Je bent hier: Home > Columns > Column 112 - Wietplanten knippen

Column 112 - Wietplanten knippen

Een app’je. Dave. De wiet is klaar en kan geknipt worden. Ik heb nog nooit zoveel wiet bij elkaar gezien!

Datum: 28 maart 2018

Leestijd: +/- 7 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Het bedrijfsfeest van Robert was walgelijk. Ik hou gewoon niet van die mensen. Sowieso niet de hoeveelheid, maar ook niet die kouwe kak. Ik kan daar gewoon niet tegen en ga dan allerlei rare dingen zeggen en doen. Ze zullen me wel een mafkees vinden. Maar goed, het is een aantal dagen geleden dus ik moet het loslaten. Ik sleur mezelf uit bed. Het bed mag wel eens verschoon worden. Sinds ik hier woon heb ik dat nog nooit gedaan. Komt nog wel. Ik loop richting de woonkamer maar zodra ik langs de keuken kom valt me een enorme putlucht op. Gadverdamme. Wat is dat nu weer? M’n hele aanrecht ligt vol met afwas van honderd jaar geleden, de vuilnisbak puilt uit en het stikt er van de vliegen. Tientallen vliegen door m’n appartement. Ik zet een raam open, maar die kutbeesten gaan natuurlijk nooit zelfstandig naar buiten. En als ik ze een voor een doodmep kan ik m’n hele keuken poetsen.

‘Vliegen’ toets ik in op Google. Diverse uitleggen over wat vliegen zijn voorbij scrollend kom ik op tips tegen vliegen. Er wordt gesproken over een klevende strip, vliegenmeppers (al dan niet elektrisch) en zelfs over een vleesetende plant. Jezus, zie je het voor je? Een vleesetende plant in m’n huis met die miljoenen vliegen hier. Dat ding heeft er een dagtaak aan en zal vast zo snel groeien dat ik straks mussen en kraaien moet vangen om ‘m tevreden te houden. Mij niet gezien.

Telefoon.

     “Hé Arthurtje!” hoor ik aan de andere kant van de lijn.
     “Nou zeg, Annemieke! Hoe is het met jou dan?” vraag ik blij verrast en ik ga op de bank liggen met m’n benen in de lucht. M’n hoofd hangt naar de grond toe over de zitting.
     “Ja goed. Ik dacht ik bel jou maar eens want je belt mij toch nooit!” Annemieke lacht wat. Volgens mij meent ze het. Voor ik wat kan zeggen gaat ze verder: “Waar hang jij tegenwoordig uit? Wat doe je nu?” Ik vertel haar dat ik gestopt ben met de opleiding en in een kroeg werk. 
     “Ja en ik heb een vriend”, vul ik aan.
     “Een vriend? Gaaf! Wie, toch Sem?” Oh jezus, zij is nog uit het Sem tijdperk. Moet je kijken wat er intussen allemaal gebeurd en veranderd is.
    “Nee gek. Sem is passé. Robert.”
     “Robert? Wat … burgerlijk! Is-ie lekker?”
     “Jezus Annemieke!” roep ik lachend. 
     “Nou?” dringt ze aan.
     “Natuurlijk is-ie lekker. Je kent me toch?” Beiden lachen we hard. Ik peuter in m’n neus. Complete stukken bindmiddel van ritalin en weet ik het wat allemaal vallen er uit. Gadverdamme.
     “Dat is waar. Maar heeft hij ook geld?”
     “Het is wel een echt een man-man hoor. Hij is in de dertig en heeft een bedrijf enzo. En ja, veel geld.”
     “Tut tut”, zegt Annemieke. Ik zie haar goedkeurend knikkend voor me. “Dat doe je goed!” 
     “Maar ik moet er wel aan wennen.”
     “Jezus, zeik niet zo!”
     “Laatst waren we in de slaapkamer …” Ik word onderbroken.
     “Bespaar me die seksdetails wil je?” roept ze snel.
     “Nee, dat bedoel ik niet.”
     “Oh”, klinkt er. Ze lijkt me wat teleurgesteld. Maf mens. Haha!
     “Laatst waren we in de slaapkamer en toen liet-ie een scheet. Ik bedoel: een schéét! Gewoon waar ik bij was!”
     “Ja, dat doen ze …” zegt Annemieke vol begrip, alsof we het over een ander soort hebben.
     “Ja maar echt een scheet! Gewoon waar ik bij was. In de slaapkamer! Ik moest kokhalzen!” 
     “Sjónge jonge!” roept ze. “Je bent ook zo’n dramaqueen. Ik heb je gemist schat. We moeten elkaar vaker zien”, roept ze. 
     “Ja echt wel …”
     “Maar Arthurtje, waarvoor ik eigenlijk bel …” begint ze.
     “Nou?”
     “Ik geef een feest.”
     “Dat klinkt mij als muziek in de oren”, zeg ik gemeend.
     “Dat dacht ik al. Roderick en ik zijn verloofd.” Ik val stil. Verloofd? Nee joh, dit meen je niet!
     “Jezus Annemieke. Over burgerlijk gesproken! Haha!” 
     “Ja ja ja, ik weet het. Maar kom je? Ik nodig iedereen uit. Sem, Dave, jou …” 
     “Ja natuurlijk kom ik gek!” 

We praten en praten en ik hoor alle details. Die flapdrol is op z’n knieën gegaan bij hun thuis. Hoe romantisch! Tijdens de afwas, dat dan weer wel. Daarom stel ik dus de afwas altijd uit. Ik kijk wel tien keer uit. Het belooft een groot feest te worden en Annemieke is door het dolle heen.
     “Leuk dat je komt! En je neemt die schetenlater ook mee, hè?!” roept ze enthousiast. “Oh kut wacht. Ik moet hangen, ik moet weg! Toedels!” 
     “Joe”, zeg ik nog, maar de verbinding is al verbroken.

Dave - 13:04 uur
“Jo Arthur. Kom ff 
langs vanmiddag.”

Ik - 13:05 uur
“Huh, hoezo?”

Dave - 13:06 uur
“Gewoon. Kom ff.”

Ook dat nog. Kan ik helemaal die kant op fietsen. Godsamme.
     “Jo Arthur”, zegt Dave.
     “Hé Dave.”
     “Biertje?”
     “Lekker.”
     “Hier. Kom gelijk effe mee”, zegt Dave en hij loopt al richting de trap voor ik antwoord kan geven. We lopen twee trappen op en komen aan op z’n zolder. Z’n wiettenten staan er nog steeds. Dat is waar ook. Maar de wiet is er uit gehaald.
     “Jezus Dave!” roep ik bij het zien van die enorme wietplanten die aan een soort waslijn hangen te drogen. Zo groot heb ik ze nog nooit gezien.
     “Jezus Dave!” roep ik nogmaals.
     “De eerste keer en gelijk dit. Check die toppen gast. Kijk, check dan!” roept hij enthousiast en hij blijft maar naar die enorme toppen wijzen. 
     “Ja ja ik zie het. En nu?”
     “Ze zijn droog, dus wij gaan knippen en veel geld verdienen gast!” Dave geeft me een box.

Nou … zo bel je met Annemieke over haar verloving, en zo sta je wietplanten te knippen.
     “Maar ik heb geen idee hoe dat moet hoor”, zeg ik.
     “Hier. Schaartje. Knip al die kleine blaadjes eruit. Zorg dat de top schoon is. Het plakt wel hoor, die zooi. Kijk eerst of de kop mooi is en of hij niet beschimmeld is of zoiets. Als je ze geknipt heb gooi je ze in deze bak.” Dave wijst naar een grote plastic bak waar al een paar bollen wiet in zitten. 

Na een aantal grote planten is de bak al redelijk gevuld. Dave haalt een vermaler, vloei en aansteker uit z’n zak.
     “Wat doe je?” vraag ik.
     “We moeten effe testen want we moeten weten wat we verkopen”, zegt Dave deskundig. Daar heeft hij een punt.

Dave draait een flinke toeter met tabak dat hij uit een sigaret haalde en steekt hem aan. De ruimte ruikt nu nóg meer naar wiet. 
     “Hier gast”, zegt hij en hij reikt me de joint aan. Ik neem een flinke hijs en ja, het smaakt naar wiet. Maar veel heb ik er niet mee.

De wereld om me heen verandert. De zolder lijkt wat geler van kleur en het lijkt wel alsof m’n ogen bol gaan staan. M’n oogleden hangen versuft over m’n ogen en ik voel me super relaxt.
     “Jo chill gast …” zegt Dave, meedeinend op z’n (hoogstwaarschijnlijk filosofische) gedachten.
     “Prima verkoopbaar. Maar hoe gaan we het verkopen?” vraag ik.
     “Ik ken veel mensen, weet je. Dat komt helemaal goed.” M’n fantasie slaat op hol. Ik zie mensen met scooters af en aan rijden met van die boxen achterop waar normaalgesproken pizza’s in worden vervoerd. Er staat een logootje op met de tekst ‘Arthurs Wietteelt”. Hilarisch.
     “Nou top zeg”, zeg ik en ik sta op.
     “Huh? Wat ga je doen?” vraagt Dave verbaasd.
     “Ik ga naar huis.”
     “Ja en die planten dan!”
     “Morgen weer een dag joh. Relax …”

Ik fiets op m’n dooie akkertje naar huis. Onderweg krijg ik een app’je.

Robert - 16:19 uur
“Hoi hoi! Vanavond 
samen eten?”

Ik - 16:21 uur
“Ja prima. Ik kom er aan.”


     “Hoi Arthur, ben je er nu al?”
     “Ja ik was in de buurt joh …” zeg ik rustig en ik zet m’n fiets neer.
     “Lukt het? Haha!” roept Robert. “Moet ik even helpen?”
     “Nee joh, dit gaat helemaal primaatjes!” Ik loop naar de voordeur waar Robert staat. 
     “Laat me eens naar je kijken. Jij hebt geblowd. Ja, je bent stoned!” roept hij.
     “Nee dat valt best mee. Wat eten we? Ik verrék van de honger!”
     “Vreetkick, rode ogen, alles gaat traag. Yep. Stoned.” Robert maakt een denkbeeldig lijstje waarop hij alle symptomen afvinkt. “Waar ben je geweest?” vraagt hij. Nu moet ik oppassen. Ik kan wel zeggen dat ik bij Dave ben geweest maar dan komt hij misschien achter de enorme berg wiet die daar ligt.
     “Oh even chillen bij een vriend …”
     “Aha.”

We zitten aan tafel. Mijn stemming wisselt af tussen een lachkick en een zeer serieuze, filosofische stemming. Het is fantastisch. 
     “Nou, neem lekker jongens”, zegt Silvia. 
     “Dank je Sillie.” Ze glimlacht. 
     “Lekker Silvia”, zegt Robert. Hij kijkt naar me om te zien of alles wel goed gaat. Ik ga verzitten en tik met m’n been tegen Robert.
     “Oh sorry, ik raakte de tafelpoot”, zeg ik.
     “Nee, dat was ik.”
     “Dat zeg ik. Hahaha! De tafelpoot. Dat zeg ik. Haha!” Ik brul het uit. Robert glimlacht ongemeend. “Snap je ‘m? Tafel’poot’. Whoehahaaaa!”


Vervolg: Column 113 - Drugs dealen

Online: 31 maart 2018

Het idee van die scootertjes laat me niet los. Dat moet een goed idee zijn, kan niet anders!

  Like en blijf op de hoogte!