeft me antwoord op die vraag. Hij ligt nog gewoon in m’n nest en staart naar het plafond. Míjn plafond.
     “Ben je er nog?” vraag ik pinnig.
     “Eh ja, volgens mij wel.” Als ik in staat was mezelf op dit moment dom aan te kijken, dan deed ik het. Hoezo ‘volgens mij wel’? Pff. 
     “Nou, ik moet eh …” Ik doe m’n best een goeie smoes te bedenken waar hij niet onderuit kan, maar veel inspiratie heb ik niet. “Ik moet hoognodig de kippen voeren, dus ga jij vast naar huis?” vraag ik. Inwendig sla ik mezelf voor m’n kop. Kippen voeren?
     “Ja hoor”, zegt hij zuchtend. “Kippen?” Hij gaat rechtop zitten en kijkt me strak aan. “Heb je misschien teveel gesnoven?” vraagt hij.
     “Nou da’s al uitgewerkt hoor. Ik ben wel wat gewend”, lach ik. “Man, ik snuif me te pletter. Ik ben ook gek op witte kerst”, vul ik lachend aan. 
     “Ha!” brult hij. Even denk ik dat hij hard gaat lachen maar dan kijkt hij weer stug voor zich uit. Hij bedoelde het sarcastisch. Ik vond het een goede grap. Die droogkloot snapt ‘m weer niet.
     “Dus …” stamel ik. “En nu?”
     “Ik krijg nog geld van je.”
     “Geld?”
     “Geld.”
     “Voor …” ik wacht tot hij m’n zin afmaakt, maar dat komt niet. Sjezus! Het is geen spraakwaterval hoor! “Hoezo krijg je nog geld?”
     “Voor die coke. Je hebt m’n halve lading opgesnoven.” 
     “Oh …” Ik kijk om me heen en zoek of ik ergens nog wat geld heb liggen. Ik vind een tientje en verderop een vijfje. “Nou hier,” Ik geef het aan hem. “En nu m’n kamer uit.” Ik probeer ballen te tonen, die ik eigenlijk niet heb. Althans, de spreekwoordelijke dan. Begrijp me niet verkeerd. De jongen begint overdreven nep, hard te lachen.
     “Vijftien euro? Haha!”
     “Hoeveel dan?” 
     “Vijftig. Geen cent minder.” 
     “Jezus.” Ik kijk m’n kamer weer rond maar vind op een twee euro munt niks meer. “Heb ik niet”, zeg ik. Hij gaat rechter op zitten en kijkt me vuil aan. Z’n vinger gaat de lucht in en hij wijst naar me. “Reken maar dat jij dat wel hebt. Jij mijn coke opsnuiven, ik vijftig euro. Die tyfuszooi is pleuris duur, bijdehante flikker!” brult hij. 
     “Mooi gesproken. Echt, mooi gesproken.” Ik knik overdreven om hem te laten blijken dat ik het echt wel met hem eens ben. “Maar het voordeel van flikker zijn is dat je tijdens het shoppen niet buiten op je mokkel hoeft te wachten met een shaggy op je lip, maar dat je gewoon mee gaat shoppen. Héérlijk!” Fack, wat zeg ik nu weer! Het schiet m’n bek weer eens uit voor ik er erg in heb. De zoveelste keer. Ik kijk zeer voorzichtig richting m’n bed. Ik voel me net een hond die weet dat-ie betrapt is. Ik zet m’n trouwe labrador-ogen op, maar ik vermoed dat dit me niet uit deze situatie zal redden. De jongen springt uit bed. Ik sla een hoog gilletje uit, sluit in een reflex per direct al m’n sluitspieren en besef dat ik er weer lekker mannelijk op sta. NOT. 
     “Luister, bijdehante flikker”, zegt hij met een zware, doorgesnoven stem. “Je geeft me dat geld of ik steek een mes in je buik. Héél langzaam”, voegt hij er aan toe. “Doet pijn hoor.” Hij grijst naar me en houdt me vast bij m’n keel. Ik kijk voorzichtig naar beneden. Hij heeft niks in z’n handen. Ik zie geen mes.
     “Rustig gast!” roep ik. “Laat me los!” Ik voel hoe m’n keel dichtgeknepen word en kijk met druk op m’n ogen naar hem. Hij grijnst nog erger en geniet hier duidelijk van.
     “Je geeft me die vijftig en ik ben pleite. Tot die tijd lig ik hier.” Hij gaat weer in m’n bed liggen. Jezus, heb ik dat?


     “Gast! Doe mij effe vijfendertig euro.” Ik storm Dave z’n kamer binnen. “Je krijgt het ter..” Ik stop met praten en zie hoe Dave me eerst aankijkt met grote, verbaasde ogen, z’n laptop dichtklapt en gauw het dekbed over z’n schoot trekt. Hij krijgt een kleur.
     “Heb je godverdomme nooit van kloppen gehoord?” Hij trekt de handdoek onder z’n dekbed vandaan en gooit die in de hoek, naast z’n bed.
     “Sorry! Sorry ik had het niet in de gaten!” Ik probeer m’n lachen in te houden. Iemand betrappen op zo’n moment is tamelijk gênant te noemen.
     “Wat kom je doen?” vraagt hij zuchtend. Hij kijkt een paar keer naar z’n laptop alsof hij zeker wil weten dat hij uitstaat. 
     “Geld. Ik heb vijfendertig euro nodig. Je krijg het straks terug”, zeg ik.
     “Waarvoor?”
     “Dat maakt niet uit. Heb je?”
     “Ik kan nu niet opstaan.” Dave wijst naar het dekbed op z’n schoot.
     “Blijf daar!” zeg ik. “Waar ligt het?” Dave legt me uit dat hij geld in de bovenste lade van z’n bureau heeft liggen. “In die envelop. Geen idee hoeveel er nog in zit.” Ik pak de envelop eruit. ‘Voor Dave’ staat erop. Alleen geen afzender. Maakt me ook niet uit. Ik het geld dat erin zit eruit en kijk wat ik in handen heb.
     “Dertig. Kut.” Ik denk aan die jongen in m’n bed. Hij gaat echt niet genoegen nemen met vijf euro minder. “Heb je nog meer?”
     “Eh … nee man.” Dave lijkt me me mee te voelen, al weet hij niet eens waarom. Ik loop heen en weer in Daves kamer. Hij kijkt me aan alsof ik gek geworden ben. Misschien is dat ook wel zo. 
     “Ah fack ja!” Er schiet me opeens wat te binnen: ik heb een potje op m’n tv-meubel staan waarin kleingeld zit. Dat flikker ik er altijd in als ik wat over heb na het stappen (niet dat er vaak wat overblijft, maar swa). Ik bedank Dave, storm naar m’n kamer en graai in het potje. 
     “Hier, dertig, vijfenveertig, zesenveertig, achtenveertig, die en zo is het dan vijftig. Goed, opzouten nou.” Ik heb het gevoel dat ik een of ander prijzenspel presenteer. Alsof ik elk moment kan zeggen ‘en het bonusgetal is ……..’ en dat dan iedereen kapot gaat van de spanning. Maar goed, bij de les. Waar was ik. Oh ja, die junk. Hij komt weer overeind en begint het geld te tellen. Hij zag het net toch?
     “Mooi. Ik ben weg”, zegt hij. Hij pakt z’n kleren, trekt z’n broek aan en op de overloop z’n shirt. Z’n schoenen neemt hij los mee en volgens mij heeft hij geen jas. Ik volg hem tot de achterdeur, want ik wil zeker weten dat hij weg is. 
     “Nou toedels!” roep ik expres extra nichterig naar hem als hij bij de schuttingdeur is. Nu durf ik wel, hoor ik je denken. Ja dat klopt. Ik gooi de deur met een klap dicht, doe de haak erop en sprint naar boven. Daar kom ik Dave tegen. Hij is wezen pissen. Of z’n handen wassen. Of z’n lul. Ik wil het niet weten.
     “Wat doe allemaal gast. Waarvoor was dat geld. Had je een hoer besteld of zo?” Ik leg hem uit van de jongen en dat-ie niet uit m’n bed wilde. Dave begint hard te lachen.
     “Haha! Sukkel! Heb je betaald? Dat heb je gisteren ook al gedaan man! Dure coke zo hoor!” Dave begint harder te lachen, steekt een sigaret op en vervolgt: “Oh, ik krijg nog dertig euro van je!”
     “Lul.”



Vervolg: Column 73 - Wat, een trio?!

Online: 11 november 2017

Terwijl zingende kinderen om snoep bedelen, maak ik me druk om heel andere dingen!

  Like en blijf op de hoogte!