Je bent hier: Home > Columns > Column 36 - Spacecake

Column 36 - Spacecake

GGD Groningen: Uitslag negatief. Ik schrok eerst, maar herinner me wat ik op internet las: negatief betekent juist goed. Yes!

Datum: 3 juni 2017

Leestijd: +/- 9 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Ik ben vandaag al vroeg thuis en niet vooruit te branden. M’n laptop op m’n buik zuigt naar zuurstof alsof het een COPD-patiënt is door de warmte in m’n kamer. Hoe lang ik ’s avonds ook ventileer - tip van m’n moeder - het koelt maar niet af in dit oude huis. Om m’n as af te tikken reik ik naar de asbak op m’n salontafeltje, maar ik ben al te laat. Het grijze brokje dondert op de vloer. Nou, het is mij wel dierbaar. Dat ligt er morgen ook nog wel. Dan gaat de deurbel. Ook dat nog. Moet ik alsnóg in de benen.
     “Goeiemiddag. Brandpreventie.” Een man van zo’n veertig jaar in een blauw poloshirt kijkt op z’n klembord. Ik hou angstvallig m’n sigaret achter me want ja, je mag hier helemaal niet roken. “Ik kom jullie blussers controleren”, vervolgt de man. “Jullie hebben er twee zie ik hier staan.” Hij laat even z’n klembord zien en loopt zonder mijn toestemming naar binnen. Nu gaan we het krijgen. Ik denk terug aan die wilde avond dat heel Annemiekes Action-servies naar de klote ging, en Roderick die brandblusser leegknalde achter het huis. Oh man, en al dat glas dan. Geweldig! Wat heb ik gelachen. Dave stikte ook zowat, hij liep paars aan en ik was er van overtuigd dat die dikke ader op z’n voorhoofd ieder moment kon knappen.
     “Eh ja, ik geloof het wel”, zeg ik. Ik gooi m’n sigaret naar buiten en sluit de voordeur. 
     “Deze, en dan heb je er boven zeker nog een?” Ik heb werkelijk geen idee. 
     “Ik kijk effe.” De man blijft bij de trap staan. Als ik op de overloop kom zie ik er inderdaad een hangen. Debiel hè? Nu woon ik hier al bijna een halfjaar en nog heb ik niet opgeslagen dat er zo’n ding hangt. Ik til het zware kreng van de muur en loop naar de trap.
     “Nee, laat maar hangen. Ik controleer gelijk de beugels.” De man komt ongevraagd de trap op. Van privacy hebben die gasten duidelijk nooit gehoord. Ik doe m’n kamerdeur dicht om te voorkomen dat het rookgordijn het zicht van deze bescheiden brandpreventieman zal belemmeren.
     “Deze is goed. Beugels zijn goed. Dan die beneden.” Ik volg hem en voel me te gast in m’n eigen huis. Het moet niet gekker worden. “Deze is bijna leeg. Hoe kan dat?” 
     “Ik heb geen idee”, lieg ik.
     “Die dingen lopen niet vanzelf leeg”, zegt hij bijdehand.
     “Nee, dat lijkt me sterk. Misschien door de warmte?”
     “Nee, ze zitten hartstikke dicht. Hebben jullie niet een geintje uitgehaald of zo?”
     “De man glimlacht naar me en wacht op een sappig verhaal. En hoewel ik inmiddels genoeg sappige verhalen kan vertellen die de oren van deze man zullen laten dubbelslaan van schrik, vertel ik niets. Want ja, of hij nu zit te wachten op m’n soepstengel in Nutella-verhaal … Ik gok van niet.
     “Ik heb geen idee. Ik woon hier nog niet zo lang. Misschien de vorige huisgenoot of zo.” 
     “Ik neem deze mee en je krijgt een vervangende bus. Voor tijdelijk. Als deze gevuld is dan kom ik hem terugbrengen.” Hij loopt naar z’n busje die pal voor de deur staat. Hij negeert de wachtende auto en zet met geweld de bijna lege bus in de auto en komt terug met een andere.
     “Jo.”
     “Kijk, deze mag je ophangen, hier tekenen en dan zijn we klaar.” Ik doe wat-ie vraagt en voor ik de deur dicht wil doen komt hij wat dichter bij me staan. Dit bevalt me niet.
     “En eh, niet binnen roken, hè?” Hij loopt lachend weg. Wat een hi-fucking-larische vent is het toch ook …
     “Tot ziens.” Ik ga naar boven en het eerste wat ik doe is een sigaret opsteken. Dikke pik voor hem. 

Drie heerlijke biertjes staan te shinen in m’n koelkast. Ze zijn nog over van gisteren en inmiddels dus goed koud. Precies wat ik nodig heb in deze klote hitte. Ik neem ze alledrie tegelijk mee naar m’n bank - dat scheelt twee keer lopen - en ik trek de eerste open. Het gesis klinkt me werkelijk als muziek in de oren. M’n telefoon gaat. God jezus, kan dan niemand me effe met rust laten? Ik pak m’n iPhone om te kijken wie het is. Ik schrik me dood. Het is een Facetime-oproep van Sem. Dat is op zicht niet zo’n ramp, maar in deze opgevouwen positie op mijn bank en die selfiecam zo dicht op m’n kop zorgt ervoor dat eenderde van het scherm gevuld is met onderkin. My god.
     “Hoi” zeg ik, licht gegeneerd met het beeld van gisteravond nog in m’n gedachte. Ik hou de iPhone met gestrekte arm boven m’n gezicht en ik kijk omhoog. Dat scheelt op z’n minst drie kinnen, probeer het maar eens.
     “Hoi, wat ben jij aan het doen dan?” vraagt hij lachend. 
     “Eh, ik lig.”
     “Nee, ik had ook niet echt het idee dat je poffertjes stond te bakken.”
     “Oh niet? Ik doe armoefeningen”, zeg ik ernstig en ik laat m’n iPhone naar me toe komen en strek m’n arm weer. Naar me toe en strek. “Okee, ik geef het op. Ik ben kapot”, zeg ik lachend.
     “Waarom hou je hem in godsnaam zo boven je hoofd?” vraagt hij.
     “Nou, vanwege dit …” Ik doe m’n kin op m’n borst en m’n iPhone vlak voor m’n gezicht. Als hij nu een opname zou maken van dit gesprek dan kom ik vanavond nog op Dumpert.
     “Oh jezus!” zegt hij lachend. “Wacht, dat kan ik ook!” Hij doet hetzelfde: kijkt naar beneden en houdt de camera vlak bij z’n gezicht. Het scherm is gevuld met hunebed en plooi en ik barst het uit van het lachen.
     “Okee, stop!”
     “Je bent echt maf”, zegt hij.
     “Dank je schat.” Ik glimlach trots. Geen idee waarom.

We praten en ouwehoeren, maar over de donkerbruine blotebillenscène wordt niet gesproken. Dat houden we ook maar zo. 
     “Weet je wat wij moeten doen? Een spacecake bakken!” Annemieke staat onaangekondigd in m’n kamer met een bakblik onder haar arm dat al langere tijd geen afwaswater heeft gezien. “Kijk!” roept ze. Ze loopt naar me toe en houdt een enorme zak wiet voor zich. Ik denk dat het wel een halve kilo is! “Eigen teelt. Van een vriend van Roderick”, deelt ze mee. 
     “Eh …” zeg ik en ik wijs naar m’n iPhone. 
     “Oh god.”
     “Spacecake? Gaaf!” hoor ik Sem brullen.
     “Sem!” roept Annemieke. “Sem! We gaan een spacecake bakken. Kom ook langs!” Ik kijk met strenge ogen naar Annemieke, maar dat heeft geen effect.
     “Ja lachen, ik kom”, zegt Sem. Annemieke verlaat m’n kamer. 
     “Dus,” zeg ik droog. “Spacecake …” Ik heb daar helemáál geen zin in. Ik neem nog een slok van m’n biertje. Waar begin ik aan? Ik denk terug aan die ene avond in de coffeeshop. Ik lazerde knetterstoned van m’n fiets. Zijn ze dat soms vergeten?
     “Vind je het wel leuk als ik kom?” Tja, wat moet ik dan nu zeggen. Nee? Dat kan ik toch niet maken?
    “Ja natuurlijk wel.” 

Later die dag
Ik zit op de plee en hoor hoe Annemieke tekeergaat met een mixer in een beslagkom. Er staat muziek aan en als ik terugkom zie ik een grote klerezooi in de keuken. Dat heeft ze dan vlot gedaan, zo in vijf minuten. Nee, inderdaad. Ik schijt nooit zo lang. Ik ga toch zeker niet vrijwillig in m’n eigen strontlucht zitten?
     “Ja hoeveel moet er in dan?” vraagt ze en ze gooit de mixer op het aanrecht. Dat vraagt ze aan mij. Kan je het je voorstellen? Aan mij!
     “Weet ik veel. Heb je geen recept?”
     “Nee, ik maak gewoon een cake van de Appie en pleur er wat doorheen.” Ik bekijk de zak op het aanrecht. Ik heb echt nog nooit zoveel wiet bij elkaar gezien. Ik denk dat er wel dertig van die groene, gedroogde bolletjes inzitten.
     “Geen idee. Waar is Roderick dan?”
     “Die is straks pas thuis. Zoiets denk je?” vraagt ze. Ze breekt een bolletje doormiddel en houdt het op haar hand voor me.
     “Nou dat lijkt me wat weinig.” Ik geef haar een extra bolletje.

Zo’n twee uur later staan we weer in de keuken. Sem is inmiddels ook gearriveerd en Roderick snijdt met een aardappelschilmesje de cake in plakken. Ik zeg maar niks.
     “Nou eerst maar een helft? Je weet nooit hoe het valt”, zegt Annemieke.
     “Nee joh, gewoon een hele”, zegt Roderick. Annemieke neemt de eerste hap. Ik durf niet. Uiteraard.
     “Hmm” zegt ze met een krampachtig gezicht. “Goor joh!” Ik bekijk het plakje blanke cake met groen/bruine stukjes erin. Er komt een lucht vanaf en de cake is volgens mij nog niet eens gaar. Ik neem een hap en er komt me een smaak in m’n mond, dat wil je niet wéten.
     “Oh, er moet wat op. Pindakaas!” roep ik. Ik spoel de hap met water weg en smeer een centimeter dikte pindakaas op de rest. Sem eet de cake verdacht snel op. Hij heeft het vast vaker gedaan. Roderick is in z’n element.
We zijn anderhalf uur verder of ik voel nog niks. Nou ja, wat aan m’n ogen, maar ik voel me niet zoals toen in de coffeeshop.
     “Moeten we niet nog wat nemen?” vraag ik.
     “Nee gek! Het komt vanzelf. Het kan wel tweeëneenhalf uur duren.” En dat duurde het ook. Misschien wel drie uur. Ik voel een gons door m’n maag (sorry, ik kan het niet anders omschrijven). Als ik wat drink, dan heb ik het gevoel dat het een meter naast me door m’n lijf zakt. Erg vaag. We kijken een film en ik ga er helemaal in op. Annemieke ligt te schuddebuiken op de bank en Sem probeert z’n lach duidelijk in te houden. Ik kijk naar Tequila. Wat is het ook een maf beest. Soms ben ik opeens heel helder, en soms voel ik het echt door m’n lijf gieren. 
     “Gaat het? Je bent zo stil”, zegt Sem. 
     “Ja hoor.” 
     “Oh jezus, je ogen!” roept Annemieke. Oh god. Gaan we weer.
     “Gewoon relaxen man”, zegt Roderick rustig. Het kalm blijven lukt hem duidelijk beter dan mij.
     “Ik geloof dat ik even moet kotsen”, zeg ik droog. De rest begint hard te lachen. “Ben zo terug.”
     “Jo”, zegt Roderick, alsof ik meedeel dat ik even naar de supermarkt ben. Annemieke steekt haar duim op. Ik kom aan bij de WC en bestudeer de kalender met die halfnaakte man erop. Het is een enorme knapperd, maar ik snap alleen die spriet op z’n hoofd niet. Hij heeft een strak kapsel dat met behanglijm bij elkaar geplakt lijkt te zijn, en er is één sprietje dat over z’n voorhoofd hangt. Ik denk dat het een dwars en eigenwijs sprietje was, dat zei: “Ja ik vind het allemaal prima hoor, met die foto enzo, maar ik laat me niet met nog 100.000 vieze, plakkerige haren aan zíjn hoofd plakken.” De fotograaf en het model probeerden hem waarschijnlijk nog over te halen met iets van: “Echt niet? Kom op. Het is je familie man!” En het dwarse sprietje reageerde vast nors: “Nee, sódemieter op. Dat geklef!” Nou, ik geef hem gelijk ook. Ik ga op de grond zitten. Eigenlijk is zo’n plee best mooi en rustgevend. Moet je die voegen zien joh. Donkergrijs met hier en daar een gaatje. Geweldig. Wat nou als je door zo’n gaatje heen kon kruipen, waar zou je dan uitkomen? Ik verlaat de WC en loop naar de ruimte achter die muur. Ik zie geen gat en geen voegen. Zou er een ruimte in die muur zijn?
     “Wat de hel ben je aan het doen?” vraagt Roderick. Ik peuter met m’n vinger aan de voeg en heb inmiddels een redelijk groot gat gemaakt. Ik zeg niks. “Hallo! Loop de boel nou niet te vernielen!” vervolgt hij. Uiteindelijk ga ik mee terug naar zijn kamer en de rest van de avond is best ontspannen. Ik heb de grootste fantasieën en het is net of ik in m’n eigen wereld zit joh. Fascinerend!
     “Doe mij nog eens zo’n plak!” roep ik lachend.
     “Nee gek, niet nog meer”, zegt Roderick.

De avond verloopt verder rustig. Ik ben nergens vanaf gepleurd en er klinkt rustgevende muziek. De film heb ik door al m’n gedachten maar voor de helft kunnen zien. Sem gaat me voor naar m’n kamer. Hij ontdoet zich al lopend richting m’n bed van z’n kleren. 
     “Gaan we nog eh …” begin ik en ik houd hem vast bij z’n middel terwijl ik hem zoen. Hij beantwoordt de zoen niet, draait zich om en trekt z’n tweede sok uit. 
     “Nee, te moe.” Hij laat zich op m’n bed vallen en er klinkt gelijk gesnurk. 
     “Okee. Eh … en ik dan?” vraag ik terwijl ik bij m’n bed sta. Ik kijk naar Sem die m’n hele matras in beslag neemt en half ligt te kwijlen op m’n kussen. “Godsamme” mompel ik en ik sjok naar m’n bank. “Nou, welterusten dan.”


Vervolg: Column 37 - Daves en mijn verjaardagsfuif!

Online: 7 juni 2017

Het voordeel van bijna tegelijk jarig zijn is dat je je verjaardag samen kunt vieren. Het huis was omgetoverd tot feestpaleis. Ik heb geláchen!

  Like en blijf op de hoogte!