Je bent hier: Home > Columns > Column 126 - Heb ik nou geboekt?

Column 126 - Heb ik nou geboekt?

“Boeken! Boeken! Boeken!” riepen ze in koor. Ik zie het zo weer voor me. “Boek dan, Arthur! Boek dan!” Maar vanaf dan kan ik me niet meer herinneren. Heb ik nou geboekt of niet?

Datum: 9 oktober 2019

Leestijd: +/- 7 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk


Schuimkragen van twee vingers hoog, pakje sigaretten bijna leeg en overal bloedmooie gasten. We zijn er weer. Ik sta weer in de kroeg. Uiteraard. En ik draai weer op volle toeren. Uiteraard. En ik ben lam. Uiteraard.
Ik ben met Jamila en Astrid. De belofte die ik maakte: ik op retraite, zij met mij zuipen, wordt gelijk waarheid. Nou, daar sta je dan. Astrid drinkt cola en staat zich te ergeren aan een paar jonkies aan de bar, en Jamila heeft zichzelf volgegoten met alles wat voor handen was.
“Arthuuuuuuuur!” brult iemand. “Arthuuuuuuuur!” Ik draai me op en kijk in de ogen van Sem. Ook dat nog.
“Nou ja! Hé Sem! Hoe is het?”
“Goed, goed. Met jou ook?”
“Ja, het gaat goed. Up en running, hè?” zeg ik en ik wuif de kroeg rond. Ik weet ook niet wat ik doe.
“Ja. Leer mij Arthur kennen! Bier?”
“Lekker.”

We drinken een biertje en praten wat, maar het is niet meer zoals het ooit was. Er is teveel gebeurd en de ongedwongen sfeer is er wel af. Alsof er wat tussen ons in staat. Maar ik ga nu niet verbaasd lopen doen, want we weten allemaal dat ik dit verneukt heb. Goed, de avond vordert. Ik groet Sem en ga naar de plee. De zoveelste keer. Ik blijf zeiken met al dat gezuip. Ik ga naar de stijtpot, want dan kan de deur op slot. Zitten doe ik op dit tijdstip maar niet. Dat heb ik een keer gedaan, zonder er over na te denken. Maar dat wil ik nooit meer meemaken. Resten pis en resten kots aan je hol is niet aan te raden. Ik heb nog twee ritalin. De rest ligt thuis. Ik breek er eentje in kleine stukken en leg de stukjes terug in de strip. Met een euromunt druk ik het tot gruis en ik douw m’n neus erin. Ik haal heel hard m’n neus op en begin keihard te hoesten. Sommige stukjes waren nog niet helemaal vermalen en die stukken schoten dus m’n luchtpijp in. Gadverdamme. Een check met de camera van m’n telefoon leert dat m’n neus schoon is en ik het wc-hokje uit kan.
“Zo, lekker kotsen?” vraagt Sem.
“Nee haha,” zeg ik hoestend met overslaande stem.
“Oh, laat maar. Ik weet het al.” Sem gaat de wc in en draait de deur op slot. Schouderophalend loop ik terug naar de kroeg. Jamila staat te dansen alsof ze een horrorbevalling ondergaat en Astrid zit roerend in haar glas - dat alleen nog gevuld is met ijsklontjes - dromerig aan de bar.
“Zo, en gaat er nog geneukt worden vanavond?” vraag ik Astrid. Ze kijkt op.
“Wat? Haha jezus, doe normaal!” roept ze, en ze focust zich weer op haar glas.
“Heb je het wel naar je zin?” vraag ik.
“Astrid!!!!! Assieeeee!” roept Jamila. “Astridjeeee! Doe nou mee!” Jamila staat te bonken en te stuiteren en grijpt mij bij de schouders om de polonaise in te zetten.
“God jezus mens, doe eens rustig!” roep ik.
“Ik wil eigenlijk wel naar huis”, zegt Astrid.
“Wat?” roep ik.
“Ik wil eigenlijk wel naar HUIS!” zegt ze nogmaals, nu iets harder.

We zijn eruit. We doen nog een laatste borrel bij Astrid thuis (mijn verzoek), en gaan dan allemaal naar huis. Morgen moeten we tenslotte werken, en tja, dan zijn we (wellicht) nog een beetje fit. De reis naar Astrids huis is een grafeind. Jamila blijft maar lullen en ik baal dat ik nog maar een ritalin heb.
“Zo! Mi casa, su casa!” zegt Astrid terwijl ze de deur opendoet.
“Ja ja ja, dat gelul kennen we nu wel. Draaaaank!!” roept Jamila. Ik moet zeggen: soms is ze een beetje lomp, maar ze zegt precies wat ik denk.
“Ja, en schenk mij er ook een in. En met een bloedgang!” roep ik lachend.  

Ik kijk het huis van Astrid rond. Overal staan vetplanten, er ligt een borduurwerk op de salontafel en in de hoek staat een kattenmandje. Godzijdank is haar kat vorige week overreden. Anders had ik hier gezeten met die haarbal op m’n nieuwe jas.

Goed. Dat ene borreltje werd natuurlijk een hele fles, en bij mij ging het licht uit. Ik word wakker in een bed. Ik kijk om me heen en heb werkelijk geen idee waar ik ben, ook al herken ik het bloemetjesbehang. M’n kop bonkt en ik héb me toch een droge bek.
“Huh?!” roep ik. Ik zie naast me een gast in bed liggen. “Wie ben jij dan?”
“Hè wat?” mompelt hij. Ondertussen probeer ik me de avond te herinneren. Ik weet nog dat we naar Astrids huis liepen voor een borrel, en dat we daar helemaal los gingen. Ze bleven maar zeiken over m’n retraite en dat ik moest boeken.
“Waar zijn we en waar ken ik jou van?”
“Oh, ja precies en dat je dan met die koe daar achter … haha ja dat was lachen,” mompelt hij en hij maakt gebaren in de lucht die in slowmotion gaan. “En dat toen daar ook enzo ja op brood. Ja precies,” mompelt hij en dan valt hij snurkend in slaap. Ik sleur mezelf uit bed. Aangekleed ben ik nog. En ik ga naar beneden. Ik kan amper rechtop staan van de koppijn.
“Jaaaaa!” wordt er geroepen zodra ik de trap af kom. “Hij leeft nog!”
“Jezus, wat is dit!” roep ik. “Wie is dat?”
“Aah wat maakt het nou uit. Wie is wie. Het gaat er niet om wie wie is, maar hoe wie is. Ik bedoel zo is wie sowieso wie, zo toch?” mompelt Jamila, gevolgd door een hoog geluid dat klinkt als: “wieeeeeeeee!” en de huppelt door de woonkamer. Ik begin hard te lachen. Mede doordat ik Jamila’s gezicht zie bewegen en verschillende kleuren zie krijgen. Als ik de kamer rondkijk, heb ik het gevoel dat m’n ogen bol staan. Alsof alles er zo hol en geel uitziet. Een soort fisheye-effect. Jezus, wat hebben wij gehád joh!
“Ah joh, ik zei al, je moet het lossssssssssss …” een poosje stil, want Astrid is afgeleid door een van haar vetplanten “… laten. Goed dat je het gedaan hebt, Arthur. Gewoon alles laten gaannnnn …” vult ze aan. Ik kijk op m’n telefoon. Kwart voor zes.
“Godallejezus, we moeten over iets meer dan twee uur werken!” roep ik.
“Laat het losssssss, alles …” humt Astrid alsof ze Adelheid Roosen is de reclame van Yarden is. Ik heb het gevoel dat ze elk moment begint met “Wat kunt u mij zeggen over dood. Spreekt u de dood, of schrijft u …” en dan eindigen met “we gaan dood. (Hijgend) Allemhaaaaaaaaal!” Maar het valt mee.

Ik voel een strip ritalin in m’n zak. Nog één pil. Ik ga naar Astrids keuken en snuif hem op, op traditionele wijze. Dan zet ik m’n wekker om kwart voor acht, en ga op de bank zitten. Wat hebben we gehad joh? Het is nu net alsof het tapijt golft en het bloemetjesbehang heeft zulke intense kleuren.
“Jij nog?” vraagt Astrid me. Ze houdt een doosje met paddestoelen voor m’n neus.
“Wow, jezus nee!” roep ik. “Astrid? Jij? Paddo’s? Wat is er gebeurd! Heb ik die ook gehad?” Geen reactie.

De tijd gaat langzaam. Ik scroll door Facebook en kijk in WhatsApp. Een normaal mens slaapt op dit tijdstip, dus er gebeurt online geen flikker. Dan zie ik de situatie opeens weer voor me. “Boeken, boeken, boeken!” hoor ik en ik weet gelijk weer waarover het gaat. Ik check gauw m’n mail. Daar zie ik het opeens. ‘Bevestiging van uw boeking.’ Godverdomme. Ik heb een huisje geboekt. 298 euro voor drie dagen. Godverdomme. Dat kan er ook nog wel bij. Ik baal als een stekker, maar gek genoeg raak ik ook weer snel afgeleid. Astrid en Jamila doen maar gekker en gekker. Deze avond gaat zelfs mij de pet te boven. Als dan die onbekende gast ook nog van boven komt, weet ik het helemaal niet meer. Ik lig het allemaal wat te verwerken, en hoor die gast wat mompelen, als ik opeens opschrik van m’n wekker. God jezus, het is al kwart voor acht.
“Met Arthur,” zeg ik met een zo krakerig mogelijke stem (hoef ik niet heel veel moeite voor te doen). “Ik moet vandaag werken, maar ik ben echt niet fit en wil me ziek melden.”
“Jij ook al?” vraagt m’n leidinggevende.
“Huh, hoezo?”
“Vannacht om drie uur app’te Jamila me dat ze niet komt omdat haar oma ziek is en Astrid stuurde vanmorgen om zes uur een mail dat haar kat is overreden. En bij mijn weten heeft ze helemaal geen kat! Ik weet niet wat er allemaal aan de hand is, en wat jullie uitgespookt hebben, maar het werk gaat wel door. Jullie moeten maar gewoon komen!”
“Maar dat gaat écht niet!” zeg ik lacherig.
“Arthur!” brult ze. “Geen discussie!”



Vervolg: Column 127 - Wat kut.

Online: 16 oktober 2019

Boeken mee, maar geen concentratie. Gezelligheid nodig, maar doodse stilte. Jeuk, maar geen gast te bekennen. Wat kut, wat kut, wat kut.

  Like en blijf op de hoogte!