Je bent hier: Home > Columns > Column 52 - Stappen met oud-huisgenoten

Column 52 - Stappen met oud-huisgenoten

School begint bijna, introweek én een hospiteeravond. Ik ga dood van de zenuwen, maar laat me niet kennen.

Datum: 30 augustus 2017

Leestijd: +/- 7 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Een mailtje. Van school. Het gaat over de introweek. Oh als ik toch ergens een bloedhekel aan heb, dan is het wel een intro ergens van. Laat staan eentje die bijna een week duurt. Hoezo heb je een WEEK nodig om er achter te komen dat je opleiding weer begint, terwijl je van te voren toch duidelijk wist dat je vier jaar ging studeren? Oh en dat je dan van die buitenspellen moet doen. Meestal is het kutweer (of bloedheet). En dat je dan met vijf man op een soort opblaasdildo zit en je moet hannesen om aan de overkant te komen. En jij hebt altijd die net iets te dikke zonder t-shirt voor je zitten, of diegene met dat rare luchtje om zich heen. Sjonge jonge, wat een ellende. En dat je jezelf na die week onnozel op foto’s terugziet met ‘ik slaap in een tent’-haar en ‘mijn god wat heb ik gisteren veel gezopen’-ogen. En iedereen zegt na afloop: we hadden het zó leuk! Nou rot toch op. Ik vind er geen hol aan. Sódemieter op. “Ja, maar het is goed om nieuwe mensen te leren kennen, en de eerstejaars moeten ook een kans krijgen”, zei een zeikdocent vlak voor de vakantie, toen ik zei dat ik er echt geen zin in had. Maar wat ik ook voor tegenargument had, het drong niet tot haar door. Je kunt nieuwe mensen ook op de sociëteit leren kennen en die eerstejaars redden zich heus wel. Man, ik moet altijd een week bijkomen van al die dingen die ik tegen m’n zin doe en dan heb ik het nog niet eens over de liters drank die ik naar binnen giet.
Maar goed, ik zal ophouden met zeiken: we zijn gelukkig, het weer is kut, ik ben gevraagd of ik wil komen samenwonen en ik heb een kater. Ik leg m’n telefoon naast m’n kussen en draai me om. Wat hoor ik eigenlijk? Het is kwart over elf en ik heb best lang geslapen. Het geluid komt uit het keukentje van Sems kamer. 
     “Goeiemorgen!” roept Sem opgewekt. Oh god, ook dat nog. Niet te vrolijk doen …
     “Hé”, mompel ik. M’n stem kraakt. “Hoe kom jij zo fit?” vraag ik. Sem komt vrolijk naar me toegelopen met een dienblad. Hij draagt een schort zonder iets er onder. Oh nee. Ik heb echt geen energie, en ik weet dondersgoed wat het doel van zijn outfit is.
     “Voor de schone slaapster”, zegt hij lachend, terwijl hij het dienblad op bed zet. “Dat je je hier maar gauw thuis mag voelen.” Ik denk terug aan het einde van de avond. Of ik hier wil komen wonen, vroeg Sem. Dat weet ik nog niet. Ik ben bang dat ik me dan altijd te gast zal voelen in andermans kamer, en dat ik me teveel ga zitten inhouden.
     “Ah wat lief!” zeg ik gemeend. Er heeft nog nooit iemand ontbijt op bed voor me gemaakt. “Je hebt zelfs croissants en jus!” Ik geef hem een zoen en ga rechtop zitten. Het bed begint te schudden en het wijnglas met jus aan de rechterkant van het dienblad dondert om. Jus over het bed, druipend via het dekbed naar de grond. “Godverdomme”, mompel ik als ik de jus langs m’n rechterbil het matras in voel kruipen. Dat is nog verdomde koud ook! Ik spring uit bed. “Sorry sorry!” roep ik terwijl ik m’n kont droogmaak met een sok uit de wasmand. Sem zegt niks, haalt een doek uit de keuken en dept gauw z’n bed en de vloer droog.
     “Laten we maar aan tafel gaan zitten.”
     “Beter idee”, zeg ik onhandig lachend. “Sorry. Het is echt lief. Ik ook altijd met m’n lompe gedrag.”
     “Geeft niet.” Hij glimlacht. “Wat wil je vandaag gaan doen?” Ik neem een hap van m’n croissant. Ik heb echt geen idee. M’n telefoon trilt. Ik krijg een melding van Kamernet. Toen ik nog op vakantie was met m’n ouders had ik gereageerd op een kamer in het centrum en ik krijg nu pas een reactie. Ik mag op de hospiteeravond komen deze week. Oh yes … een hospiteer. Dit is echt mijn tijd. Samenwonen, introweken en hospiteeravonden. Zucht.
     “Weet ik nog niet. Jij?” Ik vertel Sem niet over de uitnodiging voor de hospiteeravond. Dat zou hem alleen maar teleurstellen en de kans dat ik die kamer krijg is toch heel klein door al die studenten die nu een kamer zoeken.

Die middag
Ik reageerde op het bericht dat ik naar de hospiteeravond kom. Ik moet me maar over die angst heen zetten. Sem en ik zijn de stad in gegaan. We hebben geshopt en zitten nu ergens wat te drinken. We praten over school. Hij heeft er zin in, waarvan ik me geen reet kan voorstellen.
     “Het is toch leuk om weer te beginnen en door te kunnen gaan met je studie?” vraagt hij verbaasd na mijn reactie.
     “Ja. Nou. Dat heb ik dus niet zo.” Ik had lang vakantie en dat beviel me prima. En hoewel ik me kapot verveelde, is het toch wel balen dat ik weer moet beginnen. Dat heb ik altijd. Net of ik moeite heb met het aanpassen van m’n ritme of zo. De laatste vakantieweek krijg ik dan gemengde gevoelens. Zo van: ‘tering, zijn die twee maanden nu al om? Wat heb ik al die tijd gedaan met m’n leven?’ En aan de andere kant heb ik dan toch wel een beetje zin om te beginnen, maar eigenlijk ook weer to-taaaal niet. Vaag hè? Die allerlaatste vakantiedag waarop je vroeg naar bed moet en niet kunt slapen (omdat dat dat je ritme niet meer is) doet best pijn. Dat vind ik dan het best te vergelijken met als je met je brakke hoofd met je blote voet op een bierdopje gaat staan.

In de groepsapp van het studentenhuis waar ik woonde komt een bericht binnen. Het is van Dave. Ik moet gelijk glimlachen als ik zijn naam zie staan. Ik mis m’n huisgenoot en beste vriend. We spreken elkaar te weinig.
     “Wat is er?” vraagt Sem die zijn thee neerzet. 
     “Oh, een app’je.”
     “Van wie?” 
     “Is dit een quiz?”
     “Sorry.”

Dave - 15:55 uur
“Jo gasten, is het 
niet weer eens tijd 
voor een borrel? 
Vanavond stappen?”

     “Dave”, zeg ik terwijl ik m’n telefoon op tafel leg en Sem het app’je laat lezen. “Hij wil stappen.”
     “Doen.” Sem is vastberaden. 
     “Ga je mee?”
     “Tuurlijk ga ik mee. Dat is al zo lang geleden.”

Iedereen reageert enthousiast en zelfs Annemieke en Roderick gaan mee. Ik heb al m’n goeie voornemens (die ik voornamelijk in de vakantie had) overboord gegooid. Ik wilde stoppen met roken en drinken en gezond gaan eten en veel bewegen. Ik heb inderdaad niet veel gedronken (wel heel veel gerookt) maar dat ga ik keihard inhalen. Ik vind stoppen met drinken hetzelfde als een crashdieet. Je gaat super enthousiast aan de slag, leeft op een komkommer en drie rijstwafels per dag en na drie dagen vind je jezelf huilend terug, al lepelend uit een pindakaaspot, terwijl je met een dekentje over je benen als een oud wijf naar een zeikserie zit te kijken. Rot op.

Die avond
     “Dat blauwe. Doe die maar”, zeg ik tegen Sem. Hij staat als een ballerina bij z’n bed en twijfelt enorm over wat hij aan moet. Hij heeft al drie shirts aan gehad en twee broeken en heeft geen keuze kunnen maken. En dan moet hij z’n haar ook nog doen.
     “Ja maar dat shirt is hartstikke oud”, zegt hij. Ik vraag me af waarom hij hem dan überhaupt nog heeft, en waarom hij hem op bed heeft neergelegd als hij toch al wist dat dat ding te oud was om te dragen.
     “Kom op. Het is toch donker in de kroeg”, zeg ik lachend. Ik app Dave.

Ik - 21:23 uur
“Jo Dave, regel 
ff wat ritalin.”

Dave - 21:25 uur
“Jo”

We beginnen met indrinken bij Annemieke thuis. Ze woont tijdelijk bij haar moeder tot ze een nieuwe kamer heeft en ze heeft vanavond het huis voor zichzelf. Er is genoeg drank en Dave geeft me een strip ritalin met vier stuks er in. Ik heb daar zo naar gesnakt. Ik leg er een op m’n tong en geniet van de chemische smaak die m’n mond vult. Het spul werkt al gauw en ik kan merken dat ik het een tijd niet gehad heb. Het is een avond als van ouds: er wordt gelachen, geschreeuwd, gebruld en er staat harde muziek op. We drinken veel en snel, en we doen - om het indrinken traditioneel af te sluiten - een rondje Sambuca-Bier.

Een uur na de Sambuca staan we bij de bar. Ik geef een rondje, want ik heb uiteraard weer verloren. 
     “Heb jij al een kamer?” vraagt Annemieke me. Ik kijk naar Sem en glimlach.
     “Een soort van.” Ik wil het verder nog in het midden laten.
     “Oh? Waar?”
     “Hij komt bij mij wonen”, zegt Sem.
     “Echt?” Annemieke is blij verrast. Ik kijk met grote ogen naar Sem. Waarom zegt hij dat! Ik was toch nog niet definitief daarover? Sem glimlacht schuldig naar me. 
     “Sorry”, fluistert hij.
     “Ik wil er gewoon nog even over nadenken”, zeg ik tegen hem terwijl ik zijn arm even vasthoud. Ik moet ook eerst zien wat die hospiteeravond oplevert voor ik een keuze maak.
     “Jooooo” roept Dave. Hij houdt z’n biertje in de lucht en wacht op onze proost. “Veel te lang geleden dit. Zuipuh!” roept hij hard en boers. Dave zet het glas aan z’n mond en drinkt het in een teug leeg. “Zo”, brult hij en zet met een klap z'n glas op de bar. Hij komt vlak bij me staan. “Doe me nu maar zo’n ritalin dan”, vervolgt hij.
     “Op”, zeg ik.
     “Wát?” roept hij verbaasd. 
     “Op!” brul ik boven de muziek uit, in de veronderstelling dat hij me niet kon verstaan.
     “Nu al? Er zaten er vier in gek!”
     “Tja, ik miste het gewoon”, zeg ik schouderophalend.



Vervolg: Column 53 - Hospiteeravond - fail!

Online: 2 september 2017

Er zaten zoveel hippe gasten op die hospiteeravond en ik voelde me zo'n boer! Nou, dat wordt hem volgens mij niet hoor.

  Like en blijf op de hoogte!