Je bent hier: Home > Columns > Column 70 - Stappen; als van ouds!

Column 70 - Stappen; als van ouds!

Dus ik sleep dat verkeersbord langs de weg, wat denk je? Politie. Kak.

Datum: 1 november 2017

Leestijd: +/- 8 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

     “Dus ik zei tegen die gast dat hij z’n bek moet houden, maar dat deed-ie niet, hè?” Ik luister hoe de jongen schuin tegenover me een sterk verhaal houdt over hoe hij z’n (inmiddels ex-)vriendin redde uit de handen van zijn concurrent. “Dus ik loop naar die gast toe en vroeg hem ‘wat wil je nou?’. Wat denk je dat hij zei?” Hij laat een stilte vallen. Ik zucht, druk m’n sigaret uit en steek een nieuwe op. Wat een saai langdradig kutverhaal zeg. Ik kijk naar de blikjes op tafel. Het is weer ouderwets gezellig. Een stapavond als deze zal ik me nog lang herinneren, als ik straks saai en burgerlijk ben. 
     “Nou?” vraagt Dave geïnteresseerd. Ik krijg geen woord m’n bek uit door de ergernis. Wat verwacht deze gast nou, dat hij aanzien krijgt?
     “Dus hij zei dat-ie m’n meisje wou. Nou ik ontplofte natuurlijk. Dus ik rende naar die gast toe en gaf hem een stoot …” Ik onderbreek het gezelschap hard-zuchtend.
     “Nou, ik ga maar eens zeiken.” Ik sta op en loop Daves kamer uit. Zodra ik langs de jongen kom loop ik extra langzaam voor hem langs, zodat hij even geen aandacht krijgt van z’n publiek. Hij praat door en zoekt langs m’n benen naar de ogen van z’n gesprekspartners. Jezus wat zielig. Op de overloop staan een jongen en meisje te zoenen, de trap is bezaaid met lege bierblikjes en sigarettenpeuken en ik voel hem aardig hangen. Het is kwart over tien. Nog best vroeg. Ik vroeg of Sem ook wilde komen, maar hij had er de puf niet voor. Hij moet en wil rusten. Dat snap ik, na zo’n ervaring, maar ik denk dat het goed is om niet teveel in je hoofd te gaan zitten en juist leuke dingen te doen. Maar wie ben ik.
     “Joooo man!” roept een jongen amicaal, zodra ik vlakbij de WC ben. Ik heb geen idee wie het is.
     “Jo man! Hoe is het met jou dan?” roep ik terug, alsof ik hem al jaren ken. Hij staat te wankelen op z’n benen, heeft in z’n ene hand een blikje bier en een joint tussen z’n vingers, en met de andere hand houdt hij zich vast aan de radiator van de keuken.
     “Lekkâh, lekkâh”, zegt de jongen met een nep-Haags accent. 
     “Mooi.” Ik wil hem voorbijlopen, maar hij gaat in het pad staan.
     “Kom op joh, ik moet pissen.”
     “Jij bent toch …” de jongen wijst met z’n vinger in de lucht en kijkt me met zijn schele, dronken blik aan. “Arthur?” *hik*
     “Ze zeggen van wel ja”, zeg ik en ik duw me langs hem. Hij houdt me tegen, grijpt me bij m’n shirt en trekt me dicht naar zich toe.
     “Jij moet GODverdomme oppassen, jongen. Ik ken jouw soort!” brult hij. Z’n ogen staan zowat op de kop in z’n hoofd van woede, lijkt het. 
     “Doe rustig gast.” Ik klink nu als Dave. Ik geef hem een duw en loop hem voorbij. 
     “Geintje man!” roept hij me na. Ik draai gauw de deur op slot en ga op de plee zitten. Ik pak m’n telefoon uit m’n broekzak en zie nieuwe app’jes en een gemiste oproep van Sem. 

Sem - 21:56 uur
“Hoi, hoe gaat het? 
Ik verveel me.”

Sem - 22:01 uur
“Saaaaaai!”

Sem - 22:25 uur
“Sorry dat ik je weer 
app. Ik ben bang 
alleen! Ik haal me 
allerlei gekke dingen 
in m’n hoofd en heb 
het gevoel dat er 
mensen in m’n kamer 
zijn. Doodeng!” 

Terwijl ik pis kijk ik naar de app’jes. Hij lijkt wel in paniek. Ik bel hem terug.
     “Hoi.” 
     “Hé, gaat het?” vraag ik gemeend.
     “Nou jawel …” Hij laat het even stilvallen. “Ik word gek of zo.”
     “Je wordt niet gek. Je moet bijkomen.”
     “Ik mis je.” 
     “Kom hierheen. Het is erg gezellig.” Nou okee, op die mafkees in m’n keuken na dan. Maar dat is ook alles. 
     “Nou ik weet het niet hoor.”
     “Kom. Je zult zien dat het gezellig is.”
     “Ja maar ik moet rustig aan doen”, zegt Sem.
     “Je moet het leuk hebben. Je moet leuke dingen doen. En tadaa, daar ben ik! Kom gewoon hierheen, dan blijf je slapen en ga je mee stappen. Als je het kut vindt dan gaan we weer terug.” 
     “Nou … okee dan.” Sem zucht. “Moet ik me weer helemaal optutten!” zegt hij met veel drama. Alsof hij het nodig heeft om opgetut te worden. Man, met zo’n uiterlijk zou ik me toch nooit meer föhnen, scheren, insmeren, scrubben en weet ik veel wat-en?

Ik trek door en loop langs de mafkees in de keuken. 
     “Coke?” hoor ik achter me. Ik heb eerst de neiging om door te lopen, maar dan dringt pas echt door wat hij me vraagt. “Coke?” klinkt als een echo in m’n hoofd. “Coke, coke, coke …” en ik loop als vanzelf terug. Ik kijk hem glimlachend aan. De jongen haalt een zakje kabouterpost tevoorschijn en geeft me een sleuteltje. 
     “Topper.” 

Ik nader de kamer van Dave en hoor het geluid steeds harder worden. Gelach en gepraat gecombineerd met te harde muziek vult ons studentenhuis momenteel. Maar wat kan het schelen.
     “Jézus gast, wat bleef jij lang weg dan. Heb je zitten rukken of zo?” Dat is Dave weer. De groep begint te lachen. Ik negeer het en ga zitten. M’n bier is weg. Of hij was op, dat kan ook. Ik pak een nieuwe en steek een sigaret op. De zoveelste. Waarom ben ik hier ooit aan begonnen?

De avond gaat snel. Het is gezellig. Het bier raakt op en m’n keel wordt rauw. Dave geeft het slotakkoord: er komt Sambuca-bier op tafel. Als van ouds gaan de glazen rond, worden er shotjesglazen ingezet en bier bijgeschonken. Het gaat goed, het gaat fout en er komt iemand uit die een rondje moet geven. Geen idee wat z’n naam ook alweer is. 
     “Hoi.” Ik kijk op. De groep groet niet. Ik zie Sem staan. 
     “Hé Sem!” roep ik enthousiast. Niet omdat het moet maar omdat ik het meen. Ik loop naar hem toe en sleep hem naar waar ik zat. Hij komt naast me zitten. 
     “Het is gezellig zie ik.” Sem weet zich geen houding te geven en blijft dicht bij me zitten. Schattig. 
     “We gaan zo de stad in geloof ik, want de Sambuca is net geweest.”
     “Ik zie het.” Sem glimlacht. 

We gaan de stad in. Fietsen worden verzameld. Jassen aangetrokken. BVO’tjes ingeladen en we gaan. Op naar de stad. De een brult nog harder dan de ander. Er wordt gehoest, gerocheld en gelachen. De sfeer is als van ouds. Zelfs Sem vindt het leuk. En dat verbaast me, want hij is nog nuchter. Hij zit bij me achterop. In de kroeg worden de eerste biertjes besteld, aangevuld met een tequila. Dat is een doodklap, geloof me.
     “Cheers”, zeg ik tegen Sem. Hij glimlacht en tikt zijn tequila tegen de mijne. 
     “Proost.” Het valt stil. Althans, voor zover dat kan in die teringherrie, maar we voelen beiden de stilte. Het is weer zoals het was. Sem en ik zijn een setje.

Dave brult en past alle mogelijke dansmoves toe. Ik doe datzelfde, en misschien nog wel extremer. De ritalin vliegt over de dansvloer en ik voel me top. Echt top! Sem is er, Dave is er, veel andere mensen - waarvan ik de naam nooit kan onthouden - zijn er. Het is geweldig. Ik begin dronken te worden. Sem niet. Maar Sem was nog nuchter. Dave is niet te houden. Hij staat op de bar en schreeuwt dat ik ook moet komen. Ik dacht het niet. 
     “Kom gast!”
     “Echt niet.” Ik neem een slok en zou een moord doen voor een sigaret, maar ik heb er niet zoveel meer. Altijd hetzelfde gezeik: wordt het gezellig, zijn je sigaretten op. Kutzooi.

We gaan met een toeristische route naar huis. Nou ja, eigenlijk is dat gewoon een mooie omschrijving van ‘we gaan vreten bij de FEBO en dan naar huis’, maar dat zeg je dan niet. 
     “Blijf je slapen?” vraag ik Sem.
     “Ik wil eigenlijk wel naar huis.” 
     “Moet ik bij jou blijven slapen?” vraag ik.
     “Nee hoeft niet. Het komt goed. Geef me een poosje en ik ben weer de oude.” Ik glimlach naar hem en heb het met hem te doen. Ik weet niet of ik nu met hem mee moet gaan of juist niet. Hij zegt alleen te willen zijn. 
     “Jongens, eerst Sem thuisbrengen!” brul ik naar de groep, en vooral naar Dave, gezien hij voorop fietst. 
     “Jo!” brult Dave. Hij maakt een u-turn en we fietsen achter hem aan. Op weg naar het studentenhuis van Sem komen we langs ons oude studentenhuis. Het staat in de steigers. Er wordt hard gewerkt om er weer een bewoonbaar huis van te maken. Dave mindert vaart. De groep blijft doorfietsen en langzaam maar zeker komt Dave bij mij te fietsen. 
     “Gast, wil je een leuk aandenken?” vraagt hij zachtjes.
     “Aandenken?” Ik kijk hem vragend aan. Dave wijst naar het bord op de hoek van het blok waar ons huis zich in bevond.
     “Zie je dat bord?”
     “Nee Dave, niet dat kan niet.” Ik lach hard. 
     “Oh jawel!” brult hij. Hij zet z’n fiets tegen een hek en rent naar het bord. Hij begint aan het bord te wrikken en het laat erg makkelijk los. Op dat moment gaan er twee koplampen aan en er klinkt een sirene, aangevuld met zwaailichten. Oh fuck.
     “Politie!” roept de agent uit het autoraam. Ja, daar waren wij ook al achter. Ik zie hoe Dave met het bord onder z’n arm op z’n fiets springt. De rest doet hetzelfde. “Politie! Blijf staan!” roept de agent. We lachen allemaal hard, gaan ieder een kant uit en dan is het stil. Doodstil. Ik ben met Sem een zijstraat in gefietst.  De rest zie ik nergens.
     “Die zijn we kwijt”, zegt Sem lachend. Ik geef hem een zoen en we gaan richting zijn huis.
     “Heb je nog niet opgeruimd?” vraag ik als ik zie dat de confetti en al mijn versieringen er nog liggen.
     “Nee. Ik vind het zo lief van je dat ik het nog niet weg wilde halen.” Ik voel een brok in m’n keel. Wat lief! Ik pak hem vast en geef hem een zoen. 
     “Zal ik blijven slapen?” 
     “Gezellig.” We kleden ons uit en gaan in bed liggen. We praten na en lachen om wat er gebeurde vanavond. Dan hoor ik m’n telefoon trillen.

Dave - 04:12 uur
“Jo gast, ben je veilig?”

Ik wil antwoorden, maar voel dat Sem bepaalde activiteiten uitvoert waardoor ik me verdómd slecht kan concentreren. Ik antwoord later wel!



Vervolg: Column 71 - Brak; als van ouds!

Online: 4 november 2017

Ik til m’n hoofd van het kussen en mis m’n standaard cocktail. Ik ben brak. Fu-cking brak!

  Like en blijf op de hoogte!