Je bent hier: Home > Columns > Column 33 - Ik ben opgepakt!

Column 33 - Ik ben opgepakt!

Met m’n wang voelde ik de koude motorkap van de politieauto. “Dit hadden we zo niet gepland, hè?” brulde Dave lachend.

Datum: 24 mei 2017

Leestijd: +/- 9 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Tijdens een geanimeerd gesprek met de jongen naast me observeer ik hem zo onopvallend mogelijk. Ik ken hem niet. Maar hij mag er zijn, dus dat maakt geen hol uit. Hij werkt in het ziekenhuis, vertelde hij net. En hoewel dat best een nichtenberoep zou kunnen zijn, heb ik het sterke vermoeden dat hij niet van de partij is. Dave is er ook. Annemieke en Roderick zouden misschien ook nog komen. De sfeer is goed, Dave al aardig lam en de muziek staat hard. Dave commandeert de laatste slok bier naar z’n keelgat en zet het glas voldaan op de bar.
     “Jouw beurt”, concludeert hij. Hij slaat amicaal z’n arm om me heen. Niet doen Dave, niet doen. Ik ben aan het ‘netwerken’. 
     “Wil je ook?” vraag ik de jongen. 
     “Nee, ik heb er al drie op. Maar toch bedankt.” Oh het is er zo een. Dat krijgen we er wel uit.
      “Moet je rijden of zo?” vraag ik.
     “Nee.” Ik kijk afwisselend van de jongen naast me naar de barman. Glimlachend bestel ik drie bier. De kroeg is gevuld met gezelligheid en ik heb het geweldige voornemen hier nog heel vaak te komen. 
     “Dank je.” Ik pin het bedrag en geef de jongen een biertje.
     “Ik zei toch dat ik niet hoef?” zegt hij.
     “Klopt.” Ik neem een slok en proost met Dave en houd dan mijn glas bij de jongen. “Cheers.” De jongen twijfelt maar pakt z’n glas en tikt het tegen het mijne. “Grote jongen.” We praten over zijn werk en ondertussen ben ik getuige van Daves ‘coole’ moves. Hij springt en zwaait met z’n armen. En telkens gutst er een slok bier uit z’n glas. Dat is pas alcoholmisbruik. 
     “Rook je?” vraagt de jongen. Kijk, dit is een man naar m’n hart.
     “Jep. Maar eerst effe pissen.” Ik zet het glas op de bar en loop weg. “Let effe op m’n glas. Zo terug!”

Ik sta rondjes te pissen en probeer de afbeelding van de vlieg in het urinoir bewust niet te raken. Noem het dwars, noem het een heldendaad. Zelfs als mannen staan te zeiken willen ze nog laten zien dat ze een man zijn. Ik bedoel: hoeveel bewijs wil je hebben? En heb je ooit een vrouw staand zien pissen? Staand pissen is dus al een kunst op zich. Ik kijk door het kleine, gammele raampje rechts naast me. Rokende mensen staan in groepjes bij elkaar in een poging zich warm te houden op deze tamelijk koude avond. Het is druk. Links staat een tweetal te dealen en er lopen groepjes jolige mensen voorbij. De beveiligers verderop fleuren het straatbeeld niet bepaald op, maar dat zal me worst wezen.
     “Jo man.” Van schrik stop ik met pissen. Kleine Arthur slaat dicht. Ik zie hem angstvallig in zijn schulp kruipen als een legermannetje die angstvallig zijn helm opdoet. Alleen heb ik nog geen functie voor dat debiele pisgaatje op die glimmende helm bedacht. Je wordt soms zo filosofisch van ritalin. Met dat-ie stopte raakte ik toch de afbeelding die klotevlieg. Fail!
     “Jo Dave.” Dave knoopt uitbundig z’n broek open en loopt boers naar het urinoir naast me. 
     “Ben zo zat als een beer”, concludeert hij. Hij zet z’n glas op de rand en leunt met z’n hand ver boven zich tegen de muur.
     “Oh echt?” vraag ik lachend. Ik ben inmiddels klaar en het restje dat zich nog in m’n blaas bevond heb ik recht op de kop van die kutvlieg gepist. Ik sta voor de spiegel. Grappig is dat. Als ik gedronken heb dan vind ik mezelf er veel beter uitzien. Dat kan zijn doordat ik minder kritisch ben en die enorme wallen grappig ga vinden of zo, maar het kan ook zijn dat m’n gezicht gewoon meer ontspannen is. Geen idee.
     “Doe mij er effe een.” Ik slik een ritalin weg met een slok uit het biertje van Dave en geef hem er ook een. Er is er nog maar een over, en dan te bedenken dat ik de strip vanmorgen kocht.
     “En nu roken, ouwe zuiperd.” 

Als ik terugkom bij de bar zie ik dat de jongen weg is. M’n biertje staat onbemand op de bar, het zijne ernaast. Ik bestel een nieuwe en sta inmiddels buiten.
     “Annemieke en die pipo komen zo”, zegt Dave en hij beantwoordt het app’je. Met ‘pipo’ doelt hij dus op Roderick, maar dat had je misschien al door. Ik ben hem gaan waarderen. Of tolereren, dat is een beter woord. En van z’n kat Tequila ben ik gaan houden. Alleen kan ik nog niet wennen aan het idee dat hij langs m’n benen strijkt en ik met alle plakband die ik in huis heb m’n broekspijpen moet ontharen. Misschien moet ik dat beest gewoon eens scheren als Roderick niet thuis is. We zouden ‘m eigenlijk eens mee moeten nemen naar de kroeg. Haha! Zie je het voor je?
     “Ho!” roep ik, als ik op de vensterbank naast een man van een jaar of dertig ga zitten. Ik stootte hem per ongeluk aan en er viel wat bier uit m’n glas.
     “Ho? Wat ‘ho’? Rot op man. Ga effe ergens anders zitten met je rook.” Kort lontje. Ik zet m’n glas op de grond om te voorkomen dat er straks weer wat uitvalt en blijf rustig zitten.
     “Ik zei toch sorry?”
     “Dat zei je niet. En nou oprotten!” Hij geeft me een duw. Nou wordt-ie mooi. “Weg!” roept hij er achteraan. “Ga dan!”
     “Nee, doe eens normaal joh!” roep ik en ik geef hem een duw terug. Vanaf dat moment gaat het allemaal verdomde snel. Een doffe klap dreunt door m’n kop en opeens lig ik op de grond. Ik staar naar m’n bierglas. Het bier is doodgeslagen. Opeens voel ik een band met het goudgele goedje in m’n glas. Ik begin zwarte vlekken te zien.
    “Jo gast, doe normaal. Ga staan!” roept Dave. Hij trekt aan m’n arm. Ik voel aan m’n gezicht. Jezus, m’n hele kop is beurs.
     “Wat gebeurt er?” vraag ik als Dave me naar zich toetrekt en we een stuk bij de man vandaan lopen. De man komt naar ons toe en geeft me nog een duw. 
     “Kappen!” roept Dave. Hij staat met z’n armen wijd tussen de man en mij in. De man geeft hem een schop tussen z’n benen en Dave ligt nu kronkelend op de grond. M’n bierglas valt om. Glasscherven overal en de man komt op mij af.
     “Vuile kuthomo!” Hij geeft me een hengst achterop m’n kop. Ik weet mezelf rechtop te houden, draai om en haal naar hem uit. Ik sta te trillen op m’n benen. Ik heb echt nog nooit iemand geslagen. De man lijkt de pijn amper te voelen en ramt tegen m’n schouder. Ik krijg een waas voor m’n ogen en storm op hem af. Ik sla elk deel dat ik ook maar kan raken. Dave staat inmiddels weer rechtop en wankelt beduusd naar de vensterbank. 
     “Hé!” klinkt er dan ineens. Ik negeer het en vlieg de man nogmaals aan. “Hé! Stoppen!” hoor ik een andere stem roepen. Ik draai om. Twee beren van agenten en een beveiliger staan tegenover ons. “Meekomen”, commandeert de grootste van het stel. De kleinere ontfermt zich over Dave. “Meekomen!” roept de man nogmaals. Hij pakt me bij m’n arm. Z’n greep gaat blauwe plekken achterlaten, ik weet het zeker. Dave en ik lopen, met allebei een agent aan de arm de kroegensteeg uit.
     “Ik had niet verwacht dat ik vanavond nog een agent aan de haak zou slaan!” zeg ik en ik begin hard te lachen. Dit had ik beter niet kunnen zeggen. De man duwt me met m’n lichaam tegen de muur en trekt m’n beide armen achter m’n rug. Hij doet me handboeien om. En strak ook. Oh jezus, ik heb ook altijd weer wat nieuws. 
     “Ik ben trots op je!” roept Dave lachend vanaf de andere kant van de straat. Voor mij valt er weinig te lachen. De agent duwt me voorover op de politieauto. M’n wangen worden koud door de enorme motorkap en ik aanschouw de grote blauwe en rode strepen. Een sticker van goeie kwaliteit. De agent praat in z’n portofoon. Ik versta het niet. Hij houdt me vast bij de handboeien en elke keer als ik wil bewegen trekt hij iets harder m’n armen omhoog. Met de angst dat ieder moment een schouder uit de kom kan vliegen kijk ik om me heen. Ik moet hier weg, maar dat is onmogelijk. Dave zit inmiddels op de grond. De andere agent staat naast hem en wacht op de agent die mij in deze sadomasochistische greep houdt. Ik kan me niet voorstellen dat mensen van deze onderdanigheid een kick krijgen. Maar ja, ik heb 50 Tinten Grijs dan ook niet gelezen. 
     “Arthur?” hoor ik achter me. Ik draai m’n hoofd bij - voor zover dat mogelijk is - en zie Annemieke en Roderick angstig toekijken. Ook dat nog.
     “Wat is er gebeurd?” vraagt Roderick.
     “M’n bier viel om!” roep ik overdreven hard lachend. Intussen scheurt een politiebusje naar ons toe. 
     “Je vindt het nogal amuserend, hè?” vraagt de agent.
     “Nee agent, okee agent, ik zal het nooit meer doen agent”, begin ik in een riedeltje met hier en daar een hik. Dave en ik worden in het busje geflikkerd alsof we varkens zijn die naar het slachthuis gaan. Het busje stinkt, is donker en er zit een soort gaas voor de ruiten. Man, ze doen alsof ik een moord gepleegd heb. Ik deed toch niks verkeerd? En waar is die vent die me als eerste die mep verkocht eigenlijk?
     “We zijn de lul. Oh we zijn zó de lul”, zeg ik wanhopig als we beginnen te rijden en ik het staal van de handboeien in m’n polsen voel snijden.
     “Nee man, dat valt wel mee.”

Een agent in blouse met stropdas staat ons op te wachten op het politiebureau. Dave en ik worden allebei naar een aparte ruimte gebracht. Nu sta ik er dus echt alleen voor.
     “Al je bezittingen op tafel. Riem, schoenen, en zakken leeg.” De man doet m’n handboeien af. Ik word gefouilleerd door een agent met latex handschoenen. Waar doen me die ook alweer aan denken? Haha! God, ik ben blij dat ik niet zo’n enge latexfetisj heb. Anders zou ik de hele godganse dag met een boner rondgelopen hebben. M’n bezittingen worden in een plastic bak gegooid en hij brengt me naar een andere ruimte.
     “En hoe lang gaat dit feest duren?” vraag ik. De man houdt de deur van de cel open en wil me naar binnen duwen. “Hé!” roep ik als hij niet reageert en ik kijk hem aan.
     “Hou je een beetje gedeisd.”
     “Ik vráág toch gewoon wat?” De man reageert niet, duwt me ruw de cel binnen en gooit de deur met een klap dicht. En daar zit ik dan. Op een dun, goedkoop matrasje met uitzicht op een aluminium plee zonder knop. Ik moet door een speaker praten om te zeggen dat ik gescheten of gepist heb en dan trekken zij door. Kutzooi. Ze hebben ook niet eens zo’n vlieg in de plee. Ik ga op bed liggen en staar naar het plafond waar zwarte figuren op zijn gemaakt met een aansteker. 'FUCK THE POLISE' lees ik. Jammer van die schrijffout. "GRUNN" zie ik aan de linkerkant. Alles draait voor m’n ogen en m’n wang en oogkas doen pijn. Ik zou een moord doen voor een sigaret. Okee, het is duidelijk. M’n leven is voorbij. Het ritalin-snuivende feestnummer himself zit in de bak. God jezus, ik heb ook altijd wat nieuws. 

Van schrik ga ik rechtop zitten en staar strak voor me uit. Fuck! Morgen wordt m’n oma begraven!

Vervolg: Column 34 - Uitvaart van oma gemist?

Online: 27 mei 2017

"Mag ik alsjeblieft weg? M'n oma wordt vandaag begraven", smeekte ik. "Ik wil afscheid van m'n oma nemen!" De agent reageerde niet en liep weg.

  Like en blijf op de hoogte!