Je bent hier: Home > Columns > Column 51 - Terug naar Nederland; eindelijk!

Column 51 - Terug naar Nederland; eindelijk!

Het was een klereneind terugrijden, maar wat ben ik blij dat ik weer thuis ben.

Datum: 26 augustus 2017

Leestijd: +/- 7 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Ik word wakker door de trilfunctie van m’n telefoon. Zes oproepen gemist. Kut! Ik kijk om me heen en moet houvast zoeken in de verwarring van m’n eigen gedachten. Waar ben ik ook alweer. Oh ja, die fucking indianentent. Ik lig in de slaapcabine en kijk naast me. Indiaan Ugh zelf is nergens te bekennen. Waar is híj nou weer naartoe. Hij zou me toch roepen? Ik bel m’n vader terug.
     “Verdomme Arthur, je zou toch op tijd terug zijn?” 
     “Sorry pap. Ik kom er nu aan.”
     “Het is al kwart voor tien! Sjonge jonge” hoor ik als laatste, voordat hij ophangt. Ik spring het bed uit, kleed me aan, trek de rits open en sprint de slaapcabine uit. Kadeng! Ik struikel over twee benen en lig languit op het vloerzeil.
     “What te fuck!” hoor ik achter me. Ik kom overeind en zit met m’n handen tegen m’n hoofd in de hoop dat die steken in m’n kop af zullen nemen. 
     “What the fuck!” zegt ze nogmaals.
     “Dat zei je al.” 
     “Wat moet je hier gast? Rot op m’n tent uit!” roept het meisje. Dit moet de vriendin van het goeie karakter zijn.
     “Ik ga al. Ik sliep bij je vriend.” Ik weet dat dit echt debiel klinkt, maar meer inspiratie heb ik in deze toestand effe niet. Het meisje kijkt verward om zich heen en heeft het zich gisteren duidelijk ook goed laten smaken. Ze valt weer in slaap en ik ga gauw de tent uit. De jongen is echt nergens te bekennen. Lekker dan. Met mijn richtingsgevoel en het evenwicht van een pinguïn met hevige oorontsteking is het nog een hele opgave om m’n eigen tent terug te vinden. M’n vader belt weer.
     “Arthur …” zegt hij geïrriteerd. Ondertussen loop ik langs de plek waar gisteren het kampvuur was. Het gras is vochtig en het vuur gedoofd. Er liggen veel sigarettenpeuken en lege bierblikken.
     “Ik ben er bijna pap. Bijna!” Ik hang op en begin harder te lopen.
     “Wat een haast!” hoor ik achter me. Ik schrik me dood en draai om.
     “Oh, hoi! Ja, ik moet weg weet je nog?”
     “Ik wilde bijna de lijkschouwer bellen”, zegt hij lachend. “Je reageerde nergens op en ik werd gek van je telefoon dus ik ben maar weggegaan.”
     “Sorry!” Ik loop naar de jongen toe en geef hem een zoen. 
     “Zie ik je nog eens?” vraagt hij.
     “Wie weet. Ik moet nu echt gaan. App me, okee?”
     “Doe ik. Bye!”

Opschieten. Ik neem m’n taak serieus en loop zo hard als m’n bonzende hoofd aankan naar m’n ouders. Buiten adem kom ik aan bij de plek waar m’n tent stond. M’n ouders hebben m’n zooi al opgeruimd en de caravan hangt al achter de auto. Nou, dat scheelt mij in elk geval een boel heisa. Top.
     “Waar was je!” roept m’n moeder met geklemde kaken van boosheid. Jezus. Ik probeer gewoon iets van m’n leven te maken en wat lol te hebben. Waarom snapt niemand dat?
     “Ik was in slaap gevallen, maar ik ben er nu toch?” Ik loop naar de auto. 
     “Ja, een uur te laat. Instappen!” roept ze. M’n vader zit al achter het stuur en start de auto. We sjezen de camping af. Ik vermoed dat dit een erg lange terugreis gaat worden …

En ik had gelijk. We zijn door gesjeesd tot ver in Frankrijk en overnachten in een goedkoop hotel in een gehucht waarvan ik de naam ben vergeten. Ik heb een eigen kamer. Dat wel. Thank god. Ik app met Sem.

Ik - 20:46 uur
“We zijn in Frankrijk. 
In hotel nu.”

Sem - 20:47 uur
“Moe?”

Ik - 20:47 uur
“Overleden”

Sem - 20:48 uur
“Drama queen”

Ik - 20:48 uur
“Lief doen”

Dan gaat m’n telefoon. Sem belt. Ik schrik elke keer opnieuw als blijkt dat het een Facetime-oproep is. En dan niet per se van de oproep, maar meer vanwege m’n onderkinnen in kwestie.
     “Goedenavond meneer”, zeg ik zakelijk.
     “Goedenavond.” Het valt stil. Beiden proberen we ons in te houden, maar proesten het al gauw uit van het lachen. “Je bent best maf”, zegt hij dan. 
     “Dank je.” 
     “Ik mis je.”
     “Ik jou ook.” Bij aankomst bij het hotel trof ik een drankautomaat aan met bier en fris. Goddank heb ik nog kleingeld.
     “Waar ben je nu?”
     “Frankrijk.”
     “Ja, wáár in Frankrijk.”
     “Al sla je me dood.”
     “Kom je gauw weer naar Groningen?” Groningen. Oh dat lijkt me zo heerlijk. 
     “Lijkt me leuk.”
     “Goed.” Het valt stil. Sem kijkt verliefd naar me en ik ben ondertussen m’n kleingeld aan het uitzoeken. Een klein blikje kost twee euro een halve liter tweevijftig. 
     “Wat ben je aan het doen?”
     “Ik moet effe een borrel hebben en ik zag op de gang een automaat. Loop je mee of wacht je hier?” vraag ik lachend terwijl ik m’n telefoon meeneem en zeg voor hij kan reageren: “Okee, je loopt mee.” 
     “Doe mij er ook eentje”, zegt Sem als er een halve liter-blik uit de automaat komt. 
     “Nou goed dan. Omdat je het zo lief vraagt haal ik er een paar extra.”

Nadat het bier op is, het slappe ouwehoeren aan de telefoon flauw wordt en we beiden moe zijn, taaien we af. 
     “Welterusten”, zeg ik en ik weet m’n hik te verbergen.
     “Dag schatje. Tot gauw. Hoop ik.” Ik laat mezelf op bed vallen en stel tandenpoetsen uit tot morgen. 

Thuiskomst
We kwamen halverwege de middag thuis omdat we vanochtend vroeg vertrokken waren. Het is inmiddels avond en ik zit achter m’n computer op m’n slaapkamer. Ik verveel me dood.
     “Heb je de was nou al opgehangen?” vraagt m’n moeder als ze m’n kamer binnenkomt. Van het woord ‘kloppen’ heeft ze nog nooit gehoord.
     “Hij draait nog.”
     “Nog steeds?”
     “Ja.” M’n moeder loopt achterdochtig m’n kamer uit en kijkt bij de wasmachine in de badkamer. 
     “Ja, je hebt gelijk.” Ik glimlach en draai m’n bureaustoel weer om naar m’n computer. Weet zij veel dat ik hem opnieuw aangezet heb.
     “Ga je nog wat nuttigs doen vandaag of blijf je achter dat ding zitten?” vraagt ze.
     “Maham!” Jezus mens. Ik app Sem.

Ik - 17:49 uur
“Ik kom vanavond 
naar je toe. Goed?”

Sem - 17:51 uur
“Wat, vanavond? 
Wat een verrassing!”

Verrassing. Tja het is maar hoe je het bekijkt. Ik wilde gewoon weg.

Groningen
Ik eet met m’n ouders - En jahaah! Ik hing de was op!! - en m’n vader is zo lief me naar het station te brengen. Weg uit Dwingeloo, dat grafhol. 
     “Ken je niet iemand die een kamer vrij heeft?” vraagt m’n vader in de auto.
     “Nee, ik heb al wat rondgevraagd. Het is lastig in deze periode een kamer te krijgen. iedereen zoekt er een voor het nieuwe studiejaar en de meeste kamers zijn al bezet.” 
     “Hoi Arthur!” roept Sem enthousiast. Hij heeft zich opgedoft, dat kan ik zien. Had ik nu maar wat meer moeite gedaan om er wat stralender uit te zien. 
     “Hé”, zeg ik. Ik geef hem een zoen en ruik dat Sem bier op heeft. Mooi zo. Er is bier.
     “Wat ben je lekker bruin!” roept hij enthousiast.
     “Moet je m’n kont eens zien. Spierwit!” 
     “Nou zeg!” Hij lacht en laat me voor gaan naar binnen. 

We zitten op z’n bank, de sfeer is goed en romantisch. Hij heeft lekkere dingen in huis gehaald en genoeg drank. Morgen is hij ook vrij, dus we kunnen uitslapen. We drinken redelijk veel en ik ga m’n boekje te buiten wat de chips betreft. Anderhalve zak chips en twee sixpacks onbekend Duits bier later komt het nummer Dancing on my own van Calum Scott op. Sem sprint van de bank.
     “Oh dit is zo’n lekker nummer!” Hij zet hem goed hard en sleurt me van de bank. Jezus ook dat nog. “Dans dan gek! Dansen!” Hij sprint de kamer door, over de bank, via de stoel en salontafel weer naar me toe. En ik sta daar met m’n handen in m’n zij, te kijken waar ik het as van m’n sigaret laat. Pff ik ben zo goed in spontane dingen. “Doe mee!” roept hij. Wat kan het me ook schelen. Ik gooi m’n sigaret in de asbak en begin te dansen en te springen. Niet dat ik het kan, maar ik doe in elk geval wat. Dan kom ik op het geniale idee om op de bank te springen. Dit gaat twee keer goed. De derde keer komt m’n been half op de rugleuning waardoor de bank uit balans raakt en omkiepert. Een enorme klap volgt en ik donder over het voeteneind en mis op een haar na met m’n kop de salontafel.
     “Jezus!” roep ik terwijl ik op de grond lig en me een weg baan tussen alle rotzooi en schoenen op de vloer.
     “Gaat het goed?”
     “Oh ja hoor, dit doe ik altijd als ik me op m’n gemak voel.” Sem komt bij me zitten, geeft me een biertje aan en we lachen beiden keihard. 

‘I keep dancing on my own. Oooh’ brult de zanger door Sems kamer. Het is een mooi nummer, maar ook wel wat maf. Wat klaagt hij nou? Later zingt hij: ‘I just wanna dance, all night.’ Ja jezus. Als iemand de godganse nacht wil dansen, dan zou ik hem ook smeren. Sodemieter op. Ik zou direct een ander zoeken. Ik ben verdomme al gesloopt als ik m’n nest uit stap.

Een laatste biertje en we gaan tanden poetsen.
     “Romantisch, hè? Zo samen tanden poetsen.” Hij is helemaal in z’n element. Ik sta in het krappe badkamertje tegen de net niet te hete verwarmingsbuis en m’n kop schuin vanwege het schuine dak. Sem rochelt flink en tuft z’n tandpastaresten in de wasbak.
     “Echt wel …” zeg ik. Ik vind het maar een gesmeer. 
     “Kom je hier wonen?” 
     “Wat?” Sem en ik kijken elkaar aan. Hij lijkt net zo verbaasd door de vraag als ik. “Wonen?”
     “Dat lijkt me best gezellig. Dan kun je rustig iets anders zoeken en blijf je tot die tijd hier.” 
     “Ik denk er over na.”


Vervolg: Column 52 - Stappen met oud-huisgenoten

Online: 30 augustus 2017

Het was te lang geleden, stappen met Annemieke, Roderick, Sem en Dave, maar dat hebben we ruimschoots ingehaald, geloof me.

  Like en blijf op de hoogte!