Je bent hier: Home > Columns > Column 68 - Tijd heelt alle wonden

Column 68 - Tijd heelt alle wonden

Opgelucht haal ik adem. Het is voorbij. Het is echt voorbij!

Datum: 25 oktober 2017

Leestijd: +/- 7 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Het gepiep van de hartmonitor is het enige wat ik hoor. Ik denk terug aan het moment dat ik daar op die parkeerplaats stond met die engerd. Eigenlijk krijg ik dat moment niet uit m’n kop. Het blijft maar malen en malen. Sem slaapt. Ik houd z’n hand vast. Soms beweegt hij onrustig. Hij heeft ook een infuus. Geen idee waar dat allemaal voor dient, maar ik weet wel dat Sem gelukkig weer aardig opknapt. Z’n ouders waren net hier. Z’n moeder natuurlijk nog steeds over de rooie door wat er gebeurd is, maar ook opgelucht dat ze haar zoon weer terug heeft. Ze zijn even naar beneden zodat ik alleen met Sem kon zijn. Ik heb me maar voorgesteld als een vriend en studiegenoot van Sem. Ze kennen me niet volgens mij. 
     “Oh, hoi”, klinkt een stem flauw als het gordijn om Sems bed opengaat. Ik draai me geschrokken om en kijk recht in de ogen van Jack. 
     “Oh …” zeg ik mompelend en ik kijk verdwaasd om me heen. Oh hij, wou ik zeggen. Niet lief, wel waar.
     “Ja.” Meer zegt hij niet terwijl hij daar met z’n handen diep in z’n jaszakken staat en z’n hoofd in z’n kraag schuilhoudt. Hij kijkt naar Sem en vervolgens zie ik hem naar mijn hand op die van Sem kijken. Er gebeurde iets in zijn blik. Er veranderde wat. Jaloezie natuurlijk. Ik haal voorzichtig m’n hand weg. Alsof dat nog uit maakt ...
     “Sorry”, zeg ik.
     “Hoe gaat het met ‘m?” vraagt hij. 
     “Er is niks meer aan te doen. Hij heeft nog drie weken”, schiet m’n bek uit en ik klop op z’n arm alsof we het over Klara 38 hebben. Ik zie Jack verschrikt opkijken, Sem slaap rustig door. “Sorry! Nee, geintje!” vul ik gauw aan. Ongemakkelijk!
     “Zak!” roept hij.
     “Oh nou, daarover gesproken …” zeg ik met een grijns maar ik maak m’n zin niet af. Hij weet waar ik op doel en kijkt ongemakkelijk. Ik moet hier mee stoppen. Ik moet hem met rust laten. “Ik ga er vandoor," zeg ik. "Dan kun je even alleen met hem zijn. Z’n ouders zijn beneden.” 
     "Dank je.” We groeten elkaar niet, ik ga het gordijn door en loop de lange ziekenhuisgang in, op zoek naar de uitgang. En dat wordt nog wat, want ik verdwaal nog in m’n eigen huis. Ik heb eens een keer de weg aan m’n moeder moeten vragen omdat ik niet meer wist hoe ik bij de schuur kwam. Ze keek me toen verbaasd aan en dacht dat ik gek geworden was, maar ze maakte een schets op een papiertje met ‘drie stappen vooruit en twee naar recht’ zodat ik de weg kon vinden. (Nou okee, nu lul ik. M’n fantasie slaat op hol.)

Ik ga de gang links, richting de liften. Zodra ik beneden kom weet ik niet of ik nou links of rechts moet. Ik kijk op de bordjes. Allerlei afdelingsnummers zie ik, maar geen bordje naar de uitgang. Vaag.
     “Hoi Arthur,” hoor ik achter me. Ik kijk gauw om. Het zijn de ouders van Sem. “Is Sem al wakker?” 
     “Oh hoi.” Ik kijk waar ze vandaan kwamen. Volgens mij van rechts. Ze waren buiten dus dan moet ik vast daarheen. “Nee nog niet. Maar Jack is nu bij hem.”
     “Jack?” vraagt z’n moeder argwanend.
     “Ja z’n eh … een vriend van hem.” De ouders knikken en stappen de lift in. Ik bereik de uitgang en ga gauw naar huis.

Thuis, achter m’n bureau, kijk ik op Facebook. Ik lees veel over het voorval met Sem. Berichten over dat hij weer terecht is, dat hij buiten levensgevaar is en verhalen van mensen die denken hoe het gegaan is verschijnen op m’n beeldscherm. Zelfs mijn naam wordt genoemd. De meesten zitten er naast met hoe het echt zat, maar de meeste verhalen komen in de goede richting. Ik klik een artikel van het AD aan en lees dat de dader zich enorm verzette tijdens de arrestatie, agenten bedreigde en uiteindelijk neergeschoten is. ‘Hoofdverdachte is aan zijn verwondingen overleden in het ziekenhuis’ staat er. Jezus. Hij is dood. En hoewel het hier over een mensenleven gaat, ben ik toch enorm opgelucht dat het door deze gast niet weer kan gebeuren.
     “Dave!” brul ik richting de deur. “Dave!”
     “Jo!” roept hij als hij m’n deur opentrapt met een overdreven voetbalbeweging. “Jo man! Alles goed?” vraagt hij opgewekt. 
     “Hij is dood. Die gast.” 
     “Oh.” Dave valt stil, ik zie het hem verwerken en dan reageert hij opgelucht: “Top. Daar zijn we vanaf” en hij geeft me een high five.
     “Check!” roep ik. “Maar wat ben je vrolijk?”
     “Ja, geneukt.” 
     “Jezus haha.”
     “Ja wat.” Dave kijkt trots.
     “Met wie?” vraag ik.
     “Weet ik veel. Ha! Bierrrrr!” roept Dave en hij sprint m’n kamer uit, waarna hij met een sixpack terugkomt. 

We drinken een paar biertjes en de ontspannen sfeer is weer terug. Beiden zijn we enorm opgelucht dat het voorbij is. We drinken een laatste en dan eten we samen. Na het eten krijg ik een app’je.

Sem - 19:02 uur
“Hoi. Ik mag overmorgen 
naar huis. X Sem.”

Ik - 19:03 uur
“Yes! Zal ik bij je
langskomen?”

Sem - 19:03 uur
“Gezellig!”

Ik ben vanmiddag nog bij hem geweest maar omdat ik zo bang ben geweest dat ik hem nooit meer zou zien, althans niet levend, ben ik al blij dat ik naar hem toe kan en contact met hem heb. Ik gooi een paar kauwgompjes in m’n mond en fiets gelijk naar het ziekenhuis. Het is officieel geen bezoekuur maar negeer ik. Dat vind ik zo’n gelul.
     “Hé Sem.” Hij zit op bed met het rugstuk wat omhoog. Hij kijkt tv.
     “Huh? Oh hoi!” Hij lijkt blij me te zien. “Maar het is helemaal geen bezoekuur.” 
     “Nou en. Maak eens plek”, commandeer ik. Sem schuift opzij en ik ga bij hem op bed zitten. “Dus je mag naar huis?” 
     “Okee, hoeveel heb jij gedronken.” Sem begint te lachen, als reactie op hoe amicaal ik ben.
     “Geen idee. Wat maakt het uit, ik ben blij je te zien en jij bent blij om mij te zien, dat eis ik van je. En ik moest met Dave vieren dat …” Opeens bedenk ik me dat ik niet weet waarvan Sem allemaal op de hoogte is, dus ik val stil.
     “Je moest vieren dat … wat?” 
     “Eh … dat je ontvoerder dood is.”
     “Oh dat. Ja dat snap ik.”
     “Je wist het al?”
     “Ja natuurlijk”, zegt Sem.
     “Gelukkig.” 
     “Meneer, het is op dit moment geen bezoekuur en ik wil u dan ook verzoeken te vertrekken.” Een donkerrood geverfde zuster (haar haren dan) staat met haar handen in haar zij - of nou ja, meer in haar breedgegeten taille - en ze kijkt fel mijn kant op. Het is een soort minimensje. Echt klein! Ik houd me in door er niks van te zeggen.
     “Oh echt? Nou dat spijt me joh”, zeg ik ongemeend en ik doe alsof ik m’n best doe om zo snel mogelijk weg te gaan. 
     “Wilt u koffie of thee?” vraagt de zuster. 
     “Doe maar thee”, zegt Sem.
     "Ik koffie. Zwart", zeg ik. De vrouw negeert me. Ik heb m’n jas inmiddels aan, ik groet Sem, trek een lelijk gezicht naar de zuster en verlaat de ruimte. Ik ga om de hoek staan. Even later zie ik de donkerrode tuinkabouter de kamer van Sem uit waggelen. Ik sprint de hoek om.
     “Hoi”, zeg ik als ik om het hoekje bij zijn bed kijk. Sem begint hard te lachen. “Sttt!” vervolg ik en ik kijk achter me. Geen tuinkabouter te zien. Ik ga weer naast Sem zitten. 

We praten en hebben het erg gezellig. De frustratie, ruzie en jaloezie van voor de ontvoering lijken geen parten meer te spelen. Ik voel nog steeds die kriebels in m’n buik als ik Sem zie en met hem praat.
     “Ik vind het erg stoer en dapper van je dat je me zo hebt gered”, zegt Sem. Ik val stil en weet niet wat te zeggen. “Echt hoor. Ik vind het zo stoer. Er had je van alles kunnen overkomen!” 
     “Ja …” Ik voel me wat verlegen worden. Hij houdt m’n hand vast en geeft me een zoen op m’n wang. Okee, nu wil ik meer. “Maar Jack dan?” vraag ik. 
     “Ja, Jack …” Sem zucht. “Jack is Jack. Ik denk dat ik hem meer had vanwege de afleiding en met de hoop dat jij zou beseffen dat je me kwijt was. Maar dat besef heb je meer gehad door de ontvoering geloof ik.” Hij lacht flauwtjes en ik zie hem terugdenken aan de ontvoering.
     “Ja.” Meer weet ik weer niet te zeggen. Pff. Ik ben slecht in praten. 
     “Maar ik wil jou, Arthur. Alleen je ziet dat niet. Of je gelooft het niet. Ik weet niet wat het is.”
     “Ik wil jou ook. Ik heb je enorm gemist en ik was bang dat ik je nooit meer zou zien”, druk ik hem op het hart. “Maar wat doe je met Jack?”
     “Dumpen. Een sticker erop en met de post mee”, zegt hij droog. Ik begin hard te lachen en geef hem een zoen. “Ik heb je gemist.” 
     “Ik jou ook.”
     “Zeg meneer, ik was net toch duidelijk?” vraagt de tuinkabouter - ze heeft inmiddels een dik donker wolkje boven haar donkerrode hoofdje - terwijl ze binnenstormt. Ik hang bewust gauw over Sem heen.
     “Nou zeg, je komt echt zó ongelegen! Hebben jullie nooit van privacy gehoord?” vraag ik alsof ik beledigd ben. 
     “Doe normaal!” fluistert Sem. “Doe normaal gek!” 
     “Oh Sem, ik heb je zo gemist. Sem, Sem, Sem”, roep ik en met elke keer dat ik Sem zeg zoen ik hem op z’n mond, wang, kin of in z’n hals. Dit wordt gênant.
     “Meneer, wegwezen! NU! Of ik bel de beveiliging!” 
     “Ja ja, ik ga al”, mompel ik. Ik klim van het bed, geef Sem een zoen en terwijl ik langs die kabouter loop veeg ik uitbundig m’n mond af. “Hmm, dat was even lekker zeg, daar was ik aan toe. Tot later Semmie!” voeg ik er aan toe en ik verlaat het ziekenhuis met een grijns op m'n gezicht en het gegiechel van Sem nog in m’n hoofd.



Vervolg: Column 69 - Laat project zolder beginnen!

Online: 28 oktober 2017

Soms krijgen dingen plots een heel andere wending. Maar wat maakt het ook uit: laten we die potten vullen!

  Like en blijf op de hoogte!