Je bent hier: Home > Columns > Column 109 - De zussen van Sien

Column 109 - De zussen van Sien

De drie dames blijken de zussen van Sien. God wat een stel! ’t Lijken wel Kwik, Kwek en Kwak.

Datum: 16 maart 2018

Leestijd: +/- 7 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

     “Kijk, dit is nou mijn lieve Arthurtje”, zegt Sien. Elk mens dat dronken is krijgt bepaalde herkenningspunten waardoor je weet dat hij of zij gedronken heeft. Ik word altijd erg jolig en melig, Dave wordt stoerder en Sien gaat heel veel woorden verkleinen. Arthur wordt Arthurtje bijvoorbeeld. Sien en de drie dames zitten aan de bar. Ze drinken Sherry. 
     “Hoi schat,” zegt suikerspinkapsel 1. “Wat leuk je es te zien!” 
     “Hoi, Arthur”, zeg ik en ik wil haar een hand geven. Ze beantwoordt m’n hand niet maar vliegt me om m’n nek.
     “Doe niet zo afstandelijk!” brult ze en ze geeft me drie enorme zoenen. Haar parfum blijft de avond nog lang om me heen hangen. De andere twee dames stellen zich ook voor. Hun namen ben ik al kwijt, maar ze lijken wel op Kwik, Kwek en Kwak van Donald Duck. Dan is Sien denk ik Dagobert of Donald. Daar ben ik nog niet over uit.
     “Arthur, bier?” vraagt Sien. Ze loopt naar de tap en pakt een glas. Robert zei dat ik niet zoveel moest drinken.
     “Eentje dan”, zeg ik. “Eentje kan wel.” Sien en de dames horen me niet, of ze doen alsof. Sien zet een biertje voor me neer. De dames zijn gezellige types. Amsterdams. Alledrie een hoog blond suikerspinkapsel, veel make-up en parfum. Ook dragen ze bont, grote kragen en veel sierraden.
     “Kijk schatten.” Sien schenkt de dames nog een Sherry in. Ik verplaats naar achter de bar. Ik ben tenslotte aan het werk. De kroeg is niet erg vol. Een man of tien, schat ik. De vaste stamgast - het oude mannetje: jenevertje, biertje - zit er ook. Verder ken ik niemand. “Arthur! Manke Nelis!” roept Sien. Ik kijk de ruimte rond. Wie is dat nou weer? Ik kijk haar vragend aan. De dames beginnen te lachen. “Manke Nelis. Muziek. Zet effe op!” Sien drinkt gulzig van haar Sherry en lacht hard.
     “Doe mij er ook eentje, en zo een”, zegt de vaste stamgast, wijzend op z’n jeneverglaasje. “Effe pissen”, vult hij aan. De man strompelt richting de wc. Het gaat allemaal nogal traag. Sien zit met de fles Sherry voor haar aan de bar en het nummer van Manke Nelis begint te spelen. Wat een herrie. Sien en de zussen zingen mee, schenken zichzelf nog bij en commanderen mij dat ik voor mezelf genoeg bier moet tappen. Ik tap er nog een en neem me voor dat dit de laatste is. Anders gaat Robert dit echt niet leuk vinden.

De avond verstrijkt. Buiten de dames om gebeurt er niet zoveel. Het oude mannetje bleef zo’n tien minuten op de wc. Even dacht ik dat hij dood was, of in slaap gevallen, maar hij zit inmiddels weer aan de bar. Het is tien voor twaalf.

Robert - 23:51 uur
“Gaat het goed daar?”

Ik zet m’n biertje neer. De hoeveelste is dit eigenlijk? Ik heb ze niet geteld. Nee zeggen is nog steeds niet m’n sterkste kant.

Ik - 23:52 uur
“Ja lekker. Daar ook?”

Robert - 23:52 uur
“Tot hoe laat moet
je werken?”

Ik - 23:53 uur
“Tot sluit. Ik slaap wel
in m’n eigen appartement.
Dan kun je naar bed.”

Robert - 23:54 uur
“Dat hoeft niet.”

Ik - 23:55 uur
“Het geeft niet. Kom ik 
morgenochtend gewoon
weer naar je toe.”

Robert - 23:57 uur
“Ok. Tot morgen.”

     “Arthur! Arthur!” roept Sien vanaf de bar. Jezus wat een kippenhok. “Doe mij effe zo’n nieuwe fles!” Sien houdt de lege fles Sherry in de lucht. Prima. De zussen applaudisseren als ik met een nieuwe fles de voorraadkast uitkom. 
     “Tis de laatste”, zeg ik.
     “De laatste? Nee gek. Er waren er vier!” 
     “Kijk maar. Op.” Sien komt verbaasd terug uit de voorraadkast. Ze lacht naar de dames. 
     “We hebben ze allemaal opgezopen. De hele voorraad!” De zussen lachen hard mee en steken nog maar een sigaret op.

Gasten verlaten de tent. Alleen Sien, zussen en het oude mannetje zitten nog in de kroeg. Het is één uur.
     “Gooi hem maar dicht, Arthur. Dan zuipen wij nog even door”, roept Sien. Ik doe wat ze zegt, draai het bordje om naar ‘gesloten’ en doe het gordijn voor de deur. Dan zie ik een bekend gezicht.
     “Jo gast, kan ik er nog in?” vraagt Dave. Hij kijkt niet blij.
     “Tuurlijk Dave. Kom!” Sien kijkt achterom en is het er niet zo mee eens.
     “Ik ken hem”, zeg ik. “Dave, biertje?” 
     “Lekker”, zegt hij. Sien kijkt tevreden en nodigt Dave uit om naast haar te komen zitten.
     “Ben je alleen?” vraagt ze.
     “Ja.”
     “Ah, arm schaap.” Twee van de drie zussen staan op en gaan tegen Dave aan staan.
     “Ah gossie toch. Jochie, kom eens hier!” roepen ze om de beurten. Ik begin te lachen. Dave weet niet wat hij er mee aan moet. Z’n gezicht kleurt net zo rood als z’n pet. Sien brult het uit van het lachen. Daves gezicht verdwijnt langzaam in twee paar goed gevulde boezems.
     “Jo gast! Genoeg!” brult hij. Geen idee tegen wie.
     “Nou, zo kan hij wel weer!” roep ik en ik zet een biertje voor Dave neer. “Waarom ben je alleen?” vraag ik zodra Dave tietvrij is.
     “Ah gezeik. De rest is dronken en staat te lallen in de FEBO. Geen zin in, dus ik dacht ik kijk eens of Arthur aan het werk is.” 
     “En dat is-ie”, zeg ik zuchtend. “Ik ben gesloopt”, vul ik aan. Ik neem nog een slok van m’n zoveelste biertje. “Ik had Robert beloofd *hik* niet te drinken vanavond.”
     “Oh god. Ik weet wat jij nodig hebt.” Dave haalt z’n vinger langs z’n neus en snuift hard zuurstof naar binnen. Sien en aanhang hebben het niet door.
     “Heb je bij je?” Dave knikt trots. “Doe mij wat!” roep ik. “Wat heb je dan,” vraag ik hardop waarna ik fluister “coke?”
     “Jep.” Dave houdt de dames naast zich in de gaten en overhandigt me een zakje met cocaïne. Ik kijk of iedereen nog drinken heeft en ga naar de voorraadkast. Ik snuif twee flinke halen met een sleutel en voel het vertrouwde branden in m’n neus. De opkikker is er vrijwel gelijk.
     “Thanks man”, zeg ik, blij met deze redding. 
     “Cheers”, zegt Dave met z’n biertje in de lucht.
     “Bedankt waarvoor?” vraagt Sien, en ze richt zich tot ons.
     “Hebben jullie nog Sherry?” vraag ik gauw. Sien is gelijk afgeleid.
     “Ja zat.”

De avond gaat steeds sneller en voor ik het weet is het kwart over zes. Dronken. Laveloos. Van de kaart. Allemaal. Sien, haar zussen, Dave en ik. Het oude mannetje is rond een uur of drie weggegaan. Hij flikkerde van z’n barkruk en vond het toen welletjes. M’n kop bonkt. Ik open m’n ogen en zie dat het kwart over tien is. Te vroeg. Ik stap het bed uit en strompel gapend naar de woonkamer. Ik open de deur en zie tot m’n verbazing dat Sien en haar zussen in m’n woonkamer liggen te pitten. Gewoon op de grond! Ze zien er niet uit. Make-up doorgelopen, lippenstift op wangen, suikerspinnen in de war. Overal liggen spullen, kleren en staan glazen.
     “Goeiemorgen”, zeg ik. Het komt zachter m’n keel uit dan de bedoeling. Ik schraap m’n keel en probeer het nogmaals: “Goeiemorgen!” 
     “Gód jezus, ik schrik me toch dood mafkees!” roept Sien. Haar zussen worden ook wakker. Eerder van haar geschreeuw dan door mij.
     “Huh? Waar zijn we?” vraagt een van het stel.
     “Hoi Arthurtje”, zegt de ander.
     “Jullie zijn in mijn appartement. Boven de kroeg van Sien”, leg ik uit. Ik ga naar de keuken om een glas water te drinken. M’n kop ontploft, m’n neus zit verstopt en ik hoest weer als van ouds. En ik zou nog wel niet drinken. Kut! Robert! Ik zou vandaag naar hem toe.
     “Ah Arthur, wil jij ‘m straks open gooien?” vraagt Sien. Ze wijst naar beneden.
     “Ja écht niet. Ik ben vandaag vrij omdat ik gisteren moest werken”, zeg ik. De zussen schudden het hoofd. 
     “Ah Arthur …” Haar stem kraakt, ze krijgt een hoestaanval en gaat rechtop zitten. “Dan neem je de rest van de week vrij.”
     “Nee Sien, ik moet straks weg.” 

Telefoon.

     “Hoi Robert”, zeg ik. Ik probeer m’n stem zo normaal mogelijk te laten klinken, maar dat lukt niet.
     “Hoi Arthur. Hoe laat ben je hier?” vraagt hij.
     “Ehm … vanmiddag. Eind van de middag denk ik, goed?” Ik moet een excuus bedenken. Maar wat?
     “Dan pas? Heb je het druk?”
     “Ja ik moet nog even …” Ik val stil. Ik kan slecht liegen. Kut, verzin iets!
     “Uitbrakken?” vraagt Robert. Hij lacht flauwtjes.
     “Sorry …”

Bij Robert
Zodra Sien en haar harem weg waren ben ik gaan douchen, heb ik alle gezonde dingen die ik in huis had opgegeten en ben op de fiets naar Robert gegaan. Frisse lucht zal me goed doen.
     “Hé”, zegt Robert. Hij is kil en afstandelijk.
     “Hoi”, zeg ik. Ik wil hem een zoen geven maar hij loopt naar binnen.
     “Wat is er?” vraag ik zodra we in de woonkamer zijn.
     “Je hebt gisteren gedronken.”
     “Niet zo veel”, lieg ik.
     “Arthur, ik ruik het toch?” Kut. Dan hebben alle kauwgom, tandpasta, after shave en deodorant dus niet geholpen.
     “Sorry.”
     “Wat wil je nou? Je zou toch niet drinken?” zegt hij.
     “Dat was jouw idee. Niet het mijne!” roep ik. Robert zucht. “Wat verwacht je nou van me? Ik wil best rekening met je houden, dat doe ik graag, maar je kunt niet van alles voor me beslissen!” zeg ik. “Neem nou die rijles! Hartstikke aardig, maar er is totaal niks overlegd”, noem ik als onnodig extra voorbeeld om m’n punt kracht bij te zetten.
     “Dus je vindt die rijlessen geen goed cadeau?” vraagt hij verbaasd. “Nou prima hoor, dan bel ik Max toch af?”
     “Zo bedoel ik het niet!”
     “Nou, zo komt het wel over.”
     “Jezus Robert. Kunnen we even volwassen doen?”
     “Volwassen doen? Volwassen doen?! Noem jij jezelf stelselmatig volzuipen volwassen doen?” Ik weet niet wat ik moet zeggen. Robert is nog nooit boos op me geweest. Waarom maakt hij er nou zo’n punt van? Ik ben te brak om verder te discussiëren.
     “Nou Robert, ik ga weer lekker naar huis. Toedels!” roep ik boos en ik keer me om. 
     “Dus je gaat weg? Je gaat zomaar weg?” begint hij terwijl ik kwaad m’n jas aan doe. Ik krijg de rits niet dicht. Fuck die rits! “Ga je zomaar weg? Noem je dát volwassen?”
     “Dag Robert.” Ik open de deur en gooi hem achter me dicht. Ik krijg met moeite de fiets van het slot. Zodra ik weg wil fietsen gaat de voordeur open.
     “Je kunt kiezen. Of die drank eruit of ik kap er mee!” roept Robert en hij gooit de deur met een klap dicht.



Vervolg: Column 110 - Ruzie met Robert

  

Online: 21 maart 2018

“Jezus wat een gezeik”, zeg ik hardop tegen mezelf op de terugreis. “Laat me met rust! Laat me gewoon met rust!”

  Like en blijf op de hoogte!