Je bent hier: Home > Columns > Column 110 - Ruzie met Robert

Column 110 - Ruzie met Robert

“Jezus wat een gezeik”, zeg ik hardop tegen mezelf op de terugreis. “Laat me met rust! Laat me gewoon met rust!”

Datum: 21 maart 2018

Leestijd: +/- 7 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Boos fiets ik bij het huis van Robert vandaan. Ik kijk achterom. De deur blijft dicht en ik zie geen beweging. “Rot toch op! Laat me met rust! Wat een gezeik!” roep ik hardop. Tegen wie eigenlijk? Het kind dat voorbij stepte kijkt me bang aan. “Sorry!” roep ik naar het schattige meisje. Opeens voel ik me doodongelukkig. M’n kop bonkt nog steeds en door deze spanning gaat m’n hart als een bezetene tekeer. Wat heb ik nu weer gedaan! Ik fiets langzaam. En na een kwartier - wat anderhalf uur lijkt te duren - kom ik thuis. Ik stop m’n fietssleutel in m’n broekzak maar voel dan iets. Huh, wat is dit nu weer?
     “Hé Sien”, zeg ik. Sien zit met enorme wallen aan de stamtafel. Voor haar staan drie koffiekopjes, een heleboel verpakkingen van koekjes en overvolle asbakken. “Gaat het goed?”
     “Hoi Arthur. Ja prima. Zoals je ziet.” Ze valt even stil. “Zeg Arthur … die laatste fles Sherry, hè?”
     “Ja?”
     “Die had ik niet moeten hebben!” zegt ze, gevolgd door een korte hijgerige lach. Ze begint gelijk te hoesten, tikt haar as af en neemt nog een hijs waarna ze de sigaret uitdrukt. Ik lach met haar mee en loop naar de trap om naar boven te gaan. “Ah Arthur, kun je echt niet …” Ik laat haar niet uitpraten.
     “Nee, vandaag lukt niet Sien.” Ik hoor een boel gemopper van beneden komen maar loop toch naar m’n appartement. Ik haal m’n broekzak leeg. Kleingeld, een briefje van vijf, m’n fietssleutel en papiertjes om ritalin te snuiven vallen op tafel. Dan vind ik het. Het is het zakje cocaïne van Dave. Huh? Dat had ik toch teruggegeven? Ik kijk op m’n telefoon. Geen bericht van Robert. Moet ik hem appen? Hij zal vast niet reageren. Zodra ik op de bank zit steek ik een sigaret op. Zal ik? Nee, dat moet ik niet doen. Ik neem een flinke hijs en de gedachte aan de straal energie door m’n lichaam, veroorzaakt door de coke, brengt een plezierig gevoel van zenuwen in m’n onderbuik. Fuck it. Ik doe het. Van tafel pak ik een ritalinpapiertje en ik maak een lijntje op tafel die ik gelijk opsnuif. M’n telefoon trilt. Robert?

Agenda: Meditatiecursus 19:00 uur

Ah fuck. Die kut meditatie. Ook dat nog. Ik maak een tweede lijntje en breng het opgerolde papiertje naar m’n neus. Ik wil net beginnen met snuiven of ik hoor Sien achter me.
     “Ah Arthur, kan je niet … Huh? Wat doe jij nou?” vraagt ze verbaasd. Ik ga voor m’n tafel staan zodat Sien het niet ziet.
     “Nee ik kan vanavond niet.”
     “Snuif je nou coke?” vraagt ze. M’n hart begint te bonzen. En of dat nu door de snuif komt of door de spanning, ik weet het intussen niet meer. M’n hele lichaam is me een groot raadsel.
     “Ah af en toe kan dat geen kwaad toch?” zeg ik schaamtevol. 
     “Haha! ‘Af en toe kan dat geen kwaad’ zegt-ie. ‘Af en toe kan dat geen kwaad’. Hier met die zooi!” roept ze. Ze snelt naar m’n tafel en snuift zo het lijntje dat ik net klaarmaakte op. Wat?! Dit mens blijft me verbazen.
     “Sien!” brul ik. Ze houdt haar hand in de lucht.
     “Arthurtje, weet je? Ik draai die kroeg vanavond zelf wel!” zegt ze en gaat lachend naar beneden.

Ik lig op m’n bank. Gedachten vliegen door m’n hoofd en m’n vingers beven. Heb ik te veel gehad? Voor de zoveelste keer kijk ik op m’n iPhone. Geen nieuwe berichten. Robert heeft geen Facebook, dus ik kan ook niet zien of hij online is. Wat zou hij aan het doen zijn? 

Ik - 16:44 uur
“Zie ik je nog?” 

Ik besluit om gewoon naar de meditatieles te gaan. Ik ben er al zo lang niet meer geweest. Misschien moet ik me opnieuw voorstellen, maar schijt. Dan zie ik Robert wel even. 

De middag verloopt zoals altijd traag. Ik houd mezelf op de been met cocaïne en koffie. Een slechte combinatie. Ik pak m’n spullen, neem nog een flinke snuif en fiets dan naar de medicatiecursus.
     “Hoi Arthur,” zegt Antoinette, de meditatiedocente. “Lang niet gezien.” 
     “Hoi. Dat klopt. Ik had iedere keer wat anders te doen. Maar ik zal m’n best doen!” lieg ik. M’n benen trillen, m’n mond is droog en ik ben bang dat ik tegen een overdosis aan zit. Niet dat ik die ooit gehad heb, maar ja. Robert zie ik nergens. Hij zal toch wel komen?
     “Goed. Kom verder”, zegt ze. Ze loopt met haar handdoek richting de meditatieruimte. De rest volgt. Robert is nog steeds nergens te zien. 

Ik zit op de plek waar ik normaal ook zit. M’n benen in de lotushouding zijn nog steeds vergelijkbaar met de poten van een ooievaar die tegen een raam gevlogen is, maar nou en.
     “Goed. Adem volledig in. Houdt dit een aantal tellen vast. En laat je adem gaan. Alle spanning verlaat je lichaam. Laat het los. Toe maar. Het mag. Nu.” Ik adem volledig uit. M’n bek is kurkdroog. Jezus waarom heb ik geen water bij me. Ik voel zenuwen in m’n borstkas.
      “En dan gaan we nu staan. Doe maar. En je brengt langzaam je handen boven je hoofd, en weer naar beneden.” Ik open m’n ogen door het klikken van de deur.
     “Sorry”, fluistert Robert. 
     “Geeft niet,” fluistert Antoinette terug. Lekkere timing Robert, net nu het lijkt alsof ik de stervende zwaan doe. Naast brak zijn heeft hij nu al m’n andere aftakelingen ook gezien. Antoinette gaat verder: “Dit herhalen we tien keer en dan gaan we weer terug in de lotushouding, of de houding die voor jou prettig is.” Ook zo’n kutwoord. ‘Prettig’. Wie heeft dat bedacht? Het doet me denken aan prednison. Of Pretty Woman. Of weet ik ook wat. Sowieso klinkt het woord ‘pret’ al ranzig. Te goor gewoon. Goed, concentratie. Robert kijkt niet naar me. Hij maakt geen eens oogcontact. Zijn vaste plek is opgevuld door de mensen die wél op tijd waren en hij schuift aan. Nu zit hij vlak achter mij. Reden voor mij om me nu helemáál niet meer te concentreren. Als Robert merkt dat ik ook nog geregeld snuif dan kan ik zeker weten oprotten.
     “Stel je voor …” begint Antoinette. Ze praat erg langzaam. “Je zit in lotushouding langs een snelweg …” Schiet toch eens op mens! “Het verkeer raast over de weg. Auto na auto na auto. Het houdt niet op. Dat zijn je gedachten. Jij zit daar. Laat die auto’s, dus je gedachten, maar razen. Laat ze voorbijvliegen. Laat ze gaan …” Antoinette ademt een keer luid uit, de groep volgt. Jezus wat een gezweef. Over zweven gesproken. M’n handen trillen enorm, ik heb geen speeksel meer in m’n mond en m’n tong plakt aan m’n gehemelte. Hoeveel heb ik vandaag gehad?
     “Arthur?” hoor ik dan. “Arthur!” Er begint iemand aan me te hannessen. Hou op! “Arthur!” Het is Antoinette. Ik open m’n ogen. M’n hoofd hangt zowat bij m’n knieën. Ik kijk naar m’n handen. Ze trillen nog net zo erg. “Gaat het goed met je? Hier, neem wat water!” zegt ze, licht gepikeerd. Je voelt de rumoer in de groep. Mensen letten op mij. 
     “Nee joh, het gaat wel”, zeg ik. 
     “Hier, drink dit in elk geval op, en als het niet gaat moet je het op tijd aangeven, hè?” drukt ze me op het hart.
     “Dat is goed schat.”

De les is eindelijk voorbij. Ik kreeg niet weer een wegtrekker maar voel me alles behalve comfortabel. Naar huis. En snel.
     “Hoi,” zegt Robert. Hij houdt de handdoek die om z’n nek hangt met beide handen vast. Hij lijkt wat onzeker. “Sorry dat ik zo reageerde”, vult hij aan. Ik glimlach.
     “Het is al goed. Tot volgende week!” Ik draai me om en pak m’n fietssleutel, waarna ik de tent wil verlaten. Robert blijft verbaasd staan.
     “Arthur!” roept hij. Hij staat in de deuropening terwijl ik m’n fiets van het slot probeer te krijgen. Wéér stagneert dat ding. Godsamme, daar moet ik eens wat aan doen!
     “Weet je Robert. Ik vind je een lieverd, maar ik weet niet of we bij elkaar passen.” Antoinette komt om het hoekje van de deur kijken of alles goed gaat. Maar net op dat moment zit ik nog in mijn relaas. “Ik zuip te veel, ja. Ik rook te veel, ja.” Antoinette knikt begrijpend. Nu snapt ze vast waar m’n wegtrekker vandaan kwam. Gênant. “Ik … Ik …” stotter ik. Hier wil ik beginnen over snuiven. Dat sla ik over.
     “Maar we hebben het toch leuk samen?”
     “Absoluut. Maar onze levens verschillen zo.”
     “Kom eens hier.” Robert omhelst me. Ik sta onhandig met m’n beide armen langs m’n lichaam, met m’n sleuteltje nog in het fietsslot. Laat me eens los! “Dat valt best mee,” zegt Robert. “We moeten elkaar gewoon nog wat beter leren kennen.”

Robert neemt me mee naar een cafeetje. Hoe ironisch. Daar bestellen we koffie. Alsof ik nog meer oppeppers nodig heb. 
     “Ik wil duidelijk zijn,” begin ik. Eigenlijk weet ik niet eens waarover ik duidelijk wil zijn maar ik ga gewoon door. “Het moet zo zijn dat we allebei onze eigen dingen kunnen blijven doen en het toch leuk hebben samen.” Robert knikt en is het er duidelijk mee eens. “Dat jij graag sport, mediteert en weet ik het wat, dat wil niet zeggen dat ik dat ook doe.” Robert knikt nogmaals. 
     “Dat begrijp ik Arthur. Soms ben ik een te grote controlfreak.” Het valt stil. Geen gebekvecht, geen discussie, geen scheldpartijen, geen gedoe met m’n fietssleutel om vervolgens hardop scheldend, kinderen bang makend, boos weg fietsend te vluchten voor dat alles? Ik sta perplex! “Het is goed Arthur.”
     “Oh.” Ik neem een slok koffie, brand m’n bek en zet m’n kopje gauw terug. Robert zag m'n gestuntel. Hij glimlacht.
     “Mijn vader was alcoholist. Hij heeft zichzelf dood gedronken. Ik vond hem als jongen van tien jaar. M’n moeder was met vriendinnen op vakantie. Chanel-jurkjes kopen denk ik”, Robert valt even stil. Ik lach om z’n opmerking. Niet een goed moment om te lachen. “Hij zat dood in z’n stoel. Bloed uit z’n neus en mond, hij was helemaal geel omdat z'n lever kapot was en z'n lippen waren blauw. Een hartaanval, leverfalen en longemfyseem, zeiden de deskundigen. Alles veroorzaakt door die klote drank, sigaretten en drugs. Ik ben gewoon bezorgd om je, Arthur. Snap dat dan! Dat kan jou ook overkomen.” Ik slik hoorbaar. Wat moet ik in godsnaam zeggen?


Vervolg: Column 111 - Bedrijfsfeest

  

Online: 24 maart 2018

“En waar is jouw vrouw eigenlijk?” vroeg een man. “Daar”, zei Robert. Wijzend naar mij.

  Like en blijf op de hoogte!