Je bent hier: Home > Columns > Column 111 - Bedrijfsfeest

Column 111 - Bedrijfsfeest

“En waar is jouw vrouw eigenlijk?” vroeg een man. “Daar”, zei Robert. Wijzend naar mij.

Datum: 24 maart 2018

Leestijd: +/- 7 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Ja … wat moet ik zeggen? Wat zeg je in gódsnaam tegen iemand die je vertelt dat hij zijn vader dood vond? Dood gezopen en dood geleefd. Wat kan ik, als groot liefhebber van al het vergif, zeggen tegen deze man? 
     “Sorry Robert, ik weet even niet wat ik moet zeggen.”
     “Dat geeft niet. Het is ook al jaren geleden. Maar zoiets blijft je bij. Zeker als je het ziet gebeuren bij iemand waar je om geeft. En ik geef verdomde veel om je!” roept Robert. De ober kijkt even op en gaat dan gauw weer met z’n werk verder. Zit hij mee te luisteren?
     “Ik zal me proberen in te houden met alles. Maar ik heb er wel moeite mee om helemaal niks te drinken of te roken.” 
     “Dat geeft niet. Dat hoort ook wel bij je leefomgeving. Ik bedoel: je werkt in een kroeg, hoe makkelijk wil je het hebben?” Ik knik instemmend. Alsof dat een goed excuus is om zoveel te drinken. “Ga je met me mee vanavond?”
     “Ehm … ja is goed?” zeg ik vragend.
     “Gezellig.” 

Na onze koffie gaan we naar Roberts huis. Silvia is vrij vandaag, dus Robert maakt zelf wat lekkers klaar. Ik heb hem nog nooit in de keuken gezien om eten te maken. Ik zit bij de open haard. Robert zet een bord met hapjes naast de twee glazen wijn. 
     “Maar waarom drink jij dan eigenlijk wel?” vraag ik voorzichtig.
     “Ik drink bijna nooit. En met drinken is niks mis. Zolang je het maar in de hand houdt.” Ik knik instemmend. Dat is nu net mijn probleem. Zodra er een of twee borrels in zitten zijn niet alleen de remmen eraf, ze lijken gewoon foetsie. 
     “Ja …” zeg ik. Ik baal van mezelf. Ik wil roken.
     “Mijn moeder is totaal veranderd toen mijn vader doodging. Ze was altijd al wel van het weggaan en mooie dingen kopen, maar sinds hij overleden is, en zij sindsdien al het geld voor zichzelf heeft, is ze niet meer te houden. Ze koopt dagelijks veel te dure dingen, heeft een enorme auto - terwijl ze niet eens kan rijden - en gaat zes keer per jaar op vakantie. En vaak betaalt zij voor vriendinnen. Absurt gewoon.” Ik denk aan dat mens met haar bontjas. Ik voelde niet bepaald een klik met haar maar ik kan me wel in haar verplaatsen. Het is waarschijnlijk vluchtgedrag of compensatie van haar eenzaamheid.
     “Ik snap het”, zeg ik. Ik drink kleine slokjes van m’n wijn. Niet te drinken maar wel lekker sterk, en eigenlijk zou ik hem in één keer achterover slaan. Ik doe het niet.

De avond verloopt rustig. Oh en we hebben trouwens nog goedmaakseks gehad (cliché). Ik lig op bed. Uitgeteld door m’n kater, alle indrukken en de spanningen van vandaag. Hoe zou het met Sien zijn? De snuif is vast al uitgewerkt. Wat een mens zeg.
     “Kom je hier nou wonen?” vraagt Robert. Dat vraagt hij zo vaak. Ik weet het niet. Doe ik daar goed aan, gezien we zo van elkaar verschillen? Robert loopt naar de grote kast in de hoek en legt kleren voor de volgende dag klaar.
     “Een pak?” vraag ik.
     “Ja. Morgen is het bedrijfsfeest.” 
     “Bedrijfsfeest?”
     “Mijn bedrijf bestaat tien jaar.”
     “Ah leuk. En wat ga je doen?”
     “Een soort personeelsfeest voor al mijn personeel en hun aanhang.” 
     “Wow”, zeg ik. Robert legt de kleren op de stoel. “Ah gadver!” brul ik. 
     “Sorry”, zegt Robert lachend. 
     “Ah wat een lucht!” roep ik en ik wapper met m’n handen terwijl ik gauw van bed af spring. “Wat vies!” 
     “Sorry!” zegt Robert nogmaals. Ik begin te kokhalzen.
     “Ah echt vies. Hú! Ga weg!” Robert lacht. “Hú!” Ik kokhals weer.

Zodra de lucht is opgetrokken en het weer vertrouwd is om in de slaapkamer te zijn, gaan de lichten uit. Of ik mee wil naar dat personeelsfeest.
     “Nou ik weet niet of dat wat voor mij is hoor …” stamel ik.
     “Ah dat is gezellig. Ik ben er toch ook? Dan ken je er ten minste al één.”
     “Nou …”
     “Het zou leuk zijn”, concludeert Robert.
     “Nou goed. Ik ga mee.” 
     “Leuk!” Hij geeft me een zoen en draait om, nestelt zich in z’n kussen en dekbed en valt vrijwel direct in slaap. Ik staar naar in het donker. Bedrijfsfeest. Ik? Wat moet ik daar! Het is waarschijnlijk allemaal kouwe kak en ik ken er geen hond. 

Ik val onrustig in slaap en droom vreemd. Ik droom dat ik in een groep ben met allemaal mensen die ik niet ken. Ze lachen me uit omdat ik drink. Geen idee waarom. 

Ik schrik wakker. Hijgend, nat van het zweet. De klok vertelt me dat het nog maar kwart over drie is. Jezus. Ik ga pissen. 
     “Kun je niet slapen?” vraagt Robert half dizzy.
     “Jawel hoor.” Robert is alweer vertrokken.

Bedrijfsfeest
     “Arthur, schiet op! We zijn te laat!” roept Robert van boven. Hij loopt hinkend naar de trap en net voor hij de eerste trede af wil lopen schiet hij in z’n schoen. Ik schrik ervan dat ik hem naar beneden hoor komen en zet gauw het bierflesje terug in de kast.
     “Ik ben bijna klaar hoor!” roep ik. Robert is in de woonkamer en doet z’n stropdas recht voor het kleine spiegeltje aan de muur. 
     “Ben je er klaar voor?” vraag ik.
     “Ja. Jij?” Ik probeer een inschatting te maken van hoe mijn lichaam en geest er aan toe zijn. Geen idee. 
     “Absoluut.” 
     “Oh wacht! Speech!” roept hij. Hij snelt naar boven. Mooi. Ik snel naar de keuken en drink gauw het flesje leeg. Een paar kauwgompjes erin, even roken, en niemand die het ruikt. Terwijl ik buiten sta, komt Robert gehaast naar buiten met een papiertje waarop z’n speech staat. “Nou, dan gaan we”, zegt hij.

Het feest vindt plaats in een hotel. Dat heeft Robert afgehuurd. Hordes mensen lopen door de ruimte. De een nog chiquer gekleed dan de andere. Er lopen obers met grote glazen op dienbladen en er gaat een cateraar rond met schalen met luxe hapjes. 
     “Ja! Haha! Ja, dat klopt! Haha!” roept Robert de hele tijd. In elke zin lacht hij tenminste één keer. 
     “Leuk je te leren kennen. Anita was het toch?” De vrouw met fluwelen handschoenen geeft Robert een hand.
     “Dat klopt. Aangenaam.” Haar diamanten ring glinstert. 
     “Wat een akelig kakwijf”, zegt Robert zodra we weglopen. Ik begin te lachen. Er komt een ober langs ons. 
     “Kan ik u wat te drinken aanbieden?” vraagt hij. Robert pakt een glas champagne. Ik kijk of er ook bier staat, maar dat is helaas niet het geval. 
     “Heb je ook bier?” vraag ik. Robert kijkt me aan met een blik die ik niet kan thuisbrengen. 
     “Een moment. Ik regel het voor u.” De jonge jongen loopt naar de bar en komt terug met een biertje. Speciaal voor mij getapt, zei hij. Nou ik weet het niet hoor, maar die dingen worden altijd speciaal voor iemand getapt. 

De middag staat in het teken van gebakken lucht. Dure woorden, vooral belangrijke woorden, en doen alsof je iets heel goed kunt. Dat is het sfeertje van deze middag. 

*Ting ting ting ting* klinkt het opeens. Robert staat in het midden van de groep en tikt met zijn ring tegen het champagneglas. De groep wordt minder rumoerig en uiteindelijk stil.
     “Goedemiddag allemaal,” begint Robert. “Wat fijn dat u er allemaal bent en dat uw partners, vrienden en familie tijd vrij konden maken om hier allen aanwezig te zijn.” Ik heb het gevoel dat er een priem in allebei m’n oren gestoken wordt. Wat een lulkoek. Kots! “Ik voel mij vereerd u welkom te heten. Namens mij, als directeur van dit bedrijf, maar ook namens mijn partner. Mijn partner die ik erg liefheb.” Het valt stil. De zaal wordt rumoeriger. Er komt een ober langs en ik zet m’n lege bierglas op z’n dienblad die ik verruil voor een zoete witte wijn. Robert kijkt op z’n papiertje. En terwijl ik zie dat de groep rondkijkt wie Roberts partner dan wel niet zou zijn, gaat Robert verder. “Vandaag is het een bijzondere dag. Het bedrijf bestaat tien jaar, en dat wil ik graag met jullie allemaal vieren.” Robert lult een kleine twintig minuten. Ik heb m’n wijntje op en loop naar de ober achterin de zaal om een nieuwe te pakken. Ik heb de speech maar voor een deel gehoord.

De groep applaudisseert en ik klok gauw m’n wijntje achterover. De ober is nergens te vinden. Robert komt naar me toegelopen. Kut, waar laat ik dat glas! Ik had net een bierglas, anders valt het op! Mensen beginnen uitbundig met elkaar te praten. Waarschijnlijk speculerend over die partner van Robert. Ik dump m’n glas in de bloembak van de grote plant in de hoek en loop Robert tegemoet.
     “Wat vond je?” vraagt hij.
     “Goeie speech!”
     “Dank je. Mocht ik je wel mijn lieftallige partner noemen?”
     “Ik voel me vereerd”, zeg ik. “Wat drinken?”
     “Daar ben ik wel aan toe.” Ik loop naar een ober toe en vraag om twee glazen witte wijn.
     “U laat het zich goed smaken meneer”, zegt hij. Rot op, wijsneus. Robert is in gesprek geraakt met een dikke man met toupet. Laten we maar eerlijk zijn, dat zijn donkergrijze toupet niet bij z’n lichtgrijze eigen haar past, ziet zelfs een blinde. 
     “Chapeau!” roept de man en hij houdt z’n glas in de lucht. “Laten we klinken op uw bedrijf!” vult hij aan. Robert pakt het glas witte wijn van me aan en we proosten.
     “Dank u wel”, zegt Robert bescheiden. Terwijl de mannen in gesprek zijn zie ik een van de vrouwen mij afkeurend opnemen. Ze kijkt naar de gaten in m’n broek en de afgetrapte schoenen die al menig kroegentocht hebben doorstaan. Het zou me niet verbazen als de resten van de FEBO er nog op zitten. 
     “Nou, is dat even gezellig!” zeg ik joviaal tegen het kakwijf. Ze tilt heel kort haar mondhoeken op wat door zou meoten als glimlach en haalt duidelijk haar neus op voor jongens zoals ik.
     “En wat zijn uw verdere plannen?” vraagt de toupet aan Robert.
     “Oh zeg alsjeblieft ‘je’ hoor.” 
     “Wat u wilt.”
     “Ik ben bezig met uitbreiding maar daar kan ik nog niet veel over loslaten.” 
     “Interessant. Interessánt!” roept de man met consumptie. “Niet om het een of ander hoor, maar waar is jouw vrouw eigenlijk?” vraagt de man zachtjes.
     “Daar”, zegt Robert hardop. Hij wijst naar mij. Ik verslik me in de laatste slok witte wijn en begin te proesten. De toupet valt stil. Het kakwijf kijkt verbaasd naar mij. 
     “Dat schorem?” hoor ik haar zachtjes tegen het andere kakwijf zeggen. Robert hoort het niet. Ik glimlach.
     “Aangenaam”, zegt de man. Hij geeft hem een hand. 
     “Hallo, ik ben zijn vrouw”, zeg ik met een piepstem. De man lacht hard. Robert stoot me aan en fluistert dat ik normaal moet doen. De andere man - die nog geen woord gezegd heeft - geeft me ook een hand. Hij vindt het blijkbaar allemaal net zo aangenaam als de toupet. Vervolgens reik ik m’n hand over de statafel bij de dames. Het kakwijf denkt dat ik haar ook een hand wil geven. Maar in plaats daarvan pak ik een willekeurig glas wijn van de tafel.
     “Goedemiddag”, zeg ik tegen het kakwijf dat haar hand naar me uitsteekt. Ik neem een slok, knik kort en loop met m’n kin omhoog weg. Tijd voor een sigaret.


Vervolg: Column 112 - Wietplanten knippen 

Online: 28 maart 2018

Een app’je. Dave. De wiet is klaar en kan geknipt worden. Ik heb nog nooit zoveel wiet bij elkaar gezien!

  Like en blijf op de hoogte!