Je bent hier: Home > Columns > Column 66 - Hyperventilerend kwam ik thuis

Column 66 - Hyperventilerend kwam ik thuis

“What the fuck is er met jou gebeurd?” vraagt Dave geschrokken. “Sodemieter op. Ik zit in m’n kamer”, brul ik terug.

Datum: 18 oktober 2017

Leestijd: +/- 8 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Oh god, dit is niet te doen. Deze spanning is niet te doen. Wat moet ik hier mee aan? Wat moet ik doen? Mijn god. Naar huis. NU! Ik sprint naar m’n fiets en fiets als een speer naar huis. Eerst een borrel.
     “What the fuck is er met jou gebeurd!?” roept Dave geschrokken als hij me op de overloop treft. Hij is z’n kamer aan het schoonmaken. Nou goed, op zijn manier dan. Een kamer schoonmaken bestaat volgens Dave voornamelijk uit rommel onder matjes schuiven en stof van bureaus en tafeltjes blazen. 
     “Sodemieter op. Ik zit in m’n kamer!” brul ik terug. Het is m’n bek al uit en ik bedoelde het niet zo bot. Ik negeer hoe verbouwereerd Dave naar me keek. Ik donder de boodschappentas op m’n bureau. Bier. Eerst gaat dat bier eraan. Het is mij trouwens een godswonder hoe ik die tas gevuld en wel hier heb gekregen in die panieksituatie. Dat ik alles nog heb. Zelfs m’n sigaretten zitten er nog in! Daarover gesproken: ik steek er een op. En daarna nog een. En wat denk je? Daarna nog hónderd. Zodra ik m’n sigaret aansteek merk ik pas hoe m’n handen trillen. Dan besluit ik dat het genoeg is geweest. Ze zoeken het allemaal maar uit. Ik trap m’n schoenen uit, zet m’n telefoon op vliegtuigmodus en doe (zonder naar het huis hier tegenover te kijken) de gordijnen dicht. Ik installeer me op m'n bank. De muziek van m’n laptop vult de kamer en ik ga hard. Ik drink m’n blikje bier gauw leeg en daarna nog een. Heerlijk, die verdoving. Zo heeft het leven weer zin. Ik kijk naar het plafond en heb mezelf verboden om aan al het gezeik van de afgelopen dagen te denken. Wat ga ik eens doen? Ik steek een nieuwe sigaret op en kijk naar het doosje. 'Roken is dodelijk'. Nou, niet roken ook. Dan ga je dood van de stress. Dus wat wil je nou?

Een stuk of wat bier later, ben ik aan m’n tweede sixpack toe. Zes bier later dus, want ik denk dat in het eerste sixpack ook zes biertjes zaten. (Jezus, wat een onnodig en slap gelul.) Goed. Terwijl ik m’n zevende biertje drink en uitreken dat ik na deze sigaret nog maar 95 sigaretten hoef op te roken, voel ik me best op m’n gemak. M’n afspeellijst op Spotify bevat muziek uit allerlei genres: van Nederlandstalig tot Engelstalig en van heel modern en hip tot ‘daar wil je niet mee betrapt worden’. Ik zet m’n laptop op z’n hardst en geniet met volle teugen als ik hoor dat het nummer I want to break free van Queen begint. Ik hoor het ritme en neem het geheel in me op. Oh wat heb ik het naar m’n zin! De zanger begint met zingen. Ik wil ook. Ik wil ook! Ik gá ook! Ik bedenk me geen moment en jump van de bank. Ik begin keihard mee te blèren. Tussen het zingen door neem ik een hijs van m’n sigaret en een slok uit m’n blikje. Hell yeah, dit heb ik gemist. Dan schiet me die ene scène te binnen, dat de zanger met een stofzuiger meedoet op de maat. Ik kijk in de rondte, maar zie niets dat vergelijkbaar is met een stofzuiger. Dan valt m’n oog op de tros bananen op m’n tafel. Geen idee waarom, maar ik pak een banaan.
     “Ooh! I want to break freeheee!” brul ik hard met die banaan met de afwisselende functie van stofzuiger en microfoon in m'n hand. Dit moet er vast debiel uitzien. Ik draai me om en sta met m’n benen wijd, te wachten tot er weer gezongen wordt. Ik heb een dansmove in m’n hoofd. Ik sta dus met m’n benen wijd en zodra er zometeen gezongen gaat worden brul ik KEIHARD mee en spring ik - met m’n benen nog steeds wijd - andersom, zodat ik precies tegenovergesteld in m'n kamer sta. Volg je het nog? Nou, ik ook amper. In m’n hoofd tel ik af. Drie! Daar gaan we. Oh, daar gaan we! Twee! Ik brul het aftellen nog net niet hardop.
     “Gast ...”
Bijna. Er wordt bijna gezongen. NU! Ik brul mee en spring wijdbeens door m’n kamer. “Ooh I want to break freeeeeeee!” Fack. Met dat ik me omdraai zie ik Dave in m’n deuropening staan. Ik schrik er zo van dat m’n sigaret door m’n vingers glijdt, ik m’n klauwen eraan brandt en bier uit m’n blikje mors. En op het moment dat ik m’n banaan laat vallen is de ellende niet meer te overzien. Ik doe een stap opzij, maar met dat ik dat doe ga ik met m’n grote poten in het gemorste bier staan. Dat is glad door m’n te dunne sokken en ik glij uit. Ik neem twee grote stappen - in een poging mezelf overeind te houden maar dat mislukt - en ik donder over m’n salontafel waardoor ik met m’n kop tussen de rotzooi bij m’n televisiekast beland. Oh my god, het is weer gelukt: het is weer een tyfuszooi.
     “Ga je lekker?” vraagt Dave. Dat kwam er zo droog uit dat ik meteen keihard begin te lachen. De muziek buldert door en Dave staat met een onhandige glimlach naar me te kijken.
     “Oh ja joh, dit doe ik zo vaak als ik me verveel”, zeg ik lachend. Ik trek mezelf overeind aan de tv-kast en voel nu pas hoe lam ik eigenlijk ben. M’n bierblikje is inmiddels leeg. En waar het precies gebleven is weet ik niet. Dat moet ergens zijn tussen mijn poging tot opstijgen en poging tot landen. Ik loop richting Dave en ga mee op het ritme van muziek. Ik negeer m'n zere knie en zing ondertussen mee, maar kan geen maat meer houden. Ik sta vlakbij Dave en zodra ik weer besef van maat heb, pak ik Dave bij z’n arm en sleur hem al dansend door m’n kamer. Hij stribbelt tegen. 
     “Ja facker, écht niet!” 
     “Doe niet zo moeilijk man”, mompel ik.
     “Gast! Nee! Kappen! Dit is een beetje …” Dave heeft nu pas door wat hij wil zeggen en probeert zich er uit te lullen. “Eh …”
     “Gay?” vul ik vragend aan. 
     “Eh ja, zoiets.” Dave loopt naar m’n laptop en probeert de muziek zachter te zetten, maar dat lukt niet. Dan klapt hij m’n laptop dicht. “Er is telefoon voor je.” 
     “En dat zeg je nu pas?” lal ik. 
     “Eh ja? Ik kwam er nou niet bepaald tussen, hè?”

     “Met Arthur?” 
     “Goeiedag meneer Van Moerwijk.” De man stelt zich voor (ik ben z’n naam gelijk vergeten) en zegt dat hij politieagent is. Of ik naar het politiebureau wil komen. Ja, lekker dan. Nu kan ik met meer dan een sixpack in m’n donder naar het politiebureau toe. 
     “Kan het morgen ook?” opper ik.
     “Nee. Er is enige haast bij, meneer Van Moerwijk. Zie ik u zo?”
     “Eh …” Ik kijk naar Dave. Hij knikt. “Ja, tot zo.” Ik hang op zonder gedag te zeggen. Asociaal eigenlijk. Maar ja, ik was nogal overdonderd.

Na het poetsen van m’n tanden, veel deo en twee kauwgompjes in m’n mik fiets ik samen met Dave naar het politiebureau. Daar worden we ontvangen door een norse man en een net iets te vriendelijke vrouw. Ik probeer afstand te houden - ook toen ik hen een hand gaf - om te voorkomen dat ze m’n drankwalm zouden ruiken. 
     “We zijn de dader op het spoor”, deelt de mannelijke agent mee. Nou ja, mannelijk. Het is een man, laat ik het zo zeggen. Hij is nogal nichterig, met z’n gouden oorbel, te bruine kop en dunne, geblondeerde stekeltjeshaar. Maar goed, daar gaat het nu niet om. Opletten.
     “Vertel”, zeg ik zakelijk, alsof we samen een plan gaan uitvoeren.
     “De man eist geld. Een miljoen euro.”
     “Hoe kom je daarbij?” vraag ik brutaal.
     “Hij zit niet alleen jullie dwars, maar ook Jack. Kent u Jack?” Ja natuurlijk ken ik Jack. Dat is die sadomasochistische cliniclown op dat bed van Sem. Sodemieter op met je Jack!
     “Ja.”
     “Hij heeft een miljoen euro geëist. Jack is niet in staat deze opdracht uit te voeren en daarom vragen we u.” Kijkt hij naar mij? Hoezo kijkt hij naar mij? Ik - de held op sokken die I want to break free tot hij gestrekt op de vloer dondert meezingt - moet een topcrimineel erin luisen? Oh ja, hij kijkt naar mij. Heb ik weer. Ik heb ook altijd wat.
     “Oh”, zeg ik. Meer krijg ik m’n bek niet uit. Dave kijkt zuchtend naar me. Wat dat betekent weet ik effe niet.
     “Voor morgenavond om twaalf uur moeten we het geld brengen, in ruil voor Sem. Natuurlijk brengen we hem geen geld, we doen alsof. De man weet blijkbaar niet dat wij jullie telefoons aftappen en precies kunnen horen wat er gezegd is.” Onze telefoons aftappen? Oh god. Ik probeer terug te denken aan wie ik gebeld en ge-app't heb. Volgens mij niks bijzonders.
     “Ik snap er geen reet van”, zeg ik boers. De vrouwelijke agent schraapt haar keel alsof ze me corrigeert alsof ze een schooljuf is. De man begint zijn verhaal opnieuw.
     “De ontvoerder belde Jack. Hij wil voor morgenavond om twaalf uur dat geld, in ruil voor Sem. Jack heeft gezegd dat hij dat niet kan. Nu willen we dat jij die man belt en vraagt naar Sem. We weten vrijwel zeker dat hij dan over de deal begint", vertelt de agent. Ik hem bellen? Ik! Jezus christus te paard. Wie verzint dat? Ik probeer te bedenken hoe zoiets in een goede Netflix-film zou gaan, maar ik heb even geen inspiratie.
     “Is goed”, zegt Dave. Ik houd m’n adem vast.
     “Mooi.” De agent pakt een telefoon en zet hem op de speaker. Hij laat er geen gras over groeien. “Hij gaat over.” 

Ik voel de vlekken in m’n nek schieten. Het zweet staat in m’n handen en op andere, niet nader te benoemen plaatsen. M’n hart is voelbaar in m’n keel. Hij neemt op. Oh god, hij neemt op!
     “Arthur …” zegt de man extreem kalm, met een kleine hijg in z'n stem. Ik krijg kippenvel.
     “Waar is Sem?” vraag ik snel. De man ademt diep in. Ik hoor hoe hij de lucht langs z’n lippen naarbinnen zuigt. Het geluid klinkt bijna overstemd in m'n oor en doet me sterk denken aan dat vieze gehijg van Darkfader. 
     “Was je bang?” vraagt hij. Ik denk terug aan m’n fietsavontuur. Natuurlijk was ik bang.
     “Nee joh. Ik dacht dat je de weg wilde vragen.” Het schiet m’n bek uit voor ik er erg in heb. Kut! Dave geeft me een trap van onder de tafel. De vrouwelijke agent kijkt me met grote ogen aan en de mannelijke agent zit met z’n hand voor z’n gezicht in de hoop dat ik het niet verneuk. Toch fijn, dat iedereen zo in je gelooft (haha!) “Waar is Sem?” vraag ik nogmaals.
     “Morgenavond, één miljoen contant en dat nichterige joch is van jou. Industrieterrein Eemspoort, twaalf uur.”
     “Deal”, antwoord ik, maar voor ik ook maar uitgesproken ben hoor ik dat hij al opgehangen heeft. M’n tong plakt aan m’n gehemelte van droogte. Jezus, waar zijn m'n sigaretten? Ik moet een borrel!



Vervolg: Column 67 - De deal

Online: 21 oktober 2017

“Gelijk oversteken!” brulde ik stoerder dan ik ben. Hij begon te lachen. Ik zie Sem nergens!

  Like en blijf op de hoogte!