Je bent hier: Home > Columns > Column 120 - Trouwerij Annemieke

Column 120 - Trouwerij Annemieke

Hilarisch. Annemieke vond zichzelf te brak om te trouwen. Haha! Hoe bedenk je het!

Datum: 25 april 2018

Leestijd: +/- 7 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk


        “Verrassing!!” roepen we in koor. We staan met een groep van twintig mensen voor Annemiekes deur. 17 vrouwen, een man (Dave) en twee nichten (Sem en ik). Robert is thuis gebleven. Hem meenemen durfde ik niet aan.
        “Wat?! Nee joh! Wat is dít dan!” roept Annemieke verbaasd, haar handen voor haar gezicht slaand.
        “Jij gaat mee”, zegt een van de dames.
        “Maar ik moet straks werken!” roept Annemieke.
        “Dat hebben we voor je afgezegd.”

We nemen Annemieke mee naar de stad. We drinken er een paar drankjes en gaan dan uit eten. We zitten in een all you can eat restaurant. De bedoeling is dat je er maximaal twee uur zit. Het is inmiddels 2,5 uur nadat we binnenkwamen en er is niemand die ons wegstuurt. Ondertussen zuipen we wel rustig door.
        “Waar gaan we zo naartoe?” vraagt Annemieke.
        “Naar de klote!” roep ik. Ik neem een slok van m’n alcoholvrije biertje alsof het normaal bier is. Ik moet nog steeds wennen aan de smaak.
        “Heujjjjj!” roept het gezelschap keihard. Annemieke laat de drank zich goed smaken en is al aardig aangeschoten.

We verlaten het restaurant.  

        “Bijbetalen?!” roept Annemieke verbaasd. “Ja écht niet!” Ze wankelt op haar benen en zoekt steun tegen de grote bloembak in de hal.
        “U hebt 3,5 uur gezeten terwijl het de bedoeling is dat u maximaal 2 uur blijft”, legt de restauranteigenaar rustig uit.
        “Ach, sodemieter op! Jongens, we betalen normaal tarief!” brult ze. En zo geschiede. De restauranteigenaar heeft geen weerwoord tegen 17 gillende vrouwen, twee nichten en een hetero. Whaha! De kroegentocht start. Waar komen we niet, kan je je beter afvragen. Annemieke boert en schreeuwt. Ze heeft het duidelijk naar haar zin.
        “Annemieke, moet je niet wat rustig aan doen? Je moet morgen trouwen!” zeg ik lacherig. Ik ben nog vrij nuchter. Een paar biertjes dronk ik en voor de rest zat ik aan het maltbier.
        “Ah, hou op joh. Ik trouw *hik* maar één keer in m’n hele leven. Nou goed, misschien twee keer.” Ze lacht om haar eigen grap en neemt nog een slok van het zoveelste chemische drankje.

Trouwdag
Ik ben niet zo brak als ik had verwacht. Het is toch echt een voordeel dat je een avond niet zoveel drinkt en alcoholische drankjes afwisselt met alcoholvrije drankjes. Robert was trots op me. En dat terwijl ik nog wel om half zes thuis was.

De nacht was kort, het feest geweldig. Ik ben benieuwd hoe Annemieke er aan toe is. Ik heb haar al ge-app’t, maar ze reageert niet. Dus óf ze ligt nog te pitten, óf ze zit dik in de stress.
        “Klaar voor?” vraagt Robert. Het is kwart over negen. We moeten gaan. Ik heb gisteravond afgesproken eerst naar het huis van Annemieke te komen.
        “Ja. Ik hoop Annemieke ook!” Ik kijk met toegeknepen ogen naar Robert. Hij loopt om de auto heen om in te stappen.
        “Was het zo erg?”
        “En hoe!”

Ik klop op de deur. De bel werkt niet. De gordijnen zijn nog dicht. Het zal toch niet? Geen gehoor. Nogmaals klop ik op de deur. Kloppen wordt bonzen en rammen.
        “Annemiek? Annemiek! Ik ben het, Arthur! An-ne-mie-ke!!”

Gerommel. Kabaal. Gevloek.

        “Arthur?” hoor ik een krakerige stem vragen. Langzaam gaat de deur open.
        “Oh jezus. Oh oh oh jezus!” roep ik. Robert en ik slaan tegelijk onze hand voor onze mond. Wat ziet ze eruit! “Oh Annemieke!”
        “Ja wat!” roept ze nors.
        “Heb je in de spiegel gekeken?”
        “Je bedoelt die blauwe plekken in m’n gezicht? Heb ik allang gezien. Ik was gisteren thuis en flikkerde zo over m’n nachtkast op de grond. Kotsend. Prima. Ik trouw vandaag. Had je godverdomme niet éven op me kunnen letten?” roept ze. Ik schraap beledigd m’n keel.
        “Nu moet je goed luisteren, Annemieke. Ik heb je gisteravond meerdere keren gezegd dat je moet oppassen omdat je vandaag ging trouwen. Het boeide je allemaal niet zoveel. Het kon je niet gek genoeg. Dus zeik niet tegen mij dat ík je niet heb tegen gehouden!” Annemieke wrijft in haar gezicht en zucht. Een vieze lucht komt me tegemoet. Alcohol en sigarettenrook. Gadverdamme.
        “Kom erin”, zegt ze. Meer tegen Robert dan tegen bij.  

In huis is het één grote klerezooi van make-up, sierraden, haarproducten en schoenen. Haar jurk ligt voor oudvuil op de grond.
        “Annemieke, moet je je niet als een gek klaarmaken? Over een klein uur wordt je bij het altaar verwacht. Waar is iedereen!” roep ik. “Horen er geen kapsters, kleedsters, make-up artists en dat soort mensen gepikeerd om je heen te rennen om te zorgen dat je er straks perfect uitziet?”
        “Ehm … nou, nee”, zegt ze droog.
        “Waar is Roderick?”
        “Bij z’n ouders.”
        “En hij komt zelf daarheen?”
        “Nee, hij is hier over drie kwartier.” Annemieke steekt een sigaret op. Volgens mij rookte ze toch helemaal niet?
        “Schiet op! Douchen, jurk aan, make-up op. Opschieten!” roep ik. Ik begin spullen bij elkaar te rapen. Robert staat onhandig in de hoek te kijken naar dit tafereel.
        “Ja ja ja!” roept Annemieke. Het voelt alsof ik een puber naar haar kamer stuur.
        “En make-up. Die blauwe plekken, regel dat die weg zijn!”
        “Ik ben zo moehoeeeee”, kreunt ze.
        “Nou en! Je trouwt maar een keer in je leven …” zeg ik. Annemieke valt stil en kijkt met boze ogen, die voor een verwende blik zorgen, mijn kant op. “Nou goed, misschien twee keer, maar schiet op! Je wilt toch een geweldige dag?”

Het gaat moeizaam, en het eerste kwartier zijn we kwijt aan discussieren, maar uiteindelijk begint Annemieke vaart te maken. Ik zet koffie en voer haar dat op zodra ze uit de badkamer komt.
        “Ik ben zo moeeeeee”, roept ze terwijl ze haar jurk aandoet. “Ik wil niet trouwen, ik ben te brak!” Ze laat zich op bed vallen. Haar jurk bengelde halverwege haar middel, valt op de grond en ik zie zo beide benen van Annemieke de lucht ingaan. Ze nestelt zich in haar kussen en binnen no time slaapt ze.
        “Ga je nou liggen pitten, gek! Kom eruit!” roep ik. “Robert, hou haar wakker!” commandeer ik hem en ik ga naar de keuken. Ik stamp een paar ritalin fijn en schenk nog een koffie voor haar in.
        “Doe je jurk maar aan. Het komt allemaal goed”, hoor ik Robert sussend tegen Annemieke zeggen. Ze kijkt boos voor zich uit.
        “Hier, zuip dit op en snuif dit. Dan ben je zo bovenjan.”
        “Wat!” roept Robert.
        “Hou jij je kop. We hebben haast. Nu, Annemieke, NU!”

Annemieke doet wat ik zeg en langzaam komt er vaart in. Ze gaat snel. Ik rits haar jurk dicht en smeer wat laatste foundation op een van haar blauwe plekken.
        “Check!” roep ik. “Robert, start de auto!” Hij gaat alvast naar buiten. Ik regel een nieuwe ritalin voor Annemieke en voer haar die op. Ze weigert niet. Net op het moment dat ik haar voor een laatste keer succes wens en zeg haar op de trouwlocatie te zien, komt een luxe trouwauto aangereden. Roderick zit er in. Ik ga gauw bij Robert in de auto zitten en we rijden langzaam weg. We aanschouwen het romantische tafereel. Aan Annemieke is niks te zien. Ze lijkt zowaar fit. En Roderick ziet er dolgelukkig uit. Wat wil je nog meer?

De trouwerij
Robert en ik zitten vrij vooraan en kunnen alles goed zien. Er klinkt muziek en Roderick en Annemieke komen gearmd binnen, om vervolgens naar het altaar te lopen. Zodra ze langs mij komt knipoogt ze en zegt ze: “Bedankt, topper!” Ze loopt verder. Sneller dan normaal. Volgens mij staat ze stijf van de energie. Waarschijnlijk heeft ze nog te veel alcohol in haar bloed en dat combineert niet altijd erg goed met ritalin.

De toespraak van de ambtenaar duurt lang. Te lang. Ik kan me er niet op concentreren. Uiteindelijk komt het cliché-stukje.
        “Annemieke Sophia Manuela Groenink …” zegt de ambtenaar van de burgerlijke stand.
        “Ja!” roept Annemieke.
        “Neemt u …”
        “Ja!” roept ze weer. “Ja hoor!”
        “Neemt u tot uw wettige echtgenoot, Roderick …”
        “Ja!” De gasten beginnen te lachen. Ze geven vast de zenuwen de schuld. Ik weet wel beter.
        “Neemt u tot uw wettige echtgenoot, Roderick van de Berg?” vraagt de ambtenaar lachend.
        “Ja!” roept Annemieke zuchtend.

Het is geregeld. Ze zijn getrouwd. De gasten staan blij op en feliciteren Annemieke en Roderick bij de uitgang.
        “Zo, genoeg geluld, nu zuipen!” roep ik, zodra ik langs het kersverse bruidspaar loop.
        “Ja echt niet!” roept Annemieke, ze doet na alsof ze moet kokhalzen. “Ik drink nooit meer!” Roderick heeft duidelijk geen idee waarover het gaat. Dat laten we maar zo.
        “Ik geloof er geen reet van. Zoete witte?” vraag ik.
        “Lijkt me heerlijk”, lacht ze.


Vervolg: Column 121 - Voorbereiding trouwerij

Online: 28 april 2018

Wat is uw voornaam?” vraagt de vrouw die de ondertrouw regelt. “Ehm …” stamel ik. “Arthur.”

  Like en blijf op de hoogte!