Je bent hier: Home > Columns > Column 102 - Zie ik je weer?

Column 102 - Zie ik je weer?

“Wanneer zie ik je weer?” vroeg Robert. “Mag ik niet blijven?” vroeg ik. “Uhm, ja hoor.”

Datum: 21 februari 2018

Leestijd: +/- 7 minuten

Daten | Homodating | Date | Grindr | Seksdate | Ontbijten doen we thuis | Arthur van Moerwijk

Robert raakt verwikkeld in een druk gesprek over zaken. Hij dingt af, praat over koetjes en kalfjes en uiteindelijk lopen we met een flinke deal naar buiten.
     “Wow, dat ging makkelijk”, zeg ik verbaasd als ik de grote dure deur wil sluiten. Het is een glazen deur die automatisch langzaam dichtgaat, maar ik duw er te hard tegenaan. Ik duw de deur door het automatische systeem heen en hij dondert met een klap dicht. Met de schrik om het hart loop ik naar Robert. “Gaat goed”, zeg ik lachend.
     “Ja de deal ging makkelijk. Maar dat is vaak zo met een eerste keer bij een grote afname”, zegt Robert. Mijn concentratie is allang weg. Ik geef niet zoveel om grote deals en veel geld. Ik vind het veel belangrijker dat het gezellig is. 
     “Wat gaan we doen?” vraag ik.
     “Jij mag het zeggen.” Gaan we weer. Eigenlijk wil ik neuken zeggen, maar dan rekent hij er straks op. 
     “Zuipen!” roep ik.
     “Het is half een.”
     “Nou en, we moeten toch lunchen? Ik snak nog steeds naar champagne sinds het ontbijt!” Robert kan er niet echt om lachen maar vindt het prima.
     “Dat is goed, maar dan zoek jij een leuke tent uit.” Waarom maakt hij het me toch zo ongemakkelijk? Ik moet een tent uitzoeken. Maar wat mag dat dan kosten? Waar houdt Robert van? Wat zijn hier voor tentjes?
     “Deal!” 

We lopen door het centrum en ik scan alle restaurantjes, koffietentjes en cafeetjes die ik tegenkom. ‘Is niks’, ‘nee’, ‘kut’, ‘ook niks’.
     “Ik heb echt geen flauw idee hoor," zeg ik. "Deze maar doen?” zeg ik zodra we bij een willekeurige tent staan. Robert gaat zonder wat te zeggen naar binnen. We komen in een restaurant met schnitzels op de kaart. Champagne hebben ze hier zéker niet.
     “Wat neem jij?” vraagt Robert met de rafelige geplastificeerde kaart voor z’n neus. Ik kijk wat er op de kaart staat. Er staan alleen maar schnitzels op. De enige variatie is de bijgerechten en een sausje.
     “Goh, ja … goeie vraag. Ik denk …”
     “Laat me raden. Je neemt een schnitzel?” zegt Robert.
     “Nou zeg, dit moet een teken zijn. We denken hetzelfde!” brul ik. Er komt een Duitse uli aan onze tafel om te vragen wat we willen drinken. Ik bestel een biertje en Robert volgt mijn voorbeeld.
     “Dit is echt een tentje voor jou, dat voel ik.”
     “Echt wel”, zegt Robert. Hij lacht maar ik zie aan hem dat hij er geen reet aan vindt.

Een enorme opgeblazen buik van een te grote schnitzel en twee halve liters bier lopen we door de stad. We gaan winkels in, drinken koffie, en hebben het gezellig. Terug in het hotel vraag ik smekend of m'n colbertje uit mag.
     “Ja natuurlijk”, zegt Robert. "Doe niet zo maf."
     “Goddank. Ik ga effe douchen.” 

Neuriënd sta ik m’n haar in te zepen. Ik ga voor de grote beurt en voel me erg ontspannen, zo onder deze immense rainshower. Ik neurie een deuntje dat ik niet kan plaatsen. Waar is dat ook alweer van? Ik zeep m’n lichaam in en spoel m’n haren uit. Ik knijp m’n ogen stijf dicht want ik ben altijd bang dat er zeep in m’n ogen komt. Dan hoor ik opeens wat. M’n lichaam verstijft. Wat gebeurt er? De deur gaat open. Oh jezus, heb ik die niet op slot gedaan? Ik ga als een gek door m’n haren om zo snel mogelijk de zeep eruit te krijgen. Dat duurt natuurlijk te lang. Ik kijk door de voor m’n gezicht hangende haren en zie een wazige schim van Robert. Een brul van schrik vult de badkamer.
     “Wow, rustig, ik ben het maar”, zegt hij lachend. Ik draai me gauw om zodat hij kleine Arthur - die van schrik in z’n schulp kruipt - niet ziet. Robert gaat z’n gezicht scheren. Moet dat terwijl ik aan het douchen ben? Terwijl hij zich scheert schrijft hij iets op de beslagen douchedeur. ‘I hartje U’, staat er. Ah wat lief. Ik weet niet wat ik moet zeggen, doe de douchekraan dicht en grijp een handdoek van het rekje. Ik verlaat de badkamer en droog me uit het zicht van Robert af, waarna ik me gauw aankleed.

Die avond eten we ergens en gaan op tijd naar bed, want morgen vliegen we al vroeg.
     “Slaap lekker lieverd”, zegt Robert. 
     “Jij ook.” We geven elkaar een zoen en Robert sluit z’n ogen. Voor mij is het nog veel te vroeg om te slapen. En waarom hebben we geen seks? Ik hoor Robert er ook niet over. Dat is, in tegenstelling tot de gemiddelde homo, iets wat totaal anders is aan hem. Bij de gemiddelde homo had ik er dit weekend al zo’n drie keer op gemoeten. Volgens mij is Robert naakt. Hoe groot zou kleine Robert zijn? Ik kan natuurlijk even … Nee dat kan ik niet maken. Of wel? Robert zucht een keer diep en lijkt langzaam in slaap te vallen. Ik wacht nog even, pak m’n telefoon en zie dat het nog maar kwart over tien is. Wat een tijd. Ik lijk wel een bejaarde. Waarom sta ik niet in een vette club met een lekkere borrel? Robert begint rustiger te ademen, wat ik zie als teken dat hij slaapt. Ik besluit de gok te wagen. Ik leg m’n telefoon terug op het nachtkastje en ga dieper onder de dekens liggen. Ik til het dekbed iets op en kijk eronder. Nog niks te zien. Ik zie alleen z’n strakke buikje en … tja, mijn hunebed. Dan ademt Robert diep in en hij trekt de dekens verder over zich heen. Kut. Ik draai wat en doe net of ik meer dekens wil. Op deze manier lijkt een blik op de almachtige kleine Robert een onmogelijke opgave. Ik schraap een keer m’n keel en trek hard aan het dekbed. Bingo! Hij schiet los uit de armen van Robert, hij slaapt door en ik heb weer vrij spel. Ik til de dekens op en schuif zelf nog verder onder in het bed. Robert ademt weer een keer diep in en beweegt. M’n hart slaat over.
     “Huh, wat?” zegt hij. Ik blijf zo stil mogelijk liggen en doe alsof ik slaap. Hij trapt er in. Robert gaat uit bed om naar de wc te gaan. Kut. Als hij kleine Robert maar goed afdroogt. Ik heb namelijk geen zin in een kleffe zeerob in m’n bed. Even later komt hij terug. Ik heb mezelf inmiddels extra dekbed toegeëigend met als doel straks meer vrij spel te hebben. Robert gaat liggen en valt al gauw weer in slaap. Goed, poging twee. Ik laat het dekbed los, schuif nog iets verder onder in het bed en til de dekens op. M’n hart gaat als een bezetene tekeer. Niet omdat ik bang ben voor het resultaat - met zo’n zelfverzekerde en succesvolle zakenman moet dat wel goed zitten - maar meer voor het idee dat ik betrapt word. Ik zie het strakke buikje weer, een been, en als ik iets verder uitrek zie ik hem. Kleine Robert. Alsof er heilige muziek opklinkt en wit licht uit het kruis van Robert komt staart kleine Robert me aan. Maar zo klein is kleine Robert helemaal niet. En van een zeerob is al helemaal geen sprake. Grote god wat een apparaat! 
     “Dat valt nog best mee hè?” hoor ik ineens hardop gezegd worden boven de dekens. Oh fuck! Ik laat gauw m’n hoofd vallen en ga over op de 'wat er ook gebeurt, ik ben overleden-methode'. “Kom er maar onder vandaan, ik heb je al lang door”, zegt Robert. Ik zeg niks, ik beweeg niet en probeer zo min mogelijk adem te halen. Robert tilt de dekens op. Van bovenaf moet dit er gek uitzien, zo met mijn hoofd vlak bij zijn bovenbeen.
     “Eh … hoi”, zeg ik zachtjes. Ik kijk knipperend omhoog en lach er schaapachtig bij. "Oeps!" 
     “Dus jij loopt een beetje stiekem te gluren als ik slaap, hè?” zegt hij op een quasi-boze manier. Robert begint me te kietelen en ik begin keihard te lachen. Als ik ergens niet tegen kan dan is het wel gekietel in m’n zij.
     “Genade! Genade!” Ik spring uit bed en loop richting de wc. 
     “Oh nee echt niet. Geen genade. Hier komen!” roept hij. Hij stormt achter me aan en grijpt me beet, gooit me op het bed en komt me weer achterna als ik van het bed af spring en richting de bank ren. Ik loop over de bank en de salontafel een rondje langs het bed en weer terug naar de wc. 
     “Genade! Genade!” brul ik.
     “Hier komen jij!” Robert heeft me en gooit me op het bed. Daar blijft hij me kietelen tot brullend van de lach roep dat hij moet stoppen. En dan begint tegen mijn verwachting in iets wat op seks lijkt. Kleine Robert wordt ehm, tja, nog groter en kleine Arthur vind het op zich ook wel gezellig. Het komt er dus toch nog van. We hebben lange en erg goede seks. Niet van dat bam, 'ga liggen, ik ben dronken en wil naar huis-seks', nee dit is rustig en teder. Seks zoals ik het niet ken. Robert is lief, gaat voorzichtig te werk en ik kan nee zeggen op dingen die ik niet wil. Dat is bij dronkenmansseks helemaal niet aan de orde. Daar doe je gewoon wat in je opkomt. Niet lullen maar poetsen!

De volgende morgen
Ik sta ik fluitend te douchen. Het klinkt misschien gek, maar ik heb het gevoel dat ik nu pas ontmaagd ben. Is dit seks zoals seks hoor te zijn? Vanmorgen al vroeg liep ik met Robert mee naar beneden. Hij om hard te lopen, ik om te roken. Het verschil moet er zijn. Misschien ga ik in de toekomst wel met hem mee hardlopen. Toekomst? Daar zeg je me wat. Is er wel toekomst voor ons twee nu we seks hebben gehad? Hoe vaak is het me niet overkomen dat iemand, na gescoord te hebben, nooit meer iets van zich liet horen? Oh god, het zal toch niet? Nee zo is hij vast niet.

Ik droog me af en kijk naar de ‘I hartje U’ die weer zichtbaar wordt doordat de deur beslagen is en ik moet glimlachen. Dat zou iemand die je hierna nooit meer ziet toch nooit doen?

We moeten opschieten. De taxi staat klaar en we vliegen over niet al te lange tijd. We hebben het gezellig en Robert en ik praten en lachen als we in de businessclass zitten. Ik moet straks werken bij Sien. Wat zal ze zeggen als ik vertel dat ik dit weekend in Berlijn was?
     “Wanneer zie ik je weer?” vraagt Robert. Yes, hij wil me blijven zien!
     “Mag ik niet blijven?” vraag ik. Robert valt even stil. Ik schaam me direct voor de vraag die ik er zojuist uitflapte.
     “Uhm … ja hoor.”


Vervolg: Column 103 - Werken bij Sien

Online: 24 februari 2018

Robert kwam langs. Hij moet opnieuw naar Berlijn. Hij gaf me z’n huissleutel. Wauw! Ik voel een goed feest opkomen …

  Like en blijf op de hoogte!