Je bent hier: Home > Columns > Column 55 - De introweek-buitenspelen

Column 55 - De introweek-buitenspelen

Vannacht was het ijskoud, Ryan snurkte als een zeehond met bronchitis en ik was om half zes al klaarwakker. Jottum.

Datum: 9 september 2017

Leestijd: +/- 8 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

     “Aaaaah!” schreeuw ik.
     “Jezus! Wat is er?!” vraagt Ryan nadat hij bruut wakker schrikt. Ik knipper met m’n ogen, in de overtuiging dat er een enorm dikke naaktslak in de hoek van de tent ligt. Ik kijk nog eens goed.
     “Oh, het is maar een zwarte sok”, zeg ik opgelucht. Ryan zucht hoorbaar en pakt z’n telefoon. 
     “What the fuck. Hoe laat is het?” Hij gaat rechtop op z’n luchtbed zitten. Hij negeert het feit dat ik er naast lig, op het vloerzeiltje. “Half zes. Jezus man, het is nog veel te vroeg.” 
Ik heb geen idee hoe laat het circus met die eerstejaars studenten begint, maar wat ik wel weet is dat ik niet meer kan slapen. Ryan draait zich om en ik hoor aan z’n ademhaling dat hij weer slaapt. Ik pak m’n telefoon en scroll door m’n tijdlijn op Facebook. Niks bijzonders. Waar zijn m’n sigaretten? Oh fuck, in m’n eigen tent. Ik open Grindr. Op een heleboel oude berichten na zie ik er niks bijzonders. Ryans zware ademhaling gaat over in gesnurk. Ook dag nog. Roken. Ik moet hier weg. Ik rits de tent open. Er hangt dauw over het grasveld en hier en daar hoor je iemand hoesten, en wat gesnurk. Pff jezus. Dag één, en nu al verrot.
Zodra ik in m’n tent ben valt me pas op hoe klam, nat en klef alles is. Het stinkt naar vocht en drank. Uit angst dat m’n sigaretten geruïneerd zijn, open ik het vochtige pakje en steek er een op. Hij rookt. Thank god.

Ik ben in m’n eigen tent gaan liggen wachten tot het wat later werd. Ik loop over de camping en zie hoe er langzaam leven in de brouwerij komt. Hier en daar hoor ik iemand rochelen of hoesten, er gaan tentritsen open en bij sommige tenten zit iemand te roken. Langzaam komt het studentenleven weer op gang. Het is inmiddels negen uur en ik loop naar het sanitairgebouw. Onderweg er naartoe zie ik een paar docenten in de grote tent. Ze klappen grote picknicktafels uit die vervolgens gedekt worden. Oh yes, er is eten. 

Ik kijk in de spiegel en aanschouw m’n brakke kop. Oogleden van grootformaat en haar dat alle kanten opstaat. De plens koud water in m’n gezicht en tandenpoetsen helpt maar een beetje.
     “Jij was vroeg”, zegt Ryan, zodra ik terugkom bij m’n tent.
     “Ik ben niet zo’n geweldige slaper.” Ik steek nog een sigaret op. De ingang van de grote tent wordt opengemaakt en veel studenten zien dit als een teken zich een plekje aan de picknicktafel toe te mogen eigenen. Ik kijk naar Ryan. “Ook zo’n honger?”
     “Als een paard.” 
     “Kom.” We wurmen ons tussen de studenten die aan de picknicktafel zitten en ik richt me op de ongeopende zak krentenbollen. “Hoe laat begint het eigenlijk?”
     “De eerstejaars zijn er om tien uur en om elf uur starten we met de activiteiten”, vertelt Ryan.
     “Jo man”, zegt John als hij langs komt lopen met een enorm slaaphoofd.
     “Hé John.”
     “Vandaag zijn die buitenspelen, toch?” vraag ik aan Ryan terwijl ik naar de lucht kijk. Donkergrijze wolken pakken zich samen boven het grasveld hiernaast, waar de docenten de spellen aan het uitzetten zijn. 
     “Klopt.” 
     “Top”, zeg ik sarcastisch, terwijl ik naar de donkere wolken boven ons wijs. Ik neem nog een krentenbol en een glas melk.
     “En, zijn we er allemaal klaar voor?!” roept een van de crewleden door een microfoon. Ik verslik me zowat in m’n krentenbol van schrik. Jezus, doe eens rustig man. “Ik zal het kort houden. Er komen al eerstejaars aan en om elf uur beginnen we met de buitenspelen op het veld hiernaast. Eet rustig door, we zien jullie straks!”
     “Jottum …” zeg ik verveeld. Ik voel m’n telefoon trillen. Het is Dave.

Dave - 09:32 uur
“Jo gast, een collega 
van m’n vader heeft 
een huis te huur staan 
in het centrum. Er 
kunnen zeker vier 
studenten in. Zullen 
we daar met z’n 
allen gaan wonen?”

Oh dat lijkt me gaaf. Maar ja, nu heb ik opeens drie mogelijkheden tot wonen: bij Sem, het studentenhuis van de hospiteer én met Dave. Ik reageer nog niet. 
    “Je hebt er niet zoveel zin in?” vraagt Ryan. Ik voel hoe de lompe, voor mij onbekende jongen naast me half over me heen komt hangen om de margarine te pakken. Zijn penetrante lichaamsgeur hangt nu rondom mijn krentenbol. Eet smakelijk.
     “Niet bepaald. Jij?”
     “Ah het wordt hartstikke gezellig man”, zegt Ryan opgewekt. Hou je bek.
     “Kun je erbij?” vraag ik pissig aan de jongen die op dit moment ongegeneerd over me heen hangt.
     “Ja prima.” Hij begrijpt m’n hint niet. Ik wapper rondom m’n krentenbol en neem na wikken en wegen toch nog een hap. Maar hoewel de geur weg is, smaakt die krentenbol me voor geen meter meer door alleen al het idee van zijn behaarde oksel. Gadverdamme. 
     “Sorry hoor”, zeg ik en ik hang zo overdreven mogelijk over de jongen heen waardoor m’n heup bijna z’n wang raakt. “Pindakaas. Ik ben er dól op”, zeg ik hard tegen hem en ik duw nog iets extra zijn kant op.
     “Gast!” roept hij. “Er staat een pot voor je neus man!” 
     “Oh echt?” vraag ik ongemeend. “Nou, dat spijt me. Die had ik écht niet gezien”, lieg ik. Vervolgens gebruik ik de pindakaas helemaal niet. Ik zet hem alleen maar voor m’n bord. Ryan aanschouwt de gebeurtenis met grote verbaasde ogen. 
     “Geen brood?” vraagt hij aan me. 
     “Nee. Geen honger.” 
     “Gast!” roept de oksel naast me weer. “Ben je mongool of zo?” Hij geeft me een duw. 
     “Jongens!” roept een meisje dat vlak bij ons zit. “Kappen!”
     “Ik ga naar de plee”, deel ik mee terwijl ik de oksel nog een duw geef, en ik sta op. “Ik zie jullie bij die fucking buitenspelen!” 

Op de plee
     “Hoi lieverd”, zegt Sem. Ik moest z’n stem even horen.
     “Hé.”
     “Wat is er? Je klinkt sip.”
     “Ik ben hier niet geschikt voor.”
     “Waarvoor?”
     “Dat sociale gezeik. Iedereen vindt het zo leuk.” zeg ik gefrustreerd. “Iedereen! En ik lig daar in die kut tent dood te gaan van de kou, kan niet slapen, alles is klam en vochtig en ik vind het gewoon kut. Er zat een naaktslak in m’n tent. Een naaktslak!” 
     “Rustig Arthur. Het is toch maar een paar dagen? Kom op, het wordt vast gezellig.” Ik zit op een vieze pot en kijk naar de ondergekalkte deur. ‘Hoer’ staat er. Hè, lekker opbeurend. Van de stress had ik moeite om te pissen, maar de sluisdeuren lijken nu aardig open te staan. 
     “Ik wil naar huis. Net zat er zo’n vieze onverzorgde kerel tegen me aan met z’n stinkoksel.”
     “Ieuw!”, zegt Sem en ik moet glimlachen want ik zie voor me hoe vies hij op dit moment kijkt.
     “Wat doe jij?” vraag ik.
     “Ik moet zo naar school. Kennismaking. Ik heb er best zin in.” Hoe kan dat toch, iedereen vindt het leuk maar alleen meneer Van Moerwijk lijkt er moeite mee te hebben. Krampachtig houd ik m’n lul in de hoek, om te voorkomen dat het pissen geluid maakt. De straal gaat de andere kant op en even klinkt het alsof er een kameel staat te zeiken. “Zit je op de plee?” vraagt Sem.
     “Nee.” 
     “Jawel. Ik hoorde het!” Sem moet hard lachen. “Heb je jezelf opgesloten?”
     “Nee.” 
     “Ja dus. Kom op man, wees een kerel.” Nu lacht hij nog harder.

De buitenspelen
     “Groep één daar, twee daar ...” Het meisje dat vanmorgen ervoor zorgde dat ik zowat in een krentenbol stikte, staat nu vooraan te brullen. We staan op het grasveld met de buitenactiviteiten en het hart zit in m’n keel. “Drie daar, vier, vijf”, zegt het meisje wijzend. Ik ben, samen met nog een pipo van de opleiding, leider van groep nummer twee.
     “Hé man, Arnoud.” De jongen die blijkbaar Arnoud genoemd is, geeft me een hand.
     “Arthur.” 

Al gauw verzamelen de groepsleden zich bij ons. Bij elke activiteit staat nu een groepje. Elke tien minuten moeten we rouleren. Het is nog droog, maar het lijkt erop dat het elk moment kan gaan regenen. Wij, als groep twee, staan bij een stroomspiraal. Je moet het traject afleggen zonder met de ring aan het handvat het spiraal te raken. Gebeurt dat wel, dan moet je opnieuw beginnen. My god, ik ben hier te oud voor.
     “Ik eerst”, roept een van de drie meisjes. Er zijn ook nog twee jongens. Van Clearasil hebben ze nog nooit gehoord.
     “Wat jij wil”, zeg ik verveeld en ik laat het meisje voor. Ze pakt enthousiast het handvat en begint het traject af te leggen. Ze gaat lekker. De jongens en het andere meisje staan er enthousiast bij te kijken. Ik houd het klembord met de scorelijst in m’n hand. 

Wat duurt deze dag lang. We hebben het stroomspiraal overleefd, moesten toen pannavoetbal doen en staan nu bij een groot opblaaszwembad met een balk erboven. Arnoud leest de speluitleg voor:
     “Bij dit spel strijd je als teamleden tegen elkaar. Verdeel je team in twee groepen. Zorg dat de twee groepen vergelijkbaar zijn in kracht, postuur en conditie. Per keer gaat er een tweetal, een uit het ene team en een uit het andere team, op de balk zitten met een opblaasknuppel in zijn/haar hand. Het is de bedoeling dat je de tegenpartij van de balk af slaat. Degene die op de balk blijft zitten heeft gewonnen.”
     “Lachen!” hoor ik een van de Clearasils zeggen. 
     “Prima, dan ga jij eerst”, zeg ik. “Eens even kijken. We hebben een oneven aantal, dus er blijft een iemand over. Gaan jullie maar, ik hoef niet zo nodig.” 
     “Nee Arthur, jij hebt nog geen enkel spel gedaan, nu moet jij”,  roept Arnoud. Godverdomme. De groep is het met hem eens.
     “Arthur! Arthur! Arthur!” roepen ze. Godverdomme. Ik wil niet. De groepsdruk is te groot en ik ga overstag: ik doe m’n shirt uit en loop richting dat enorme opblaaszwembad. Het water is goor en ik vermoed dat het steenkoud is. Wat een kutdag.
     “Kom op Arthur!” roept Arnoud terwijl ik m’n benen om de paal klem en m’n evenwicht probeer te houden als ik met de opblaasknuppel tegen Clearasil sla. Ik verlies m’n evenwicht en zonder dat de puistenkop ook maar iets heeft hoeven doen, lazer ik voorover het vieze water in. Ik hap naar lucht en terwijl ik met m’n blote voeten op de bodem sta voel ik zand en viezigheid. Gádverdamme.
     “Ahhh” roept Arnoud. “Zo snel al?” Ik klim het bad uit en pak m’n shirt van de grond.
     “Hou je bek”, snauw ik hem toe en ik loop bij de groep vandaan.
     “Waar ga je naartoe?”
     “Ik ga weg. Zóek het uit!”
     “Arthur, kom op!”
     “Nee!” Ik loop met grote passen naar het andere grasveld, waar m’n tent staat. Ik ga naar huis. Oprotten met je spellen. 

Eenmaal bij m’n tent, steek ik een sigaret op. Ik ga op m’n koffer zitten en hoor m’n telefoon gaan. 
     “Met Arthur.”
     “Hoi met Sanne, ik bel even over de kamer. Ik heb nog niks van je gehoord en ben benieuwd wanneer je komt wonen.” Oh kak. 
     “Ik kom er gauw op terug. Je belt erg ongelegen, sorry.” Ik hang op, pleur de spullen die los in m’n tent liggen in m’n koffer en loop het grasveld af. Die tent mogen ze houden. Ik ga toch nooit meer kamperen!
     “Arthur?” hoor ik van een afstand. Het is een docent van me. “Arthur, wat ga je doen?”
     “Ik ga weg.” 
     “Waarom?" De docent komt naar me toegelopen. "Arthur, wacht nou even!”
     “Nee, ik ga.” 
     “Dan krijg je hier geen studiepunten voor. Je laat al die eerstejaars zitten, heb je dat wel door?”
     “Nou, dan maar niet. Tot ziens!” Rot op, met je introkamp.



Vervolg: Column 56 - Onverwachts thuis

Online: 13 september 2017

Sem verrassen. Dat had hij echt niet verwacht!

  Like en blijf op de hoogte!